Dansen op blote voeten, voor dood worden rondgedragen op het toneel. Eerste soliste Igone de Jongh doet wat de choreograaf van haar vraagt. ‘Ik ben geen materiaal. Maar ik ben wel een instrument.’

Dansen op blote voeten, voor dood worden rondgedragen op het toneel. Eerste soliste Igone de Jongh doet wat de choreograaf van haar vraagt. Ik ben geen materiaal. Maar ik ben wel een instrument.

We zitten tegenover elkaar aan een lege tafel, ’s ochtends in alle vroegte in de nog verlaten kantine van Nationale Opera & Ballet. Na een halfuur brengt een collega van kantoor twee bekers koffie. „Lief van je”, zegt Igone de Jongh tegen haar. „Dank je wel.”

Ze weet dat interviews erbij horen als je eerste soliste bij Het Nationale Ballet bent. Maar ze wekt niet de indruk dat ze erop zit te wachten. Eerder heeft ze wel eens gezegd dat ze als kind heel verlegen was. Met mensen praten vond ze vervelend. Vanaf het moment dat ze op ballet mocht, was alles wat ze deed daarop gericht. En waarom zou het ook anders zijn? Een ballerina uit zich in beweging, niet in woorden.

Ze is de enige Nederlandse die op dit niveau danst, en dat al dertien jaar. Sinds ze in de jury van Dance Dance Dance zit, is ze bij een veel groter publiek bekend. Ze was ook te zien in de televisieserie Bloed, zweet en blaren. Ze danste in de videoclip Birds van Anouk: oudere ballerina moet wijken voor een jongere en springt zich te pletter.

De zaterdag voor het gesprek heb ik haar gezien in Roméo et Juliette van Hector Berlioz, de eerste productie waarin Het Nationale Ballet en De Nationale Opera met elkaar samenwerken. Zeventig zangers, drie solisten (alt, tenor en bas) en veertig dansers, in een moderne choreografie van de Duitse Sasha Waltz. Igone danste de rol van Juliette en daar begint het gesprek mee. Ze danste die rol al heel vaak, maar dan in een klassieke choreografie van de in 2012 overleden Rudi van Dantzig, en op de muziek van Sergej Prokofjev.

Door Jannetje Koelewijn. Foto’s: Frank Ruiter. Vorm: Koen Smeets.

Bij welke Juliette ligt je hart?

„O, moeilijk”, zegt ze. „Mijn eerste reactie is: bij de Juliette van Prokofjev. En dat heeft alles met Rudi te maken. Ik ben al heel jong in mijn carrière met die rol begonnen en behalve de laatste keer heb ik er heel veel met Rudi aan heb gewerkt, steeds een stapje verder.”
In het begin, heeft ze eerder verteld, kon ze niet geven wat hij van haar wilde. Pas toen ze in de rouw was om haar moeder, die in 2007 is overleden, en
ze een „emotioneel wrak was” kon ze het wel. Toen kon ze naar zijn zin pas geloofwaardig rouwen om de dood van Roméo.
„De Juliette van Prokofjev”, zegt ze, „heb ik dus tot in de kleinste details uitgewerkt, en dat is heel fijn, maar toen Ted [Brandsen, directeur en choreograaf van Het Nationale Ballet] me vroeg voor de Juliette van Berlioz, was ik meteen geïnteresseerd. Het is een andere stijl, helemaal nieuw, en het was heel bijzonder om met de zangers van de opera samen te werken. Ik denk dat mijn hart nu verdeeld is. Als ik terugga naar de versie van Rudi, zal ik er anders tegenover staan.”

Hoe dan?

„Anders nadenken over Juliette, anders doen. Nou ja, voor zover mogelijk. In de versie van Rudi is er natuurlijk minder vrijheid dan in die van Sasha. Sasha liet James [Stout, Roméo] en mij erg vrij in de emoties die we voelden, en daardoor was elke avond anders. In de grote klassieke balletten is de vrijheid altijd minder. De choreografie is gezet, op die tel heb je die emotie. Het is strakker.”

Rudi van Dantzig had misschien ook een ander idee over Juliette dan Sasha Waltz?

„Ja, ja, zeker. Juliette is bij Sasha geen slachtoffer. Ze durft grote beslissingen te nemen en ze kiest voor de liefde. Dat is bij Rudi en in het verhaal van Shakespeare ook wel zo, maar bij Sasha is het sterker. Wat voor haar ook belangrijk was: Juliette kiest voor Roméo, maar ze kiest vooral níet voor haar familie. Bij Rudi is ze puberachtig. Haar verzet tegen haar familie, die haar probeert te dwingen om met Paris te trouwen, is puberachtig. Bij Sasha is ze volwassener.”

