Opstaan voor iemand

‘Dit zijn jouw soort mensen.’ Mijn vriend wijst naar een man in een kakikleurige bodywarmer met handige zakken. Hij staat voorovergebogen bij een informatiebordje, zijn bril hangt op het puntje van zijn neus, zijn kaken vermalen de laatste hap van een boterham met pindakaas. „Zie je? Jouw soort mensen.” We zijn in het Trammuseum aan de Kootsekade, de voormalige remise in Hillegersberg. Sinds ik begonnen ben aan deze reeks sta ik thuis te boek als de tramfanaticus.

Het museum is weer open na de winterperiode en dat wordt gevierd. Stichting RoMeO, verantwoordelijk voor het restaureren en exploiteren van oud materieel, verzorgt vandaag pendelritten. De opgeknapte trams rijden de loods uit. Piepend en knarsend, maar ze doen het nog.

„Dit is wel heel mooi”, zegt Salih. Hij klopt bewonderend op het bewerkte hout van de paardentram. Even verderop zijn twee mannen in identieke blokjesoverhemden in een oude tram geklommen. „Hier heeft mijn vader nog op gereden.” Omstebeurt trekken ze aan de bel.

We dwalen door de remise, staan stil bij een vitrine met conducteurspetten, glimlachen om waarschuwingsbordjes („het is gevaarlijk eenig lichaamsdeel of voorwerp buiten het rijtuig te houden”) en houden de leren lussen vast die de tand des tijds zonder hebben doorstaan.

Dan zie ik een bekende sticker op het raam van een van de trams: ‘opstaan voor iemand misstaat niemand’. We klimmen naar binnen. De rode bankjes zijn stoffig, de gele stempelautomaten allemaal buitendienst, de stopkoppen weggesleten onder ongeduldige duimen. We missen onze strippenkaart.

Op weg naar buiten komen we Jan tegen. Jan heeft tijdens zijn werkende leven nooit op de tram gereden, maar heeft in zijn vrije tijd zijn trambewijs gehaald en is vrijwilliger bij RoMeO. Zijn vrouw verkoopt de toegangskaartjes van het museum.

Jan vertelt over spannende tramritten en ontspoorde wissels. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe hij met zijn Rotterdamse branie op lijn 10 de bruidsparen die hij rondrijdt een memorabele dag bezorgd. Dan komt zijn vrouw naar buiten. „Wat sta je nou te doen?” Jan grijnst. „Sterke verhalen vertellen. Ik verzin ze waar je bij staat.”