Nutella City

Ik woon niet in het centrum, dus ik ga niet beweren dat al die mensen in de Amsterdamse binnenstad zich aanstellen met hun geklaag over Nutella. Maar grappig is het wel, mopperen op winkeltjes met zoiets vriendelijks als ijs en chocola. Een klaagster verklaarde laatst in Het Parool zelfs terug te verlangen naar de jaren tachtig. Ze is niet de enige. In de eighties waren er inderdaad geen winkeltjes met wafels, muffins, roomijs in de meest uiteenlopende soorten, rijen zakjes snoepgoed, reusachtige bakken vol ronddraaiend waterijs met siroop in gifkleuren, en potten ter grootte van rugzakken met, inderdaad, Nutella.

Maar in plaats van Nutella had je toen wel junks die zo tuk waren op je autoradio dat ze je ruit insloegen zodra je de hoek om was. Voor zover je vóór het bereiken van die hoek niet al was uitgegleden over een hondendrol, tenminste. Was die hoek in de buurt van de kop van de Zeedijk dan was je die auto helemaal niet uitgegaan, uit vrees voor de drugsdealers in dat — tegenwoordig heel gezellige — stukje binnenstad waar de politie minder te zeggen had dan de Surinamers met hun zaakjes.

Nostalgie door Nutella: weer wat nieuws. En misplaatst, natuurlijk, zoals zo vaak met nostalgie. Weemoed naar de tijd dat Amsterdam nog ongedwongen was, en nog niet zoveel toeristen telde, gaat helemaal voorbij aan de armoe waaronder veel bewoners toen leden. En aan de woningnood en aan de knokploegen in de oude volksbuurten die maakten dat de kans dat je zomaar een klap voor je kop kreeg veel groter was dan nu. In Nutella City gaat het vredelievender toe, de stad is groener, schoner en welvarender en met de upgrading van de Indische buurt lijken we voorgoed afscheid te nemen van het verschijnsel van de negentiende-eeuwse probleemwijken.

Wilde je anno 1981 in de Pijp wonen of anno 2016? Zeg het maar. Het is de keuze tussen een lekkend dak boven je hoofd en een Coffee Company in de straat. Nou oké, drie Coffee Company’s.

Maar dan nog. Leve de stad waar de snel groeiende hoeveelheid Nutellawinkels onderwerp van debat is in de gemeenteraad. In een stad zonder no-go-area’s en met een dalende misdaad moet het érgens over gaan, natuurlijk, dus dan maar over de ‘monocultuur’ van ijssalons. Die geen monocultuur is, want de smaak die Amsterdam domineert, is bij lange niet die van ijs of van chocoladesmeersels op pannenkoeken en wafels. De toerist die van het Centraal Station de oude stad inloopt, wordt eerder bekogeld met patat, hamburgers, pizza’s, tapas, kebab — het is hartig wat de klok slaat.

Wie na al het snackgeweld de Damstraat heeft bereikt, is wel toe aan iets zoetigs. En dat nuttig je dan in een omgeving die altijd al druk was en waar nu tenminste geen dichtgetimmerde gevels meer zijn. En vrijwel geen heroïneverslaafden die je staande houden met hun stamelend gebedel. Van struikelen over de injectienaalden naar ergernis over Nutella: ik noem het vooruitgang.