Wat een foto kan bewijzen

Een foto is niet altijd objectief. Maar fotografie kan wel helpen bij de bewijsvoering.

De negentiende-eeuwse foto’s van Alphonse Bertillon zijn onderdeel van de tentoonstelling Crime Scenes, Honderd jaar foto als bewijs, nu te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. De nadruk ligt op de manieren waarop fotografie wordt ingezet als bewijsvoering bij misdaden tegen individuen of groepen; van de vermoorde monsieurs en madames van Bertillon, tot de luchtfoto’s van gebombardeerde steden tijdens de Eerste Wereldoorlog en de huidige problematiek rond de bewijsvoering van aanslagen met drones in Pakistan. De tentoonstelling laat zien hoe de fotografie al sinds het begin in rechtszaken wordt ingezet als een machtig juridisch middel, maar gaat ook over de complexiteit van deze bewijsvoering, omdat een foto – net als een ooggetuigenverslag, of een geschreven verklaring – nou eenmaal niet in alle gevallen accuraat of objectief is.

Ging het bij de negentiende-eeuwse assassins om individuele misdaden, in de USSR werden onder Stalins bewind tijdens wat daarna De Grote Terreur (1937-1938) is gaan heten, zo’n 750.000 burgers geëxecuteerd. Subversieve elementen, volgens Stalin, die, voordat hen een kogel door het achterhoofd werd gejaagd, systematisch werden gefotografeerd. Van voren en van opzij, als criminelen, wat ze naar Stalins maatstaven ook waren. Waarom Stalin besloot dit enorme archief aan te leggen is nog steeds niet helemaal duidelijk – er zijn documenten gevonden die suggereren dat de foto’s zouden dienen ter identificatie van de persoon, voordat de straf uitgevoerd zou worden. Als je echter in de teksten bij de foto’s leest dat hij of zij een of twee dagen later, of soms zelfs nog op de dag dat de foto genomen is, geëxecuteerd is, lijkt die uitleg niet erg plausibel.

Behalve voor slachtoffers is er in de expositie ook aandacht voor daders: we zien hoe de Duitse patholoog en fotograaf Richard Helmer zijn videotechniek inzette om te bewijzen dat de schedel die in 1985 was opgegraven in São Paulo daadwerkelijk die van Joseph Mengele was, de beruchte kamparts van Auschwitz. Sinds zijn dood in 1979, bleven er vermoedens dat hij nog in leven zou zijn – Helmer maakte in het laboratorium in het Medico Legal Institute in São Paulo definitief een einde aan de (meeste) speculaties. Hij monteerde foto’s van Mengeles gezicht over de gevonden schedel, wat resulteerde in spookachtige portretten. Het definitieve bewijs werd in 1992 geleverd, toen DNA-onderzoek Helmers analyse bevestigde.