Stedentrip naar Shanghai? Zo beleef je de stad als een local

Illustratie Martien ter Veen

‘When in Rome, do as the Romans do.’ Aflevering 2 van deze gids leert je leven als een Shanghaier.

Mondain aan de zee

Shanghai (‘Aan de zee’) is het trendsettende middelpunt van China; de bakermat van de Communistische Partij en nu het mondaine centrum van het staatskapitalisme. De skyline symboliseert niet alleen de glamour en de financiële ambities, maar ook de geschiedenis van de megastad die open, liberaal en westers oogt, maar in werkelijkheid onder strenge partijcontrole en internetcensuur staat. Ten oosten van de rivier Huangpu, die Shanghai in tweeën deelt, staan de drie hoogste wolkenkrabbers van China, waaronder de fonkelnieuwe Shanghai Toren. Aan westelijke zijde ligt de Bund die herinnert aan de gloriejaren in het begin van de vorige eeuw en volledig is gerestaureerd. Daarachter strekt Shanghai zich uit, ruim 6000 vierkante kilometer industrieterreinen, havens en hoogbouw. In het hart ligt de chicste en hipste buurt van de stad: de voormalige Franse Concessie met haar beroemde Art-Deco-villa’s.

Liefst buiten de deur

Werkende Shanghaiers ontbijten, lunchen en dineren vaak buiten de deur. Op ieder moment van de dag kun je je tegoed doen aan dumplings: gevulde pannenkoekjes en gestoomde broodjes met verschillende vullingen. Eten is ook het meest geliefde thema voor beleefde, zij het oeverloze, tafelconversatie. Vlees, dertig jaar geleden nog onbetaalbaar rijkeluisvoer, en vis worden gegrild, gestoomd of in een ‘hete pot’ met al dan niet gekruid water gekookt. ‘Hotpotten’ is krankzinnig populair, net als de Oeigoerse moslimkeuken. Het is ook in de mode om Frans te dineren en de groei van wijnbars wordt geëvenaard door die van coffeeshops, chocolaterieën en taartjeswinkels.

Dansen in het park

Van A naar B ga je in deze lawaaierige stad met 24 miljoen inwoners bij voorkeur lopend, op de fiets of met de metro. Na werk of in het weekend hang je rond in een van de vele parken, die krapbehuisden zien als hun tuin. Er wordt gedanst, gevliegerd en gegymnastiekt, van zonsopgang tot middernacht. Op zondag speel je een potje mahjong, een strategisch spel. Slenter daarna door de ‘longs’, de stegen van deze overweldigende stad. Shanghaiers gebruiken het weekend ook om naar de kapper te gaan, naar de nagelsalon of een voetmassage te nemen. Fietsen of joggen kan ook – de Chinese fitnessgekte is immers in Shanghai begonnen. Rennen doe je langs de nieuwe boulevards van de West-Bund (bij westelijke wind en na regen vormt de vervuiling geen probleem). Rond borreltijd duik je een van de volksbuurten, zoals Hongkou, in.

Geldbelust en arrogant

Echte Shanghaiers zijn buiten de stad niet geliefd; in de ogen van vooral Beijingers zijn zij arrogante, kleine kapitalisten. Veel geld verdienen is allang niet meer een typische Shanghaise karaktertrek, maar feit is dat Shanghaise stadsmensen zich verheven voelen boven de ‘waidiren’, de ‘boeren’ van buiten. Shanghaise mannen zijn in de ogen van de buitenlui ‘watjes’, omdat zij koken en de afwas doen. Deze kritiek schaadt hen niet; het glijdt van ze af als regendruppels van een lotusblad, want Shanghaise mannen zijn vanwege hun auto, huis en creditcard populair bij de veeleisende, praktisch ingestelde Chinese vrouwen.

Op de catwalk

Favoriete tijdverdrijf is shoppen, niet alleen in de talrijke, zeer luxueuze winkelcentra zoals de nieuwe IAPM-mall maar ook in kleine pijpenlades in de Franse Concessie, waar de straten en pleinen met platanen veel weg hebben van de catwalks op modeshows. De koop- en klerenmaakdrift vertaalt zich in een stijlvol, zij het eclectisch spektakel. Tegelijkertijd gaan ouderen doodgemoedereerd in gestreepte pyjama de straat op voor een avondwandelingetje in de zomerse hitte.

Tips