Besturen de vastgoedjongens tegenwoordig de stad?

Een giga woontoren past niet in de Zalmhaven, schrijven Adriaan Eelkema en Lia Lugthart.

De Rotterdamse gemeenteraad mag volgende maand het oordeel vellen over de komst van de Zalmhaventoren (215 meter) in het Scheepvaartkwartier. Negen jaar geleden (!) waren honderden bewoners in de Arminiuskerk aanwezig om hun zorg hierover te uiten. In 2010 waren D66, CDA, GroenLinks, CU, SP,VVD fel tegen de superhoogbouw plannen. Helaas net geen meerderheid: PvdA en Leefbaar Rotterdam stemden grotendeels voor. Beide fracties steunden de wethouders – Karakus en Pastors – die zich verbonden hadden aan de plannen van de projectontwikkelaars (o.a. LSI). De vrijstelling kwam er, maar de ontwikkelaars hebben hun bouwplannen nooit ingediend. Daarmee verliep de vergunning in 2013.

Nu zijn we op herhaling: het oude plan is afgestoft en opnieuw ingediend. Wat er ook cosmetisch geschaafd wordt aan de plannen, het uitgangspunt verandert niet; 485 nieuwe appartementen plus kantoren op de plek van een leegstaand kantoorgebouw. De simpele vraag die omwonenden al jaren stellen; mag het ook wat minder?

De regie voor nieuwbouw ligt tegenwoordig bij het vastgoed. Het is de ontwikkelaar die het bestemmingsplan maakt en onderzoeken uitvoert. De gemeente toetst alleen nog. Waarom blijft het aantal appartementen zo hoog? Winstmaximalisatie lijkt de doorslaggevende factor, beschamend voor een stad die zich laat voorstaan op een hoogstaande stedenbouwkundige traditie.

De bewoners van het Scheepvaartkwartier wonen met veel plezier in dit historische én moderne stukje Rotterdam. Ook in hoogbouw. Een oud kantoorpand verruilen voor appartementen; wie kan daar nu tegen zijn? Wij niet. Maar een plan dat zo massaal is, waardoor er terecht grote zorgen zijn over het aangezicht, de bereikbaarheid en de leefbaarheid in de wijk, dat stuit ons tegen de borst. Wij pleiten voor een plan dat beter past in de wijk. Ook een plan met 200 appartementen draagt bij aan de verdichtingsdoelstellingen van de gemeente.

De gebiedscommissie Centrum adviseerde het college: „De gebiedscommissie is van mening dat het hoogste gebouw van Nederland niet op deze locatie behoort te komen.” Wethouder Schneider vond dit advies van onze verkozen vertegenwoordiging „teleurstellend” en legde het naast zich neer...

De gemeenteraad is nu aan zet om te bepalen wie in deze stad de stedenbouw bepaalt; de vastgoedjongens of de Rotterdamse volksvertegenwoordiging.