Mislukt staaltje postkapitalisme

Paul Mason pleit in zijn boek voor een even trendy als verward mengsel van thema’s als een ‘nieuwe mens’, netwerkeconomieën en coöperatieve modellen als een alternatief voor het heersende ‘neoliberalisme’.

‘Moet het bezit van robots niet collectief zijn, in plaats van in de handen van een oligarchie?’ Foto iStock

In Sesamstraat ging Kermit de Kikker af en toe als reporter op bezoek bij de beroemde doctor Nobel Prijs, die hem zijn laatste baanbrekende uitvinding of ontdekking presenteerde. ‘Houd u vast, mensheid!’

Telkens bleek de doctor een ontdekking te claimen die al lang bestond: de Grote Poenga Poenga (een konijn), de sok of de microfoon. En als klap op de vuurpijl een groen ding met zwemvliezen en een regenjas dat hij Herman de Hobbelehop noemde: het bleek een kopie van Kermit zelf.

Doctor Prijs welde op in het geheugen tijdens het lezen van het boek waarmee de Britse journalist Paul Mason, werkzaam bij Channel Four en columnist voor The Guardian, vorig jaar doorbrak. En dat nu in het Nederlands is vertaald. Mason pleit daarin voor een alternatief voor het heersende ‘neoliberalisme’, ‘een nieuw holistisch model dat op eigen kracht kan draaien en niet op dictaten of beleidsoekazes’. Dat mondiaal kan zijn en ‘een toekomst kan opleveren die substantieel beter is dan de toekomst die het kapitalisme halverwege de eenentwintigste eeuw kan brengen. Ik noem het postkapitalisme.’

Houd u vast, mensheid. Deze door Mason ferm geplante vlag, en nauw verholen intellectuele claim op de term, lijkt sterk op de praktijk van doctor Prijs. Wie even voor Kermit speelt, zal de bedenker er op moeten wijzen dat het idee ‘Postkapitalisme’, tevens de titel van Masons boek, al geruime tijd bestaat. Er bestaan meer boeken met deze titel. En dat is niet verwonderlijk.

De toekomst van het kapitalisme is, in utopische of distopische varianten, al een jaar of twintig onderwerp van verhit debat. Eerst, in de optimistische variant, tijdens de onstuimige opkomst van internet aan het einde van de jaren negentig. Daarna, na het bankroet van de Lehman-bank in 2008, in beduidend minder prettige versies.

Idealistisch voorproefje

Het resultaat is grote verwarring. Kampen we voor altijd met lage groei en inflatie? Zijn de belangrijkste uitvindingen voorbij? Moet het geld weer op goud gebaseerd worden? Pakt de robot ons werk af en raken we dan massaal verpauperd en loopt de ongelijkheid nog verder op? Of gaan we dan minder werken tegen een basisinkomen? Maar moet het bezit van die robots dan niet collectief zijn, in plaats van in de handen van een oligarchie? Is de ‘deeleconomie’ een idealistisch voorproefje van het goede van de mens, met de belofte van een kleinere ecologische voetafdruk? Of is het een cynische blijk van collectief egoïsme, handig verkocht en geregisseerd door een tot eenhoorn opgeblazen startup? De opwarming van de aarde en de aanzwellende migratiestromen, de opkomst van China en India als wereldmachten: er is duizelingwekkend veel om je zorgen over te maken. En terecht.

Met een vriendelijke blik op Masons Postkapitalisme zou je kunnen zeggen dat hij een poging doet om al deze verschijnselen te benoemen, er een theorie voor te maken en van daaruit een toekomstvoorspelling te doen. Maar het moet minder aardig. Mason drukt eerst op alle bovenstaande knoppen van de radicale tijdgeest tegelijk.

Daarna doet hij een poging om met behulp van onder anderen Karl Marx, Rosa Luxemburg, Rudolf Hilferding en anderen een nieuwe Kondratieff-theorie van de lange golf van de conjunctuur op te zetten. Dat mislukt: de golf heeft slechts twee toppen: de derde blijkt zich, verwacht in de jaren zeventig, niet voor te doen. Waarvoor Mason dan weer een heel hoofdstuk nodig heeft om te verklaren waarom niet: de ‘lange, ontwrichte, golf’ noemt hij dat.

Trendy

Het derde deel, de postkapitalistische toekomstvisie van Mason, is een even trendy als verward mengsel van thema’s als netwerkeconomieën, ‘wiki-overheden’, een ‘nieuwe mens’ (altijd eng) en coöperatieve modellen. Het zijn ideeën die er al zijn, levensvatbaar of niet.

Kortom: lees andere boeken. Er zijn zeer goede, recente, werken geschreven over veel deelonderwerpen die Mason voorbijsnelt en verwaarloost in zijn drang als eerste aan te komen bij de Grote Theorie van Nu, zoals Donald Rumsfeld in zijn race naar Bagdad.

Lees bijvoorbeeld Thomas Piketty of Branko Milanovic over ongelijkheid, lees Adair Turner of John Kay over geld en het financiële systeem, lees Dani Rodrik of Joseph Stiglitz over globalisering, en Robert Gordon of juist Andrew Macafee over onze technologische toekomst. Lees Rutger Bregman over het basisinkomen. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar ze zijn allen leerzaam en scherpen de geest. En deze lijst is verre van uitputtend.

Gezien de gunstige ontvangst van Masons Postkapitalisme mag voorzichtig de vraag gesteld worden of al zijn recensenten dit boek daadwerkelijk gelezen hebben. Maar goed, behaagzucht – zeggen wat de mensen willen horen, werkt kennelijk: Alain de Botton schijnt ook voor een groot filosoof te worden versleten.