Bij Berlioz is Juliette na het innemen van het vergif lang schijndood, veel langer dan bij Prokofjev.

„Heel mooi, heel luguber.”

Je wordt eindeloos rondgedragen door je vader en de priester die Roméo en jou in het geheim heeft getrouwd.

„Terwijl de priester weet dat ik niet echt dood ben. Dat vind ik zo kippenvel.”

Je moet je lichaam al die tijd slap houden.

„Ja, hoe minder ik doe, hoe beter en geloofwaardiger het eruitziet. Dat heeft heel veel repetitietijd gevraagd. Voor mijn partners is het gemakkelijker als ik meebeweeg en nu moeten ze maar afwachten hoe mijn arm of mijn been valt. En hoeveel tijd ze dan hebben om het op te vangen.”

Je danst deze Juliette op blote voeten, niet op spitzen.

„Sasha wilde dat. Toen ze bij ons was om kennis te maken en de dansers te kiezen bij wie ze een goed gevoel had, legde ze uit dat je met blote voeten het meest directe contact met de vloer hebt en dat dat voor haar belangrijk was. Het past bij haar stijl.”

En voor jou maakt het niet uit?

„Het voelde wel een beetje vreemd toen ik voor het eerst met publiek erbij ging dansen. Spitzen aantrekken voor de voorstelling is voor mij een ritueel, een deel van mijn voorbereiding. Het geeft me houvast.”

En dat was je nu kwijt?

„Nee, toen ik eenmaal op het toneel was, herkende mijn lijf vanzelf wat ik al die weken gerepeteerd had. Het is me eerlijk gezegd meegevallen.”

Igone de Jongh in de videoclip Birds van Anouk

Hoe voelt het om materiaal te zijn voor een choreograaf?

„Ik weet niet of ik het zo zou zeggen.” Ze denkt even na. „Als Hans van Manen [de choreograaf] tegen mij zegt dat ik op mijn hoofd moet staan, dan ga ik op mijn hoofd staan. Voor Hans doe ik sowieso alles. Ik ben zijn muze, hè. Dat betekent dat we elkaar begrijpen en heel graag met elkaar werken en elkaar inspireren. Als hij met mij een nieuwe choreografie creëert, dan wil ik dat hij alles wat hij in zijn hoofd heeft met mij moet kunnen proberen. Ik ben zijn instrument, maar wel een instrument met een eigen persoonlijkheid.”

Was het met Rudi van Dantzig anders?

„Met hem deed ik alleen bestaande balletten en dat geeft een andere verhouding. Op de een of andere manier is er dan meer houvast. En Rudi was iemand… Hij kwam niet de studio binnenlopen om even te kijken hoe de repetitie ging en dan weer weg te lopen. Hij was heel erg intens. Hij wilde dat wat je deed pure menselijkheid had. Het moest echt zijn, echt gevoeld.”

Hoe is het om met zeventig zangers op het podium te staan die allemaal veel minder mooie lijven hebben dan de dansers?

„Ja, ja, dat heb ik vaker gehoord, dat mensen het verschil zo groot vinden. Ik voel dat helemaal niet zo. Ik heb er ook geen moment aan gedacht. Ik vond het gewoon heel bijzonder om met ze samen te werken. Een deel van de zangers bleef in de coulissen naar ons kijken als ze zelf niet op het toneel hoefden te staan. Terwijl dat echt niet nodig was. Wat we wel hadden, de dansers en de zangers en ook de solisten… hoe zal ik het diplomatiek zeggen… We hadden het niet gemakkelijk met de dirigent. En dat schiep een band tussen ons. Een dirigent heeft bij opera een andere rol dan bij ballet, dat weet ik wel, maar deze dirigent… Voor hem ging het alleen om het orkest. Hij was totaal niet bezig met wat er op het toneel gebeurde.”

En dat maakt het dansen moeilijker?

„En ook vermoeiender, omdat je je steeds aan hem moet aanpassen. Er zijn voor mij twee dirigenten bij wie ik me volkomen veilig voel, en dat zijn Ermanno Florio [voorheen muzikaal leider en nu gastdirigent bij Het Nationale Ballet] en Matthew Rowe [nu de muzikaal leider en chefdirigent]. Als ik bij hen op het toneel sta, hoef ik nergens over na te denken. Ermanno Florio – hij ziet het als ik moe ben en het wat sneller moet. Zo ver gaat het. Hij weet altijd waar mijn moeilijke punten liggen of waar ik het wel aankan als hij het orkest wat meer trekt.”

