Meldpunt: twaalf mensen erg geradicaliseerd

De gemeenteraad besprak donderdag de Rotterdamse aanpak van radicalisering.

Rotterdam had vorig jaar 12 mensen in beeld die verregaand geradicaliseerd zijn. Het zijn veelal mannen tussen de 18 en 35 jaar die zijn gemeld bij het Meld- en Adviespunt Radicalisering (MAR). Dat blijkt uit de eerste rapportage van de Rotterdamse aanpak van radicalisering die gisteren werd besproken in de commissie veiligheid van de gemeenteraad.

Na de aanslagen in Parijs in 2015, en de toegenomen spanning door de oorlog in het Midden-Oosten, heeft de stad een programma opgezet om radicalisering te signaleren en waar mogelijk te voorkomen. Dit is de eerste keer dat de resultaten aan de gemeenteraad worden voorgelegd van de aanpak waarvoor de gemeente jaarlijks ruim 220.000 euro beschikbaar stelt, en het Rijk eenmalig ruim 6 ton heeft vrijgemaakt voor de stad.

In 2015 kwamen er 36 meldingen binnen bij het MAR, en er waren nog 26 meldingen uit voorgaande jaren. Van deze 62 meldingen door familie, scholen en anderen uit de omgeving, zijn er 37 doorgestuurd naar een speciale ‘weegploeg’ van gemeente, politie en justitie.

Over twaalf van deze mensen oordeelde deze weegploeg dat het serieuze gevallen waren, omdat ze plannen hadden om uit te reizen naar Syrië, daartoe pogingen hadden ondernomen, ze hun sympathie voor IS actief uitdroegen, of daadwerkelijk waren uitgereisd. De andere meldingen waren veelal lichter, en zijn afgedaan met enkel advies aan de ouders, of een eenvoudige begeleiding vanuit de gemeente. Over sommige moet nog meer informatie worden ingewonnen.

Hoeveel mensen er uit Rotterdam daadwerkelijk naar Syrië zijn uitgereisd wil Aboutaleb niet openbaar maken. Dat wil de burgemeester wel vertrouwelijk met de raadscommissie besproken.

Het afgelopen jaar heeft de gemeente de netwerk van ‘sleutelpersonen’ en vertrouwenspersonen versterkt, in de overtuiging dat die het signaleren en voorkomen van radicalisering mogelijk maken. Verschillende partijen vroegen om meer geld voor interventies.