Al jaren eigentijds en goed Aziatisch eten

foto rien zilvold

Het hoeft natuurlijk niet altijd nieuw of hemelbestormend (of een combinatie van beide) te zijn. Soms heb je gewoon zin in iets wat je bij wijze van spreken kunt dromen. Dat had ik van de week en zo kwam het dat ik op het lunchuur binnenstapte bij Asian Glories, al heel lang een familiefavoriet. Onze dochter kwam er voor het eerst toen ze nog in een mandje lag en geen benul had van eindexamen vwo. We hebben er verjaardagen van alles en iedereen gevierd en vielen er in wisselende samenstellingen binnen na cafébezoek of anderszins. We liepen mee in de stille tocht na de catastrofe met vlucht MH17 om de eigenaren van Asian Glories, Jenny Loh en Po Fan, te herdenken. Hun zoon Kevin zet de zaak voort.

„Ik ben alleen,” zeg ik tegen de gastvrouw die de deur openhoudt.

„Zij ook”, zegt ze, wijzend op de serveerster die toevallig langsloopt.

„Dan zijn we alledrie alleen”, zegt die, lachend.

Ik krijg een tafel met uitzicht op het lelijkste gebouw in de binnenstad, de parkeergarage van V&D. Aan het interieur is niets veranderd: smaakvolle verwijzingen naar Azië, prettig met linnen gedekte tafels, comfortabele stoelen, de open keuken. Aan de wand hangt een foto waarop Jenny wordt geflankeerd door de Rotterdamse topchefs François Geurds en Herman den Blijker.

Vroeger lieten we ons gewoon verrassen. Er kwamen dimsum (het woord, Chinees voor ‘het hart beroeren’ ) op tafel, we kregen oesters, scheermesjes, sint-jakobsschelpen, kleefrijst in lotusblad, pannenkoekjes met pekingeend en altijd schonk Jenny er de heerlijkste wijnen bij.

Ik denk dat het deze middag voor het eerst is dat ik de kaart in handen heb. Ik bestudeer hem, nippend van een glas viognier uit de Languedoc-Roussillon die zowaar een zonnetje brengt op deze grijze meidag. Er komt een schaaltje kroepoek met zwartebonensaus op tafel.

For old times’ sake bestel ik het dimsum-plateau (14 euro) en wijzend op de regel over geroosterd eendenvlees onder het kopje Hoofdgerechten vraag ik naar de bekende weg: „Dit is niet de pekingeend met pannenkoekjes hè?”

„Geen probleem, hoor”, zegt de serveerster die ook alleen is. „Hoeveel wilt u er?” Drie lijkt me goed.

De vier gestoomde dimsum arriveren in een bamboe mandje, de vier gefrituurde op een schaaltje. Er is er een bij die ik nog niet eerder heb geproefd: garnalen met gedroogde olijf; de andere ken ik: garnalen met koriander, varkensvlees, een loempiaatje. In twee kommetjes zitten een rode, pittige en een wat dunnere donkere saus.

Aan de tafel achter mij nemen twee mannen plaats. „Die stokjes mag je meenemen, daar kan ik niet mee eten, met die dingen,” zegt een van hen.

Daar komen de pannenkoekjes. Aan tafel worden ze besmeerd met hoisinsaus en belegd met lente-ui, eendenvlees en knapperig gebakken eendenhuid. Een kwestie van oprollen en opeten zodat de smaken in de mond een klein ontploffinkje veroorzaken.

Achter mij hoor ik: „In Brussel zit een stelletje socialistische globalisten, ondemocratische oelewappers die aan landje-pik doen.”

De kleefrijst met kip in lotusblad die ik intussen heb besteld (en die ik ook niet op de kaart had zien staan), smaakt als vanouds. De gastvrouw vraagt of ik er misschien nog saté bij wil. Dat ik daar zelf niet aan heb gedacht… Op een schaaltje liggen twee stokjes kipvlees, bedekt door een mooie dikke saus met stukjes pinda. Niets nieuws onder de zon, maar alles precies goed.

„Ik hoop op een Brexit en dan op een Nexit”, zegt de man met de hardste stem achter mij. „Dan kunnen we weer handel drijven zoals wíj dat willen.”

Na het afrekenen (in totaal 54,85 euro) vraag ik de gastvrouw hoe het met Kevin is. „Hij is op het stadhuis, hij trouwt vandaag.”