‘God heeft er een potje van gemaakt’

(59) debuteerde laat, schreef jeugdboeken waarvoor ze de allergrootste prijs kreeg, en komt nu met een autobiografische roman. ‘Tienen halen? Allemaal stommiteit. Ik zeg: leid een rommelig leven.’

Meg Rosoff (59) maakt er een grap van. Ze was alleen thuis, vertelt ze, die bewuste eerste dinsdagochtend van april, toen ze hoorde dat ze de Astrid Lindgren Memorial Award had gewonnen voor haar oeuvre. Ze had haar man niet eens verteld dat ze genomineerd was. Natúúrlijk niet, zegt ze, ze staat ieder jaar tussen de tweehonderdzoveel genomineerden. Met een bevriende Italiaanse illustrator heeft ze het trouwens elk jaar wel even over de prijs, dan kijken ze of hun namen op de lijst staan en vragen ze elkaar wat ze met het geld gaan doen.

Nu kreeg Meg Rosoff tot haar stomme verbazing zelf het telefoontje uit Stockholm: dat zij het prijzengeld van twee miljoen Zweedse kronen (ruim vijf ton in euro’s) eind deze maand in ontvangst mag komen nemen. „Ik moest het die ochtend geheimhouden, tot de bekendmaking tweeënhalf uur later. Er was trouwens ook niemand in de buurt om het tegen uit te schreeuwen.” Ze woont op het platteland, in het Engelse Suffolk. „Hallo! Vogels! Moet je horen!”

Mensen e-mailen haar nu of ze champagne drinkend door het huis danst. „Maar ik zit in een hoekje te vrezen dat ze per ongeluk de verkeerde hebben bekroond. Dat ik mijn laatste boek misschien al geschreven heb. Ik ben geen schrijver met honderd ideeën, ik pieker jarenlang, denkend dat mijn vorige boek het laatste was dat zou lukken.”

Dat is niet echt een grap, maar Rosoff, die vorige week even in Nederland was, lacht erom.

Blijmoedig gedeprimeerd

Ze zegt: „Als schrijver breng ik zoveel tijd door in mijn hoofd, nadenkend. Dat is een duistere bezigheid: wie maar lang genoeg denkt, eindigt in de duisternis. Daarom denken mensen liever niet te veel na. Zoveel schrijvers die ik ken zijn gedeprimeerd. Niet depressief, zo erg is het niet.” En zijzelf? „Ook, maar op een blijmoedige manier.”

Wat overigens ook een soort grap was, volgens de zwarte humor waarvan Rosoff houdt: ze won de internationale hoofdprijs van de jeugdliteratuur toen ze net overgestapt was naar de volwassenenliteratuur. Haar debuutroman voor volwassenen, Jonathan gaat los, was net een paar maanden uit. Haar laatste jeugdroman Mij niet gezien stamt uit 2013. De overstap was deels onbewust: het verhaal dat zich aandiende pakte zo uit. En deels bewust: ze was met ruzie weggegaan bij haar uitgeverij. „Na jarenlang met de laptop op de bank hangen, werd ik op een ochtend wakker en wist ik de beginzin van mijn volgende boek: ‘Toen Jonathan op een dag uit zijn werk thuiskwam, hoorde hij de honden over hem praten.’ Ik belde mijn redacteur, een nieuwe, die ik niet echt mocht, en hij zei na een lange stilte: ‘Juist. Als Jonathan werkt, dan is het dus niet voor jongeren.’ Ik kon hem wel schieten. Gelukkig wezen ze het boek uiteindelijk af en kon ik naar een nieuwe uitgever, die er extatisch over was.”

Zelden seks

Jonathan gaat los is op het eerste gezicht ook Rosoffs meest autobiografische roman. Haar hoofdpersoon Jonathan werkt in New York City in de reclame, als copywriter van volstrekt saaie bedrijven. Zijn vriendin en hij hebben zelden seks. Zijn honden hebben wel door dat hij lijdt onder ‘de verwoestende, verpletterende onbenulligheid van alles’, hijzelf nog niet.

Rosoff – geboren Amerikaanse, inmiddels al decennia Britse – modderde ook zo’n tijd aan. Ze debuteerde toen ze 46 was, nadat ze vijftien jaar in de reclame had gewerkt. „Jonathan lijkt op mij, inderdaad, al zijn de emoties waarover ik schrijf altijd wel in zekere zin autobiografisch. Misschien is het ditmaal letterlijker, vanwege mijn woede op de reclamewereld. Die heb ik nu eindelijk kunnen beteugelen met humor.

„Maar Jonathan ligt vooral dicht bij me omdat ik opgroeide met het idee dat je na je afstuderen volwassen zou zijn. Dan zou er iets magisch zijn gebeurd waardoor je een hypotheek kreeg, een baan, een partner, kinderen, ‘en alles’, schrijf ik in het boek. Dat had ik, en dat beviel niet.” Het schrijven was de redding, zoals dat voor Jonathan het besef is dat hij zelf de schrijver van het verhaal van zijn leven kan zijn. Het gaat over de schrijver, maar net zo goed over iedereen, over het leven. Want Jonathan schrijft dat verhaal niet daadwerkelijk, maar het is dat besef van vrijheid dat hem bevrijdt.”

