Bij Augustus is alles koek en ei

Over Augustus gaan verhalen over moorden en complotten. Roddels achteraf, aldus historicus Goldsworthy.

Buste Keizer Augustus, 1ste eeuw v. Chr. in Vaticaanse musea, Rome Foto CM Dixon/Getty Images

Is Marcellus, de geliefde neef en schoonzoon van keizer Augustus, nu wel of niet vermoord? Deze ruim 2.000 jaar oude cold case komt aan de orde op de helft van de uitvoerige, mooie biografie van keizer Augustus (63 v.Chr.–14 n.Chr.). De ongelooflijk spannende eerste levensperiode van deze stichter van het Romeinse Keizerrijk hebben we dan al gehad.

Het boek begint met de turbulente opkomst van Julius Caesar in een door burgeroorlogen verscheurde Romeinse republiek. En na de onverwachte moord op Caesar in 44 v.Chr. is er diens al even onverwachte testament waarin Caesar zijn onbekende jonge achterneef Gaius Octavius – de latere Augustus – postuum adopteert en tot zijn belangrijkste erfgenaam benoemt. Deze superslimme Octavius, vanaf dan met de magische naam Gaius Julius Caesar, weet tot ieders verbazing en met veel geluk binnen een paar jaar een centrale rol te verwerven in de staat. De jongen, amper twintig, doet ook flink mee met de onderlinge afrekeningen in de burgeroorlog. En geheel in Romeinse stijl schrijft hij rauwe seksuele spotgedichten op zijn tegenstanders. Zoals ‘Antonius neukt Glaphyra, dus Fulvia wil uit wraak mij palen! Wat, moet ik Fulvia neuken?’ In de slag bij Actium in 31 v.Chr. worden zijn laatste rivalen Marcus Antonius en Cleopatra verslagen. Vanaf dan is Octavius onbetwist alleenheerser over het grote Romeinse Rijk. Een tijdje later krijgt hij de ongekende erenaam Augustus: de verhevene. Zijn definitieve naam wordt Imperator Caesar Augustus.

Het is een verhaal dat gemakkelijk met wijsheid achteraf verteld kan worden: de onvermijdelijke opkomst van een geniaal joch met de juiste familie en vrienden. Maar de Britse historicus Adrian Goldsworthy (1969) legt de nadruk op de toevalligheden en onzekerheden van het moment. En op de roekeloosheid van de jonge, onervaren, maar arrogante aristocratenzoon die verschillende malen ternauwernood aan de dood ontsnapt. Het is een belangrijk verhaal. Als Octavius/Caesar Augustus in deze tijd gesneuveld was, was de wereldgeschiedenis zeer waarschijnlijk heel anders verlopen.

Gifmengster

Eenmaal definitief aan de macht houdt Augustus zorgvuldig de oude republikeinse tradities in stand, met jaarlijkse verkiezingen van consuls, praetors, quaestors en aedilen. Goldsworthy beschrijft Caesar Augustus als een verstandige militaire dictator die zorgvuldig zijn machtsbasis onderhoudt, maar ook als een man die het hele Rijk doorreist om problemen op te lossen. Augustus brengt orde en rust op een (relatief) beschaafde manier.

Maar nu die moord – als het al een moord was. Het is inmiddels 23 v. Chr. Caesar Augustus is een jaar of veertig en oppermachtig. Alles lijkt koek en ei, hoewel Augustus een tijd ernstig ziek is. Het is in die tijd dat hij zijn neef Marcellus adopteert. Marcellus trouwt ook met Augustus’ enige kind: Julia. Nog geen twintig jaar oud krijgt de neef ook belangrijke staatsfuncties. In dezelfde tijd vertrekt Augustus’ trouwe jeugdvriend en secondant Agrippa om onduidelijke redenen naar Lesbos, weg uit Rome. De meeste feiten zijn bekend uit bronnen van anderhalve eeuw later: Suetonius en Tacitus. Zij verbinden deze feiten met verhalen over ruzie, jaloezie en strijd om de opvolging. Als korte tijd later Marcellus plotseling sterft, is het verhaal rond: moord! Waarschijnlijk vergiftigd door de tweede vrouw van Augustus, Livia, die zodoende een rivaal voor haar eigen zonen uit de weg kon ruimen. Livia had de reputatie van gifmengster. Zo wordt het verhaal ook verteld in de beroemde televisieserie I Claudius.

Maar de nuchtere Goldsworthy gelooft er niks van. Er is geen enkel direct bewijs en ieder los feit kan je ook gemakkelijk anders interpreteren. De geniale veldheer en organisator Agrippa had waarschijnlijk belangrijk werk te doen in de oostelijke provincies. Er stierven zo vaak Romeinse aristocraten op jonge leeftijd aan ziekten. En er was ook helemaal geen reden voor samenzwering. Augustus had juist expliciet Marcellus niet tot opvolger benoemd. Uit alles blijkt dat Augustus wilde worden opgevolgd door een groep van bekwame familieleden, die in de beste Romeinse tradities samen het rijk zouden besturen, zoals Augustus zelf de macht in feite deelde met Agrippa. Achteraf niet erg realistisch, maar dat wisten de Romeinen toen nog niet.

Eeuwenoude roddel

In de rest van het boek houdt Goldsworthy die nuchtere, kritische historische lijn vast. De rivaliteit tussen Livia’s zonen Tiberius en Drusus? Overdreven. Het flagrante overspel van zijn dochter Julia? Waar, maar waarschijnlijk geen onderdeel van een samenzwering tegen zijn bestuur. De ‘vrijwillige’ ballingschap van Tiberius? Waarschijnlijk had de sociaal onhandige en keihard werkende generaal echt even genoeg van zijn werk. En de plotselinge dood van Augustus’ kleinzonen Gaius en Lucius? Dat zou wel een heel knappe samenzwering zijn geweest, om Gaius tijdens onderhandelingen in Armenië te laten verwonden! En Lucius dan? Die werd gewoon ziek, dat gebeurde zo vaak. En alle bronnen voor de roddels zijn uit latere tijd.

Goldsworthy heeft ongetwijfeld gelijk, ook al maakt dat het verhaal wel saaier. Aan het slot blijft alleen Tiberius over, als mogelijke opvolger. Een prima kandidaat, meent Goldsworthy. Want er mogen (overdreven) verhalen gaan over zijn seksuele misdragingen, ook Tiberius bestuurde het rijk goed.