Vrije geesten onder de grijze haren

De Doelen bestond woensdag precies 50 jaar. Op de feestavond kwamen alle muziekstijlen aan bod.

„Samen met mijn opa stond ik vaak naar het heien te kijken”, zegt Hennie de Ruiter (72) die samen met haar vriendin Henja Hooites (69) geregeld de Doelen bezoekt. Foto Rien Zilvold

Paul van de Laar, directeur van Museum Rotterdam bezocht lange tijd samen met zijn vrouw in de Doelen zo’n vijftig concerten per jaar, met het Gergiev Festival als hoogtepunt. Evert en Herman Kraaijvanger, de architecten van het gebouw dat deze week 50 jaar bestaat, waren volgens Van de Laar ‘katholieke’ architecten, met oog voor frivole details. „De Schouwburg is meer gereformeerd. Dit gebouw is tijdloos en door zijn eenvoud wonderschoon. De kroonluchters en het meubilair zijn typisch ‘Rotterdams chique’.”

Tijdens het onderhoudende privécollege van Van de Laar, aan het begin van de avond ter ere van het halve eeuwfeest, worden we afgeleid door de binnenkomst van Ahmed Aboutaleb en vragen de burgemeester wat de Doelen voor hem betekent. „Doelen is het meervoud van doel”, grapt hij. „Het was gedurfd een grote muziektempel neer te zetten in het hart van een getraumatiseerde arbeidersstad. Zo’n gok past bij de Rotterdamse mentaliteit. Het is het vibrerend centrum van culturele clashes in de stad. Hier mag het wrijven.”

Terwijl het Rotterdams Opera Koor een stuk uit Carmen inzet, vertellen Miep Roos (80) en Barbro Farnstrand (77) hoe graag ze de Doelen al jaren bezoeken. Miep heeft zelfs twee Doelen-abonnementen: één voor de klassieke- en één voor de hedendaagse concerten. „Door mijn drukke baan had ik nooit tijd, maar inmiddels ben ik hier kind aan huis.”

Vriendin Barbro is blij dat ze weer eens mee kan. „Ik had astma en moest vanwege hoestaanvallen vaak voortijdig de zaal uit. Gelukkig gaat dat nu beter, maar holt helaas mijn gehoor achteruit.” De fraai-gekapte dames aan tafel zijn kinderen van de wederopbouw. „Samen met mijn opa stond ik vaak naar het heien te kijken”, vertelt Hennie de Ruiter (72). „Wij hebben de hele stad zien opbouwen.” Met Henja Hooites (69) en een groepje vrienden bezoekt ze geregeld de zondagochtendconcerten.

Als de bel gaat haasten we ons gezamenlijk naar de grote zaal. Entertainer Gerard Cox begeleidt lingerie-koningin Marlies Dekkers elegant door het gangpad. Het enige glamoureuze (en verrassende) koppel, want verder zijn het vooral de bazen van de Rotterdamse kunstinstellingen als Sjarel Ex (Boijmans), Bert Determann (Rotterdamse Schouwburg), Caroline Pietermaat (Theater Hofplein), Janneke Staarink (IFFR), Jantje Steenhuis (archief Rotterdam) en Johan Moerman (Rotterdam Festivals) die later rond het drankbuffet cirkelen.

Terwijl de woorden van stadsdichteres Hester Knibbe over een groot scherm rollen, vergapen we ons aan het fraai uitgelichte orgel. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart speelt Der Rosenkavelier van Strauss, waarna het publiek voor een verassingsconcert naar verschillende zalen wordt begeleid.

Jazz, wereldmuziek, modern en klassiek; alles komt aan bod. In de Willem Burgerzaal speelt een Turkse popband. De charmante spreekstalmeester Mijke Loeven is niet bezorgd over het grote aantal stijlen in de programmering van de Doelen. „Hier zitten babyboomers die vroeger naar John Coltrane en Jimi Hendrix luisterden. Ze kwamen hier naar de nachtconcerten van Sarah Vaughan en The Who. Er zitten vrije geesten onder deze grijze haren.”