Ze vertelt dat ze vandaag een rustige dag heeft. Zo meteen heeft ze (verplicht) les – een halfuur oefeningen aan de barre en een halfuur in het midden van de zaal – en daarna repetitie met James Stout, voor de voorstelling van vanavond. „We willen de muziek even horen en elkaar voelen, en dan ben ik voor mijn doen vrij vroeg klaar. Dat betekent dat ik mijn kleintje van school kan halen [haar zoon, Hugo, is 6] en met hem naar de speeltuin ga. Daarna neemt zijn vader het over. Meestal repeteren we op de dag een voorstelling voor het volgende programma. Maar vandaag niet.”

De volgende voorstelling is Transatlantic, te zien tijdens het Holland Festival. De première is 11 juni. Het is een programma van vier jonge choreografen, van beide zijden van de Transatlantische Oceaan. De Jongh zit in het deel van de Nederlander Ernst Meisner, het ballet moet – het is eind april – nog gemaakt worden. Modeontwerper Jan Taminiau doet de kostuums. Voor een van de andere delen is De Jongh de balletmeester, ze leidt de instudering.

Ernst Meisner heeft haar partner al gekozen: Martin ten Kortenaar, uit het corps de ballet. Geen solist dus, en veel jonger dan zij. De Jongh is 36. „Dat vond Ernst interessant, de wat eh… oudere, meer ervaren ballerina met een opkomende mooie jonge danser. Ik heb geen idee nog wat hij precies wil gaan doen, maar het wordt een pas de deux.” Ze danste eerder al met Martin ten Kortenaar in Mata Hari. Daarin was hij een van de drie minnaars.

Het doet denken aan Birds.

Afwezig: „Ja, ja.”

Kon je je daarin inleven?

„In de rol?”

Ja. Is die realistisch?

„Nee, nee.”

Het jonge meisje…

„…dat mijn plek inneemt en dat de oudere ballerina dan van het balkon springt. Nee, hoor. Ik heb daar totaal geen moeite mee, dat de jongeren het op een gegeven moment van je overnemen. Niet als danseres, en ook niet als mens en als vrouw. Ik denk dat ik me zo gelukkig voel met alles wat ik heb meegemaakt in mijn carrière… En ik ben ook nog helemaal niet klaar. Ik zeg niet: ik dans nog een of twee jaar en dan is het klaar. Helemaal niet. Er zijn nog steeds dingen, nieuwe dingen, die me heel veel geven. Nieuwe partners, nieuwe choreografen. En Hans die nog leeft [hij wordt in juni 84] en die me nog heel veel kan geven… Maar ik ben gelukkig met wat ik bereikt heb. Ik heb totaal geen last van ‘had ik maar’ of ‘kon ik maar’. Ik vind het alleen maar heel erg leuk om aan jongere dansers door te geven wat ik heb gevoeld en meegemaakt, daarom ben ik graag balletmeester. En ik wil daar ook mee verder. Er zijn ballerina’s die daar geen zin in hebben, maar ik heb er wel zin in en ik kan het ook goed, denk ik.”

Merk je in je lijf een verschil met tien jaar geleden?

„Nee, niet in mijn lijf. Er is misschien wel een verschil in motivatie. Als ik weet dat er een ballet van Hans van Manen aankomt, dan sta ik zonder enig probleem elke dag in de les en dan vind ik het allemaal prima. En zoals nu met Roméo et Juliette, daar ben ik heel gemotiveerd voor. Maar voor de les… elke dag weer… dat vind ik wel eens moeilijk.”

Waarom moeilijk?

„Nou ja, saai. Vooral de barre, zo saai. Ik wil de balletmeesters niet tekortdoen, ze proberen het zo leuk mogelijk te houden. Maar het blijft saai. Als het voorbij is, en je gaat naar het midden, oké, dan gaat het wel weer. Dan begint het leuk te worden.”

Igone de Jongh in een promotievideo van het Nationale Ballet

Voel je ook geen verschil in je lijf voor en na de geboorte van je zoon?

„Nee. Ik ben eerder sterker geworden dan minder sterk.”

Vroeger was het verboden voor een ballerina om een kind te krijgen.

„Dat sloeg helemaal nergens op. Nou ja, het kan natuurlijk wel dat je er iets aan overhoudt, aan je bekken of aan je rug. Of dat je het gewicht er niet af krijgt. Ik heb het geluk dat mijn lijf goed heeft meegewerkt en het gewoon goed gedaan heeft.”

Klopt het dat je twintig kilo was aangekomen?

„Dertig. Haha, dertig! Ik was zo dik. En ik vond het zo heerlijk. Ik vond het heerlijk om zwanger te zijn, ik droom er nog vaak van. Het was geluk. Mijn moeder had het ook, die was ook zo dik geworden. Het was niet dat ik zo belachelijk veel at, hoor. Maar het zat gewoon overal. Overal.”

Voor een ballerina lijkt me dat toch wel een ding.

