Niet zo erg als in 2012, maar soms best pijnlijk

Donderdag verscheen het subsidieadvies van de Raad voor Cultuur. Er zijn zorgen over orkesten en over een aantal bestuurscrises.

Illustratie Tomas Schats

Rust en stabiliteit. Dat was wat minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) wilde na de harde bezuinigingen van haar voorganger Halbe Zijlstra (VVD) vier jaar geleden. Toen werd met angst en beven het advies van de Raad voor Cultuur afgewacht. Nu veel minder. Voor veel musea, orkesten, dans- en toneelgezelschappen zal de verdeling van de rijkssubsidies voor cultuur (totaal 220 miljoen euro), zoals de Raad van Cultuur die donderdag adviseerde, geen verrassing opleveren. Zij ontvangen wat ze hebben aangevraagd.

Is het advies voor niemand pijnlijk? Zeker wel. Zorgen over de financiële overlevingsmogelijkheden noopt de raad soms tot drastische voorstellen. Zoals bij de symfonieorkesten.

De nadruk ligt op overleven, constateert de raad. De artistieke invulling raakt verder onderbelicht. Verder snijden in de orkestformaties kan niet meer, omdat het kernrepertoire dan niet meer uitgevoerd kan worden. De raad komt daarom met ingrijpende adviezen.

Voor het Orkest van het Oosten en het Gelders Orkest is er geen financieel perspectief meer als zelfstandige orkesten. Ze moeten binnen twee jaar samengaan, zoals vier jaar geleden het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest tot een fusie werden gedwongen. Die moet nog strakker worden door één standplaats te kiezen voor één geïntegreerd orkest.

Van het Residentie Orkest en het Rotterdams Philharmonisch wordt over vier jaar een plan voor meer samenwerking verwacht. En daarmee is het niet klaar. Het orkestenbestel is niet meer evenwichtig samengesteld, vindt de raad. Een herijking is nodig.

Opvallend hard oordeelt de raad over drie instellingen die het afgelopen jaar de aandacht op zich vestigden door bestuurscrises. Beeldende-kunstinstelling De Appel in Amsterdam, waar directeur Lorenzo Benedetti vorig jaar moest vertrekken en een rechtszaak aanspande tegen het bestuur, is zijn rijkssubsidie kwijt. „Het plan van De Appel wekt onvoldoende vertrouwen en voldoet op veel punten niet aan de verwachtingen die de raad van presentatie-instellingen heeft”, schrijft de raad, die in de aanvraag elk perspectief op een oplossing van het bestuursconflict mist.

Nieuw beleidsplan inleveren

De raad laakt bij het Nieuwe Instituut in Rotterdam (mode, design, etc.) het ontbreken van „reflectie op de governance”, nadat vorig jaar bleek dat het toezicht onvoldoende was geweest en belangenverstrengeling door directeur Guus Beumer niet werd voorkomen. Het Nieuwe Instituut moet een nieuw beleidsplan inleveren omdat de uitwerking van „een aansprekende visie” onvoldoende is.

Het mildst is de raad over het Scheepvaartmuseum, waar directeur Pauline Krikke na amper een jaar moest vertrekken. Vooral omdat „een kritische reflectie op de afgelopen jaren niet wordt geschuwd”. Bij het museum wordt echter een inhoudelijke uitwerking gemist van de nieuwe koers, die minder op ‘beleving’ is gericht. Pas als een nieuw plan is ingediend, komt het museum in aanmerking voor zijn subsidie van 1,8 miljoen euro.

Het lijkt alsof de Raad voor Cultuur met deze drie voorbeelden wil waarschuwen dat de kwaliteit van het bestuur op orde moet zijn. De raad stelt dat investeren in professionalisering van het leiderschapnodig blijft bij culturele instellingen.

Op 52 van de 118 aanvragen reageert de raad met een positief advies. 25 aanvragers hebben weliswaar een positief advies maar moeten hun plannen verder aanvullen. Veelal omdat ze een aangepaste begroting moeten insturen, omdat ze minder krijgen dan ze hebben aangevraagd. 14 aanvragen zijn negatief beoordeeld, maar krijgen nog een herkansing om toch hun subsidie te verkrijgen. Daaronder Het Zuidelijk Toneel, Opera Zuid en Huis Doorn.

En 27 aanvragen zijn afgewezen. De pijnlijkste daaronder zijn de instellingen die de eigen inkomstennorm niet hebben gehaald. Die werd bij de bezuinigingsoperatie door staatssecretaris Zijlstra ingevoerd en als een harde weigeringsgrond in de wet opgenomen.

Belangrijkste slachtoffer is Theater Utrecht. Nadat onder de vorige directie het gezelschap (toen nog De Utrechtse Spelen) door overmoedig beleid in financiële nood was gekomen, heeft de nieuwe directie het gezelschap weer financieel gezond gekregen. Het doet de raad pijn de aanvraag af te wijzen. „Succesvol” en „veelbelovend” zijn kwalificaties voor Theater Utrecht.

Nieuw stelsel nodig

Wat de Raad voor Cultuur betreft is het de laatste keer dat het subsidiestelsel (de ‘basisinfrastructuur’) deze vorm heeft. De raad vindt dat het bestel „een enigszins willekeurig karakter heeft door opeenvolgende bezuinigingen en politieke ingrepen”. Daardoor is er geen helder onderscheid meer tussen instellingen in die basisinfrastructuur die rechtstreeks door het rijk worden gesubsidieerd en andere die bij een van de cultuurfondsen aankloppen.

Bovendien heeft de raad er al eerder voor gepleit het beleid van de steden meer leidend te maken, waardoor culturele voorzieningen beter op elkaar afgestemd worden. Een herijking is nodig, vindt de raad. Voor de instellingen die zich nu weer van vier jaar rijkssubsidie verzekerd weten, is het een impliciete waarschuwing: over vier jaar kan alles weer anders zijn.