Ooit gehoord van Lachmising, Hoebba en Kishoendjal?

Vorige week schreef De Volkskrant over schrijvers die nooit prijzen krijgen. Ik dacht: eindelijk een stuk over Herman Brusselmans! Maar Brusselmans valt zelfs buiten de boot in een artikel over schrijvers die buiten de boot vallen. En dat terwijl… Ach, ik heb de lof van de Oude Oppergod der Vlaamse Letteren al zo vaak gezongen dat dit ook niet meer helpt. Las u Zeik en het lijk op de dijk al? Wel opgesomd in het artikel werden Hafid Bouazza, Helga Ruebsamen, Leon de Winter en Tim Krabbé. Bij dat lijstje zie je meteen weer waarom die mensen geen prijzen krijgen. Ga maar na: Leon de Winter heeft in elke jury iemand die zijn politieke opvattingen aanstootgevend vindt, iemand die zijn boeken oppervlakkige vuurwerkshows vindt en iemand die dat allebei vindt. Krabbé stuurt zijn boeken al jaren niet meer in. Ruebsamen publiceert amper nog, terwijl haar oeuvre wat klein is voor een oeuvreprijs. Dat Bouazza nog geen grote prijs heeft gehad is een beetje suf.

Een van de auteurs aan wie Astrid Roemer haar P.C. Hooftprijs opdroeg, was Bea Vianen, een nog veel vergetener schrijfster. Schrijvers helemaal niet kennen is een beschamende zaak voor een criticus, dus ging ik snel naar een klein antiquariaat om Vianens debuut Sarnami, hai te kopen. (Het is vrij recent herdrukt, maar zo klinkt het iets minder beschamend). Voorlopig vind ik het geweldig. In het openingshoofdstuk beschrijft Vianen hoe een jonge Surinaamse vrouw op bezoek gaat bij een buitengewoon onaangenaam oudje dat een twijfelachtige rol heeft gespeeld in haar familiegeschiedenis. De kakkerlakken lopen bijna over het papier, zo indringend toont Vianen de viezigheid. ‘De vrouw houdt haar hoofd gebogen. Haar gezicht wordt bijna geheel door de gore witte sluier bedekt. Haar blouse is net zo vuil als het laken en de slopen op het planken bed [...] De zilveren armbanden rinkelen lui, telkens wanneer zij een blaadje afplukt of een stengeltje wegplukt.’ Het is een fascinerend soort realisme dat Vianen beoefent: hard, soms overwritten, maar met een hoofdpersoon die veel meer wordt gedreven door nieuwsgierigheid dan door missiedrang.

Vianen vierde vorig jaar haar tachtigste verjaardag met een uitgave in eigen beheer. En er zijn anderen: De dag voor de prijsuitreiking stuurde uitgeverij In de Knipscheer een persbericht over de schrijfsters Iraida van Dijk-Ooft, Karin Lachmising, Sakoentela Hoebba en Mala Kishoendjal. Die kent u vast (ook) niet. Deze P.C. Hooftprijs laat ons weer eens naar het Westen kijken en dat is goed.

De P.C. Hooftprijs 2017 is voor beschouwend proza. Laten we hopen op een lekker gekke winnaar, iemand die de weg wijst naar een verwaarloosd, slecht onderhouden stukje van de Nederlandse literatuur. Al blijft het jammer dat Herman Brusselmans – zijn hele oeuvre is een lang essay over het onderwerp Herman Brusselmans – geen Nederlander is.