‘Je kunt steeds zien wat je pensioen is’

Een persoonlijk pensioen bestaat uit hard geld. Je ziet het meer of minder worden en kunt het verhuizen naar een ander fonds als je van baan wisselt.

Illustratie Arjen Born

Hoe werkt een persoonlijk pensioen waarin risico’s collectief worden gedeeld? Kees Goudswaard, voorzitter van de commissie Toekomst Pensioenstelsel van de Sociaal Economische Raad, legt uit.

1 Wat is een persoonlijk pensioen? Mensen die werken krijgen nu ook al jaarlijks een uniform pensioenoverzicht.

„Ja, daarin wordt wel gesuggereerd dat je later een bepaald bedrag krijgt, maar dat wordt helaas lang niet altijd waargemaakt. Daarom is het vertrouwen in het stelsel ook zo gedaald. Bij een persoonlijk pensioen zie je helder, niet eens per jaar maar op ieder gewenst moment, wat je aan pensioengeld hebt opgebouwd. Dat is een hard bedrag. Je kunt het ook meenemen naar een ander fonds als je van baan wisselt. En je ziet direct hoe het bedrag verandert, dat kan een plus of een min zijn.”

2 Waarom zie je de hoogte van de opbouw schommelen?

„Je opbouw verandert door de premie die je inlegt, het rendement en door het delen van financiële risico’s met andere deelnemers. Om de beleggingsrisico’s te delen is er een collectieve buffer. Zijn de rendementen hoog, dan vloeit er geld naar die buffer. Zijn de rendementen erg laag, dan gaat er geld van die buffer naar je pot. De buffer kan niet negatief worden, we willen geen schulden doorschuiven naar volgende generaties.”

3 Waarom zou een persoonlijk pensioen stabieler zijn?

„Het gaat echt om forse, significante verschillen. We hebben goed weer- en slecht weer-scenario’s doorgerekend. Het aardige is dat de kans op een daling van het pensioeninkomen in onze variant echt het kleinst is. Er zijn twee redenen voor. De buffer om de beleggingsrisico’s te delen heeft echt een stabiliserende werking. De tweede reden is maatwerk: je kunt bij jongeren meer beleggingsrisico nemen en bij ouderen minder.”

4 Er zijn grote zorgen over de dalende dekkingsgraden. Heb je daar bij een persoonlijk pensioen geen last van?

„We doen geen beloftes over de hoogte van het pensioen meer. Dan heb je geen dekkingsgraden meer nodig om het vermogen en de verplichtingen tegen elkaar af te zetten. Het pensioengeld blijft alsnog gevoelig voor de lage rente, maar wel minder. En je bent af van de onrust over de schommelende dekkingsgraden.”

5 Wordt de premie hoger of lager bij persoonlijke pensioenen?

„In dit systeem zijn er stabiele premies. Over de structurele hoogte van die premies moeten de werkgevers en vakbonden, net als nu, afspraken maken. De premiehoogte is afhankelijk van de ambitie die ze hebben bij hun pensioenregeling. Maar je gaat dus niet meer de premie verhogen als het rendement tegenvalt.”

6 Er is veel kritiek op de doorsneepremie. Iedereen betaalt in procenten evenveel premie, maar jongeren zien minder van die inleg terug. Is dit systeem eerlijker?

„Bij persoonlijke potten is er geen grote herverdeling van pensioengeld tussen generaties meer, dus de doorsneesystematiek moet worden afgeschaft. Maar dat kan tot 100 miljard euro kosten, heeft het CPB eerder berekend. De huidige groep 45-plussers wordt het hardst getroffen, want zij hebben al jaren te veel premie betaald. Deze groep profiteert in verhouding wel weer van de overgang naar persoonlijke pensioenen. Zo kun je de pijn en het profijt voor hen een beetje tegen elkaar wegstrepen. Dan nog is er wel compensatie voor deze groep nodig. Om die te bekostigen zou je bij alle deelnemers vijf jaar lang 2 procent meer premie kunnen heffen. Op lange termijn daalt de premie door afschaffing van de doorsneesystematiek. Maar het blijft zo dat de overgang niet gemakkelijk is.”

7 Het pensioenstelsel staat onder druk doordat mensen steeds ouder worden. Hoe deel je dat risico met eigen potten?

„Een theoretisch idee is een soort ruilcontract tussen jong en oud. Jongeren nemen het risico deels op zich voor de stijgende levensverwachting. In ruil betalen ouderen jaarlijks een verzekeringspremie aan de jongeren die op hun pensioen wordt ingehouden. Een andere optie is het uitsmeren van de kosten van de stijgende levensverwachting over de tijd.”