„Het is natuurlijk geleidelijk aan gegaan. Het is niet opeens: jezus, wat is hier gebeurd. Maar als ik nu foto’s terugzie, denk ik: wauw. Ik leek wel iemand anders.”

Hoe heb je het er weer af gekregen?

„Nou ja, Hans was natuurlijk heel slim, die zag mij toen ik acht maanden was en hij zei: wanneer is dat kind eruit? Ik zei: een paar weken nog. Nou, zei hij, ik ga dan en dan weer aan iets nieuws beginnen, dus ik hoop dat je er dan weer bent. Een grotere motivatie om terug te komen kon ik niet hebben.”

Hoe deed je dat?

„Ik heb hier goede begeleiding gekregen. Tijdens de zwangerschap heb ik heel veel pilates gedaan, en daarna ook. Die buik moet natuurlijk wel weer weg. En ja, onze discipline en onze mentaliteit van daar wil ik naartoe en daar heb ik zoveel tijd voor, dat neemt dan op een gegeven moment alles over. En dan ga je gewoon weer hard trainen.”

En op dieet?

„In het begin moesten er wel een paar kilo’s extra af.”

Onder begeleiding ook?

„Nee, dat deed ik zelf. In het begin gaf ik nog borstvoeding, dus toen moest ik wel goed eten. Maar het liep al snel stroef, omdat ik een heel zware bevalling heb gehad, en heel veel bloed had verloren. Ik heb het twee maanden volgehouden, en toen dacht ik: ik heb dat en dat nodig, zo heb ik altijd gedaan, en veel was het niet, ik eet sowieso niet veel als ik aan het werk ben, en je lijf herkent dat en dan gaat het eigenlijk vanzelf. Ik ben niet iemand die dagenlang niet eet. Dat kan ik helemaal niet. Dat hou ik niet vol.”

Ben je terug op je oude gewicht?

„Geen idee. Ik weeg mezelf al heel lang niet meer.”

Waarom weeg je jezelf niet?

„Omdat ik dan toch bang ben dat ik er teveel mee bezig zal zijn. En ik voel het wel aan mijn lijf. Als ik heel hard werk, voel ik dat ik misschien net wat ondergewicht heb. Als ik in de zomer lekker dooreet, voel ik dat er twee of drie kilo bijkomt. Maar ik wil niet dat het een ding wordt in mijn leven. Ik heb nooit een probleem gehad met te dik of te dun, en dat hou ik graag zo.”

En als je ophoudt met dansen, ben je dan niet bang dat je dikker gaat worden?

„Dat maakt me niet uit. Ik vind het wel, als vrouw, belangrijk om mezelf goed te verzorgen en dat zal dan niet anders zijn. En ik vind bewegen heel lekker. Het bewegen zal ik missen. Dus ik ga dan wel wat anders doen. Misschien ga ik zwemmen. Er is hier een secretaresse, een ex-danseres, die zwemt drie keer in de week. Dat lijkt me heerlijk. Dat vraagt discipline, en dat lijkt me ook heerlijk.”

De Jongh is getrouwd met de Franse balletdanser Mathieu Gremillet, die tot 2012 tweede solist was bij Het Nationale Ballet. Nu is hij creatief filmmaker, deels ook bij Het Nationale Ballet.

Mist hij het dansen?

„Helemaal niet.”

Hij sport nog wel?

„Hij gaat naar de gym nu. Maar eerst heeft hij het een tijdje helemaal laten gaan. Hij kwam ook aan toen, en dat vond ik helemaal prima. Hij vond het zelf ook prima. Je moet het zelf ondervinden, hoe het is als je stopt met dansen, wat je lijf dan doet.”

En jullie zoon, gaat hij dansen?

„Weet ik niet. Hij zit niet op dansles. Hij gaat zich wel steeds meer realiseren wat mama doet en dat er veel mensen naar haar komen kijken. Hij vraagt ook steeds of hij mee mag. Ik zeg altijd ja. Nou ja, niet naar Roméo et Juliette, dat vind ik te heftig voor zo’n kleintje.”

Omdat hij jou dan dood ziet?

„Ja. Ik denk dat het te veel indruk op hem maakt. Maar De notenkraker heeft hij wel vier keer gezien, en Midzomernachtsdroom vond hij heel leuk, want daar zit een ezel in. Hij is helemaal gek van dieren.”

Heeft hij een danslichaam?

„Ja, ja, hij heeft een mooi lijfje. Of ik dat zeg omdat hij mijn zoon is en ik blind ben van verliefdheid, dat weet ik niet. Maar hij heeft mooie beentjes, hij is goed in proportie. Mooie voetjes ook. En het elegante dat Mathieu en ik allebei hebben, dat heeft hij ook.”