Na jaren smachten mogen volleybalsters naar Spelen

Nederlandse volleybalvrouwen dwingen in Tokio plaatsing voor Spelen Rio af.

Quinta Steenbergen ramt de bal over het net tegen Italië. Foto Toru Yamanaka/AFP

Ein-de-lijk. De Nederlandse volleybalsters hebben acht jaar moeten wachten op deelname aan de Olympische Spelen, maar over tweeënhalve maand zijn ze erbij in Rio de Janeiro. Terecht, vinden de speelsters, al zullen ze dat in gepaste bescheidenheid uitspreken.

Het verhaal van de volleybalsters en de Olympische Spelen is het verhaal van een decennium aan frustraties. Vanaf 2004, bij de aanstelling van Avital Selinger als bondscoach, was de blik gericht op olympische deelname. Met redenen, want Nederland had met Manon Flier, de zusjes Kim en Chaïne Staelens, Floortje Meijners en wijlen Ingrid Visser topspeelsters in huis. Een groep die goed genoeg was voor het winnen van de World Grand Prix en zilver op het EK, maar het bij olympische kwalificatiemomenten voortdurend liet afweten. Ze gingen in 2008 niet naar Beijing en vier jaar later niet naar Londen, terwijl ze er kwalitatief thuishoorden.

De wankelbaarheid voorbij

Telkens weer bleek die groep mentaal kwetsbaar, hoewel coach Selinger, de eeuwige optimist, daar nooit iets van wilde weten. Hij reageerde verongelijkt als de labiliteit van zijn speelsters werd benoemd. Hij verdedigde zijn speelsters en wilde ze al helemaal geen faalangst laten aanpraten. Maar diep in zijn hart wist hij wel beter. Selinger kon de wankelbaarheid maar niet verdrijven. Het zou hem zijn baan kosten, hoezeer de loyale internationals dat ook speet.

Bondscoach Guidetti is het beste wat de volleybalsters kon overkomen

Met Selingers opvolger Gido Vermeulen werd de kwetsbaarheid niet weggenomen, maar dat had vooral met gebrek aan vertrouwen te maken. Vermeulen lag slecht in de groep die na een interne revolte in 2014 de Nederlandse volleybalbond (Nevobo) zo ver kreeg dat hij werd ‘verbannen’ naar het sportief onaantrekkelijker nationale mannenteam.

Een potentieel topteam

Exit Vermeulen, waarmee de weg werd vrijgemaakt voor de Italiaanse topcoach Giovanni Guidetti, van wie wel een duobaan als clubcoach van het Turkse Vakifbank geaccepteerd moest worden. Maar Guidetti is wel het beste wat de volleybalsters kon overkomen. Hij heeft het vertrouwen gewonnen van de nieuwe lichting internationals, die in zijn ogen stuk voor stuk van wereldklasse zijn. De Italiaan ziet in Nederland een potentieel topteam en was maar wat graag bereid naar Nederland te komen.

Met zijn aanstekelijk optimisme, maar vooral met zijn vakmanschap smeedde Guidetti een hecht team, dat in Lonneke Sloëtjes een speelster van uitzonderlijke klasse heeft. Guidetti’s aanpak inspireert, zozeer dat Nederland binnen een jaar al zilver won op het EK. En vervolgens tweede werd op het olympisch kwalificatietoernooi voor Europese landen, begin januari in Ankara. Op beide toernooien was Rusland te sterk. Maar in Tokio, waar deze week het laatste olympische kwalificatietoernooi werd gehouden, dwong Nederland eindelijk olympische plaatsing af.

Mannelijke slagarm

Kenmerk van het nieuwe Nederland is de aanvalskracht. Naast Sloëtjes zijn Anne Buijs en vooral de jonge Celeste Plak vrouwen met een mannelijke slagarm. Samen met de sterke midspeelsters Robin de Kruijf, Quina Steenbergen en Yvon Beliën kunnen zij aan het net ook een muur opbouwen waar de tegenstander moeilijk gaten in kan slaan. En dan is er nog Laura Dijkema, de spelverdeelster over wier internationale niveau aanvankelijk twijfels bestonden. Onder Guidetti is zij gegroeid en een betrouwbare regisseuse geworden.

Zwak punt van Nederland is de pass en bij vlagen de verdediging. Buijs en Plak blijven wankelmoedige passers, die onder druk vervangen kunnen worden door de kittige aanvoerster Maret Grothues, een speelster die de bal wel met precisie bij de spelverdeelster kan afleveren.