De liedjes van Arean en Brouwers bruisen van levenslust

‘Ik heb een nieuwe partner in m’n zoveelste seizoen”, zingt Jenny Arean in haar nieuwe theaterprogramma. Die partner is Marijn Brouwers, die zich sinds enkele jaren aandient als zanger van het betere Nederlandstalige lied. Wat repertoire betreft hebben ze zodoende veel gemeen; ook Arean is immers gespecialiseerd in Nederlandse liedjes op hoog niveau, die vrijwel allemaal op haar initiatief worden geschreven door de besten die er op dat gebied bestaan – auteurs als Ivo de Wijs, George Groot, Jurrian van Dongen en Jan Boerstoel.

Het was Brouwers’ idee Jenny Arean weer eens een eigen podium te geven. Haar laatste solo dateert al van negen jaar geleden. Zijn prijzenswaardige daadkracht leidde tot een liedjesprogramma waarin ze beurtelings hun beste nummers zingen. Stijlvol gemonteerd door regisseur Ruut Weissman en stuwend begeleid door Marc-Peter van Dijk (piano), Reyer Zwart (bas) en Peter van Os (accordeon).

Nog altijd is Arean de grootmeesteres van de verhalende liedjes, waarin ieder woord een eigen gevoelslading krijgt, en de levenslustige hymnes waarin ze zich met grote gretigheid weet vast te bijten. Zo’n nummer als ‘Zing dan’, op een opzwepende melodie van Nino Rota, is een lijflied van jewelste. Brouwers biedt minder vocale precisie, vooral in enkele pathetische chansons, maar op zijn best is hij in twee ironische liedjes – over een gezin met drie homozonen en over de ongelukkige jeugd als latere goudmijn voor de kunstenaar: „Bij mij was het goddank ook heel erg erg”. En dat hij naast Jenny Arean overeind blijft, is al een prestatie van belang.