What’s in a name? Rijkdom, bijvoorbeeld

Ploeteren om hogerop te komen, heeft het wel zin? De rijken blijven rijk. Die conclusie kan getrokken worden uit onderzoek naar sociale mobiliteit in het Italiaanse Florence.

Economen Guglielmo Barone en Sauro Mocetti vergeleken inkomens van hedendaagse topverdieners met de sociale positie van dragers van dezelfde achternaam in 1427. Ze gebruikten daarvoor belastingformulieren uit die tijd. Er verandert weinig in de top, stelden ze vast. Drie van de vier rijkste Florentijnse families behoorden zeven eeuwen geleden ook al tot de de 10 procent rijksten van de stad, heeft de Amerikaanse nieuwssite Vox gemeld. De vierde familie verdiende in de vijftiende eeuw ook bovengemiddeld. Dat gaat in tegen bestaand onderzoek naar sociale mobiliteit. Conventionele studies vergelijken verschil in inkomen tussen ouders en hun kinderen. Meestal blijkt daaruit dat het voordeel van een goed verdienende ouder na een paar generaties verdwijnt.

Zegt inkomensverschil over één generatie onvoldoende, of is Florence een curieus geval? De stad staat in ieder geval niet alleen als het gaat om erfelijke rijkdom. Eerder kwam econoom Gregory Clark tot een vergelijkbare conclusie voor Zweden. Nazaten van de 17de-eeuwse adel behoren veel vaker tot de financiële elite dan Zweden met de doorsneenaam Andersson – ondanks de progressieve inkomensverdeling van het land. (NRC)