Daarmee sluit Jonathan gaat los in feite naadloos aan bij haar oeuvre voor jongeren en jongvolwassenen. ‘In sprankelend proza schrijft zij over de zoektocht naar betekenis en identiteit in een eigenaardige en bizarre wereld’, prees de Astrid Lindgren-jury haar. ‘Rosoff schrijft over jonge mensen in de grensgebieden tussen kindertijd en volwassenheid, die voor moeilijke uitdagingen staan op hun zoektocht naar zichzelf.’

Haar boeken gaan allemaal over identiteit en opgroeien, constateerde Rosoff eens, toen ze haar oeuvre overzag „op de manier dat je je exen naast elkaar zet en ziet dat ze allemaal op je vader lijken”. Haar succesdebuut Hoe ik nu leef (2004) ging over een Amerikaans meisje dat op het Engelse platteland verblijft als de Derde Wereldoorlog uitbreekt én verliefd wordt. Rosoff: „Daisy probeert uit te zoeken wie ze is en beseft dat het bevrijdend is om iets groters te hebben in je leven.”

Ze trekt een lijn tussen dat boek en de historische roman Niemandsbruid (2009). „Pell kiest ervoor om niet te worden wat van haar als jonge vrouw verwacht wordt, ze kiest ervoor om haar eigen verhaal te schrijven, als een jongere, vrouwelijke versie van Jonathan.”

Ze verbindt dat weer met Wat ik was (2008) – „over een jongen die zich geen ‘echte’ jongen voelt en zich dan spiegelt aan een jongen die geen jongen blijkt, ook een verhaal over de worsteling met de sociale norm en over de onzinnige constructie die die norm is”.

En koppelt dat aan het atheïstische gedachtenexperiment In het begin was er… Bob (2012), waarin God wordt voorgesteld als een luie puber, een speelbal van hormonen. „Als je onze wereld bekijkt en in God wilt geloven, moet je accepteren dat hij er een potje van heeft gemaakt. Ik weet nog dat ik een jaar of zeven was, op de bus stond te wachten en dacht: als God zo machtig en wijs is, waarom kan ik dan niet mijn ogen dichtknijpen en thuis zijn? Had op die zevende dag nou even doorgewerkt!”

‘Ik hou van raar’

Dat soort dwarse gedachten zit ook veel in het werk van Rosoff – het neigt naar het bizarre, al zou je het ook kunnen zien als een vrolijke manier om de onverklaarbare eigenaardigheden in de wereld te erkennen en tegelijk te relativeren. „Ik hou van raar. En ik zie het als mijn taak als schrijver om dingen op te merken die anderen niet opmerken. De normale manier waarop we naar problemen kijken te ondermijnen.”

Waarom ze daar zo van houdt? Ze wil radicaal verwerpen wat ‘normaal’ heet te zijn, vertelt Rosoff, en ze raakt op stoom. „Ik haat die realistische young adult-boeken die de dingen als Heel Erg voorstellen, verhalen over kinderen die getreiterd worden op school, ik vind ze saai, geschreven met een verborgen agenda. Ik vind dat niemand zo’n agenda zou moeten hebben. Dan gedraag je je zoals je je ‘hoort’ te gedragen, terwijl dat een sociale constructie is.

„Ik ben opgegroeid bij een moeder die geobsedeerd was door wat normaal was. Ze was totaal ondersteboven toen ze van mijn vader ging scheiden, omdat niemand die ze kende ooit gescheiden was, dat hoorde niet. Ik was ook om verschillende redenen geen normaal kind. Ik was niet ‘meisjesachtig’, bijvoorbeeld, en daarom zou ik nooit een man kunnen krijgen, zeiden ze. Ik verzette me tegen dat idee van normaal, omdat ik niet normaal kón zijn.”

Slechte beslissingen in het leven

Haar oeuvre is wie zij is, lijkt Rosoff te willen benadrukken. Waarmee ze ook maar wil benadrukken dat ze niet voor jongeren schrijft om hen iets te onderwijzen. „Dat doe ik hopelijk alleen als ik scholen bezoek. Dan vertel ik hoe ik mijn leven heb geleefd, over de slechte beslissingen die ik heb genomen, over het rommelige leven. Tienen halen en daarmee zogenaamd succes hebben, dat is allemaal stommiteit. Ik zeg: leid een rommelig leven, denk niet dat je alles moet hebben uitgedacht. Dan geef ik les, dan heb ik een agenda, ja. Wat ik zo probeer te doen is mijn eigen misvattingen van toen corrigeren – net als dat ik zo vriendelijk ben om Jonathan maar acht maanden te laten afzien in de reclamewereld, terwijl ik er zelf vijftien jaar in vastzat.”

Rosoffs boeken zijn literair en experimenteel, niet belerend of opvoedend. Waar ze op uitkomt is geen nieuw dogma, geen nieuwe leefregel, maar vrijheid.

Is dat ook niet mooi aan die Astrid Lindgren Memorial Award, dat die de financiële vrijheid brengt om voorlopig te doen wat het liefst doet? „Ja, en dan zit ik weer maanden te piekeren en te wachten tot er een verhaal komt, en dan voel ik me daar weer schuldig over. Je wilt ook niet té vrij zijn, want dan hoef je niets te doen.”

Trouwens, dat prijzengeld moet je ook niet overschatten, lacht ze. „Ik zal je verklappen dat ik 35 procent aan de belasting moet afdragen. Niet aan Engeland, aan de Verenigde Staten. Inderdaad, het land waar ik al 27 jaar niet meer woon. Het is niet logisch, maar het is wel zo.”