Het ‘recht’ om te kwetsen maakt antisemitisme mogelijk

Een boekje met een bedoeling, zo valt Tegen de stroom in van Ernst Hirsch Ballin – jurist, hoogleraar en oud-minister – te omschrijven. Hij behandelt aan de hand van morele hoogvliegers als Titus Brandsma, Lodewijk Visser, Anton de Kom en Thomas More dilemma’s van deze tijd. Hoe om te gaan met geweld, angst en discriminatie? Hoe hielden zij stand, welke waarden vertegenwoordigden zij? Het boek is met 150 pagina’s beknopt, gebaseerd op eerdere lezingen en Hirsch Ballin schrijft geen makkelijke teksten.

Net als bij het recente Moreel Erfgoed van Bas de Gaay Fortman (1937) zit het belang van het boek vooral in wat de ervaren oud-politicus Hirsch Ballin (1950) nú observeert. Hij nam immers in 2010 voor een breed publiek stelling toen hij over het voorgestelde PVV-gedoogakkoord luidop tegen zijn partijleiding zei ‘Doe dat ons land niet aan’. Er stonden namelijk dingen in die ‘geen problemen aanpakken, maar mensen’.

Tegen de stroom in past in dat kader, zonder daar overigens naar te verwijzen. Het gaat om mensen die (ook) standhielden. Bij voorkeur in perioden waarin anderen compromissen sloten, meegaven of ronduit voor het ‘mindere kwaad’ kozen. Hirsch Ballin zoekt bij hen naar hoop, inspiratie en houvast. Bij de priester, mysticus en hoogleraar Titus Brandsma zoekt hij naar het precieze moment ‘waar onderhandelen ophoudt’. Brandsma waarschuwde immers voor rassenhaat en xenofobie, juist toen veel Nederlanders met de kennelijke oorlogswinnaar, Duitsland, gingen meebewegen.

Hirsch Ballin bepleit bijvoorbeeld een ethiek van de overeenkomst. Hij wijst het opportunistische, compromitterende contract af. Of het nu met de schurkenstaat is of met de digitale multinational die je toegang biedt als je even hier op ‘akkoord’ klikt. Je begeeft je, voor je het weet, in het machtsspel van een ander.

Het leven van de joodse jurist en oud-president van de Hoge Raad Lodewijk Visser, slachtoffer van latent antisemitisme binnen de hoogste rechtspraak, spiegelt Hirsch Ballin aan het antisemitisme van nu. Hij meent dat het ‘recht’ om te kwetsen en verdedigen nu ‘zo heftig’ wordt verdedigd dat het juridische actie tegen antisemitisme ondermijnt. Hij citeert dan ook instemmend de Hoge Raad in de recente zaak tegen de Amsterdamse ex-politicus Delano Felter, die alsnog veroordeeld werd om zijn antihomo-uitspraken in 2010. Het idee dat politici meeverantwoordelijk zijn om onverdraagzaamheid niet aan te wakkeren, werd zo bevestigd.