Zo lekten de Panama Papers uit

Twee Duitse journalisten beschrijven in hun vrijdag verschenen boek hoe het uitlekken van de Panama Papers begon.

De Panama Papers bevatten gelekte informatie van het juridische advieskantoor Mossack Fonseca . Foto Carlos Jasso/Reuters

Ze zaten middenin in een onderzoek naar fiscale constructies die ze op het spoor waren gekomen via LuxLeaks, de duizenden uitgelekte documenten over belastingontwijking via Luxemburg, toen een klokkenluider zich meldde met een nieuw lek: de vergadernotulen van juridisch advieskantoor Mossack Fonseca in Panama. En in die notulen lazen ze een waarschuwing tegen hén. Pas op voor twee „Duitse undercoverjournalisten”.

Daarmee waren Bastian Obermayer en Frederik Obermaier van de Süddeutsche Zeitung direct gegrepen door de zaak, die zou uitmonden in de Panama Papers: 11,5 miljoen documenten over fiscale constructies in belastingparadijzen. Vrijdag verschijnt de Nederlandse vertaling van hun boek Panama Papers. Het verhaal van de wereldwijde onthulling.

Het boek beschrijft de aanloop naar die onthullingen. Vanaf het moment dat een van de redacteuren een e-mail ontving van klokkenluider ‘John Doe’ en hij de eerste stukken van het Panamese advieskantoor mocht inzien, via de ontdekking dat medeoprichter Jürgen Mossack de zoon is van een geëmigreerde oud-SS’er, tot het moment dat het journalistennetwerk ICIJ (International Consortium of Investigative Journalists) uit Washington erbij gehaald werd.

Obermayer en Obermaier vertellen hoe de opwinding tot grote hoogte stijgt wanneer blijkt dat de klokkenluider geen oude, gedateerde gegevens aanlevert, maar een mol is die nog altijd toegang heeft tot de actuele databestanden. Zo kunnen de auteurs zo ongeveer over de schouder van de partners van Mossack Fonseca meekijken en lezen hoe onder de kop de ‘Duitse kwestie’ hun eigen LuxLeaks-onderzoek naar de betrokkenheid van Duitse banken bij belastingontwijking via Luxemburg op de agenda komt te staan. Ook zien ze dat medewerkers worden gemaand op hun hoede te zijn.

De Panama Papers mondden uit in een journalistiek megaproject van 376 journalisten in 75 landen. In Nederland kregen Trouw en Het Financieele Dagblad de data in handen.

De meeste aandacht ging hier uit naar belastingontwijking en de betrokkenheid van de trustsector. Het boek van de Duitse journalisten beschrijft vooral het gebruik van de Panama-route door regeringsleiders in Rusland, IJsland, China, Argentinië, Syrië en Libië om smeergeld te betalen, embargo’s te omzeilen, wapenleveranties te financieren, staatsfondsen weg te sluizen en privébezittingen te verhullen.

Hun boek is in Duitsland met enige teleurstelling ontvangen, doordat bij veel affaires de precieze intenties onduidelijk blijven of sporen doodlopen. Tegelijkertijd schetst het boek hoe via ICIJ data die klokkenluiders aanbieden, met succes internationaal en professioneel verwerkt kunnen worden.

Manifest

ICIJ zette twee weken geleden ter voorlopige afsluiting van hun onderzoek de persoonsnamen – niet de onderliggende documenten – uit de Panama Papers online. De organisatie heeft besloten het materiaal niet ter beschikking van justitie stellen. De klokkenluider liet in een manifest in de Süddeutsche Zeitung weten hiertoe wel bereid te zijn.

Joris Luyendijk, schrijver van de bestseller Dit kan niet waar zijn, over de cultuur in de financiële sector, schreef het voorwoord bij de Nederlandse vertaling. Anders dan de klokkenluider John Doe, die in zijn manifest een moreel appèl doet op advocaten en fiscalisten om hun kat-en-muis-spel met regelgevers te staken, pleit Luyendijk juist voor strengere wetgeving die niet alleen belastingontduiking maar ook belastingontwijking strafbaar stelt.

Daarnaast vertelt Luyendijk dat hij een e-mail ontving van een medewerker van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst FIOD, die schreef: „Reken maar dat de mensen bij al die brievenbusfirma’s aan de Zuidas het nu heel warm hebben. Het wachten is op de Amsterdam Papers.”