Gregor Samsa krijgt ineens zwarte billen

In een geestige roman laat deze Nigeriaanse schrijver zien wat er gebeurt wanneer je op een ochtend wakker wordt, niet als zwarte, maar als witte.

Toen Furo Wariboko op een ochtend ontwaakte uit een onrustige droom, keek hij eens goed naar zijn buik. Daarna liet hij zijn blik gaan over zijn benen, armen en handen. Furo Waribo was die nacht een witte man geworden. Nota bene eentje met groene ogen en oranje haar. Nog maar één ding herinnert hem aan zijn oorspronkelijke ik: z’n kont is zwart gebleven. Maar goed, daar heb je weinig aan; doe er een onderbroek overheen en niemand zal geloven dat je een zwarte Nigeriaan bent.

Dat wit-zijn niet direct voordelen heeft, blijkt al snel in de geestige roman Blackass van de Nigeriaanse schrijver A. Igoni Barrett (1979). Furo moet zich bijvoorbeeld een weg zien te banen door zijn wijk, waar doorgaans geen blanken komen. In plaats van dat mensen vragen ‘hé, wat is er nu met jou gebeurd’ herkent niemand hem meer, wordt hij door iedereen genegeerd, en beantwoordt niemand zijn groet.

Op weg naar een sollicitatiegesprek ziet Furo tot zijn grote schrik dat hij veel meer dikke aderen op zijn handen heeft dan hij altijd dacht. Ondertussen moet hij zich een houding zien te geven als blanke. Hoe zit zo iemand bijvoorbeeld in een taxi? Furo gaat onderuit zitten, kruist zijn armen voor zijn borst en probeert zo verveeld mogelijk te kijken, want op deze wijze laat een blanke zich door Lagos vervoeren.

Wie zich afvraagt of Barrett in zijn roman alsmaar duidelijk wil maken dat er in feite weinig verschil is tussen een blanke en een kever, kan gerust zijn. Dat is niet waar het in Blackass om draait. Behalve de eerste duidelijke knipoog naar Kafka gaat het verhaal puur om de gedaantewisseling: wat gebeurt er met je wanneer je van binnen nog dezelfde bent, maar uiterlijk totaal iemand anders.

Voorkeursbehandeling

Furo denkt alleen maar nadelen te ondervinden – zijn spraak wijst duidelijk op een Lagos’ tongval die blanken niet hebben – maar krijgt daarentegen juist een voorkeursbehandeling: hij krijgt een veel betere baan dan die waarop hij kwam solliciteren, en daarbovenop een auto met chauffeur en een goed salaris. Daarnaast zal een onbekende vrouw hem de eerste weken op weg helpen, om zo bij haar andere vriendinnen goede sier te maken met haar blanke vriend.

Furo wordt verkoper van klassieke marketingboeken – Execution: The Discipline of Getting Things Done en The 7 Habits of Highly Effective People – aan mensen die op zoek zijn naar een beter leven, maar dat moeten doen met boeken in plaats van een andere huidskleur. Het innerlijk van Furo past zich ondertussen voortreffelijk aan zijn nieuwe uiterlijk aan: Furo scheldt zijn chauffeur uit, wordt opportunist uit opportunisme, krijgt betere banen, neemt een nieuwe naam (Frank White) aan en blijft weg bij zijn ouders om vooral niet aan zijn vroegere identiteit herinnerd te worden. Het slot heeft dan ook weinig meer met Kafka te maken.

Blackass is origineel, spot op een prettige manier met vooroordelen over zowel blank als zwart, en bevestigt het idee dat uit Nigeria veel goeie boeken komen.

De roman is daarbij een spottende aanklacht tegen het land zelf. Zo krijgt Furo van zijn chauffeur de vraag waarom hij in Nigeria is gebleven – inmiddels heeft Furo het verhaal bedacht dat hij als Amerikaanse baby is geadopteerd door een Nigeriaans stel. Wanneer hij antwoordt dat hij er altijd al prettig heeft gewoond, lacht de chauffeur hem uit: ‘Niemand kan me vertellen dat ze het leuk vinden om in Nigeria te wonen. Tenzij die persoon geen verstand of gevoel heeft. Zelfs als je al het geld in de wereld hebt. Zie je die kuilen, waar zijn de goede wegen? Hoe zit het met het licht, de benzine, gewapende overvallen, kidnappers, Boko Haram? Vind je die ook zo leuk?’

Los van deze verwijten, draait Blackass natuurlijk in de eerste plaats om het feit dat Nigeria een land is waar je ongeacht je kwaliteiten meer kansen hebt als je blank bent.

Tegelijkertijd wordt er een spel gespeeld met de gedaanteverwisseling. Zo krijgt niet alleen Furo een andere kleur, maar wordt de schrijver (opgevoerd als personage) een vrouw. Barrett speelt een spel met zowel zijn personages als met de lezer, een spel dat aan het slot – zonder er hier over uit te weiden – te nadrukkelijk gespeeld wordt.

De literaire geintjes en trucs zijn dan ook niet het sterkste deel van de roman (en het terugbrengen van de zoektocht van de familie naar hun verloren zoon in de vorm van tweets is eerder een gimmick dan een geslaagde vondst). Van de nadrukkelijke verwijzingen naar Kafka en Ovidius’ Metamorfosen moet Barrett het evenmin hebben.

Americanah

Als gevolg van het feit dat het literaire spel met de lezer niet zo aansprekend is, ga je je alsnog concentreren op wat Barrett wíl zeggen, in plaats van op hóe hij het zegt. Als dat ‘hoe’ overtuigender was geweest, had de boodschap – ga niet af op wat iemand is, maar hoe iemand is – misschien meer indruk gemaakt. Nu is die boodschap te simplistisch.

Het is opvallend dat identiteit in romans uit Nigeria wel vaker een issue is, hoewel er nog niet eerder zo mee gespeeld wordt als Barrett doet. In zulke romans is identiteit meestal gekoppeld aan het migrant zijn. Een recent voorbeeld daarvan is het bejubelde Americanah (2013) van de Nigeriaans-Amerikaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie, die voor dat boek in de Verenigde Staten de National Book Critics Circle Award (voor fictie) ontving. Hierin stelt ze dat ‘ras totaal overhyped’ is, om vervolgens in haar migrantenroman te laten zien hoe twee studenten in de Verenigde Staten vooral beoordeeld worden op basis van hun huidskleur. Eenmaal terug in Nigeria worden ze als Amerikanen beschouwd. Ook hier gaat het deels over hoe destructief vooroordelen kunnen zijn, terwijl de roman daar tegelijkertijd op drijft.

Blackass kun je zien als een extreme uitwerking van dat thema, of als je wilt als diapositief van Americanah. Doordat Barrett het probleem rondom identiteit zo absurd neerzet, is zijn verhaal niet zozeer een spiegel die hij de lezer voorhoudt, maar eerder een lachspiegel. Maar dan wel een lachspiegel die op je zenuwen werkt – in positieve zin.