De mooiste animatiefilm van 2016

Opnieuw baart de Nederlandse Michaël Dudok de Wit opzien met een animatiefilm. In Cannes is de verzamelde pers het eens: een meesterwerk.

Fantastisch, de première van zijn speelfilmdebuut The Red Turtle in het Palais des Festivals, een woordloze, prachtig gestileerde Robinson Crusoe-animatie van tachtig minuten. „Ik kreeg zoveel complimenten. Niet van die vlakke, maar hele enthousiaste”, zegt de Nederlandse animator Michaël Dudok de Wit de volgende ochtend. Zijn film is te fijnzinnig voor een blockbuster. „Misschien maakt hij zelfs verlies.” Maar een beter lanceerplatform dan Cannes kon hij zich niet wensen. „De trailer van The Red Turtle is al meer dan een miljoen keer bekeken!”

Nog beter nieuws: de mondiale filmpers loopt weg met deze debuutfilm van Dudok de Wit, die in 2001 een Oscar won met de korte animatiefilm Father and Daughter. Sony Pictures Classics kocht donderdag de filmrechten voor Noord- en Zuid-Amerika na de positieve tot euforische reacties. „Een fabel zo eenvoudig en puur dat je het gevoel hebt dat hij al honderden jaren bestaat”, zucht Variety. „Een zwijgzaam klein meesterwerk”, stelt website Indiewire. The Hollywood Reporter, die wel wat aanmerkt op het uitgebeende plot en de emotionele muziekscore, concludeert: „Maar het punt is: verzet je niet, go with the flow.”

Frankrijk blijft niet achter: „Een woordloze Robinsonade van adembenemende visuele en muzikale schoonheid”, stelt Le Monde. Première noemt The Red Turtle „minimaal de mooiste animatiefilm van 2016”, Metro beleefde „een emotionele tsunami”. La Libre Belgique stelt dat deze „ode aan het leven en de sereniteit” op zijn minst de debutantenprijs Caméra d’or verdient, nu Cannes de „blunder” beging de film niet in de hoofdcompetitie te programmeren: The Red Turtle draait in het tweede filmprogramma Un Certain Regard.

The Red Turtle is een levensfabel over een drenkeling die na een adembenemend geanimeerde storm aanspoelt op een eiland. Er is water en voedsel in overvloed, maar hij wordt gek van eenzaamheid. Een enorme rode schildpad saboteert evenwel al zijn vluchtpogingen op een bamboevlot. De schipbreukeling is niet de enige die eenzaam is.

Dudok de Wit maakte zijn film onder de vleugels van het Franse Wild Bunch en Ghibli, dat hem in 2006 benaderde: de twee grijze titanen van deze vermaarde Japanse animatiestudio, Isao Takahata (The Tale of the Princess Kaguya) en Hayao Miyzaki (Spirited Away, The Wind Rises), waren verrukt over zijn Father and Daughter. In 2013 kon Dudok de Wit, na heel veel vlieguren tussen Londen en Tokio, aan de slag met een team van dertig animators.

Anders dan Dudok de Wits korte films in houtskool en waterverf-stijl, bijna monochroom en met harde schaduwen, bevat The Red Turtle kleur. „Het principe was wel dat in elk shot één of twee kleuren overheersen, we wilden een veelkleurig Californische palet vermijden.” En klare lijnen, een gevolg van zijn pragmatische keuze voor Cintiq-tablets in plaats van papier.

Maar hoewel de film visueel een eigen weg inslaat, is het thematisch Ghibli: sereen, met Shinto-eske natuurmystiek, metamorfoses van mens, dier en god, miniatuurwezentjes – krabbetjes – als een soort Grieks koor annex ‘comic relief’, vliegende dromen en zelfs een overstroming. Dat alles is vaste prik in het oeuvre van Hayao Miyazaki. Omdat hij een enorme fan van Ghibli is, zegt Dudok de Wit, maar ook omdat hij, hoewel hij als auteur alle vrijheid kreeg, de studio expliciet om hulp vroeg. „Zij hebben zoveel ervaring met speelfilm.” Zo was het ook Ghibli dat Dudok de Wit, na veel gezwoeg, aanmoedigde om de film tekstloos te maken. „Ik dacht dat hij zonder tekst onbegrijpelijk was, zij zeiden: nee, dat komt wel goed. Het was alsof er een gewicht van mijn schouders viel.”