Not cool

Afgelopen zondag hield president Obama van de Verenigde Staten een toespraak bij de afstudeerplechtigheid van Rutgers University in Brunswick in de staat New Jersey.

Afgelopen zondag hield president Obama van de Verenigde Staten een toespraak bij de afstudeerplechtigheid van Rutgers University in Brunswick in de staat New Jersey. Gezien de academische ambiance was het geen verrassing dat hij het belang benadrukte van feiten, bewijzen, redelijkheid, logica en wetenschap. Maar toen nam zijn rede een interessante wending. „Maar als je het huidige politieke debat volgt”, zei hij, „vraag je je af waar deze golf van anti-intellectualisme vandaan komt. Noch in de politiek noch in het leven is onwetendheid een deugd.” Voor die uitspraak kreeg hij applaus. Vervolgens zei hij: „It’s not cool to not know what you’re talking about.” Het is een schitterend citaat dat zonde zou zijn te vertalen.

In een paar zinnen schetste hij de moderne epistemologische paradox: „Met elke telefoon die jullie in jullie zakken hebben, hebben we toegang tot meer kennis dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid, maar ironisch genoeg heeft die vloedgolf van informatie ons niet veeleisender gemaakt met betrekking tot de waarheid. In zekere zin heeft die ons alleen maar meer vertrouwen gegeven in onze onwetendheid. Wat op internet staat, nemen we aan voor waar. We zoeken naar sites die onze vooroordelen bevestigen. Meningen vermommen zich als feiten.”

Ten slotte bracht hij deze kennistheoretische observaties terug naar de politieke praktijk: „Als onze leiders minachting hebben voor de feiten, terwijl experts worden weggezet als elitair, dan hebben we een probleem.”

Natuurlijk had hij het over Donald Trump. Maar zijn woorden hebben in al hun simpele directheid een visionaire kracht die verder reikt dan het partijpolitieke probleem dat hij over de hoofden van een bij voorbaat welwillend publiek adresseerde en vormen een rake analyse van het gevaar van populisme dat zo goed als alle westerse democratieën dreigt uit te hollen.

De democratisering van de toegang tot kennis wordt verward met de democratisering van kennis. In een wereld waarin de illusie heeft postgevat dat iedere nitwit met een druk op de knop alles over alles kan weten, is alles een mening geworden. Wie zegt dat de ene mening meer waard is dan de andere, omdat de ene mening in feiten, onderzoek en kennis is gefundeerd en de andere niet, wordt honend weggelachen als een elitair ventje dat het niet kan hebben dat anderen eindelijk ook eens hun mond opentrekken. En er zijn uitgekookte politici zoals Donald Trump en Geert Wilders die geraffineerd gebruik maken van deze golf van anti-intellectualisme om hun eigen agenda van een heroïsch aura te voorzien. Wellicht nog zorgwekkender is het dat gematigde politici uit angst om voor elitair te worden aangezien het spel meespelen.

Niet elitair zijn is cool. Je hoeft maar naar onze talkshows op televisie te kijken om de angst van de programmamakers te voelen voor een expert die misschien de kijkcijfers de afgrond injaagt door een woord uit te spreken van meer dan twee lettergrepen. Liever vragen ze een volkszanger met LTS-zwakstroom en drie danslessen of een acterend huppelkutje dat koketteert met haar eigen onwetendheid om ergens iets van te vinden. Van toeten noch van blazen weten en toch een mening hebben, dat is pas cool.

Het zou een goed idee zijn om de uitspraak van Obama in neonletters in het decor van elke talkshow goed zichtbaar achter de hoofden van de studiogasten in beeld te nemen: ‘It’s not cool to not know what you’re talking about.’ Een chiquere uitvoering in brons of marmer zou kunnen worden aangebracht in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.