Van eenzame sadisten heb ik niets te vrezen

„Wie ben jij om kritiek te hebben op Erdogan? Sterf. Laat ik je niet tegenkomen op straat”, aldus de Turks-Nederlandse meneer die mij in het Turks een berichtje stuurt op sociale media.

Iemand die zich Kees noemt benadert me via mijn website: „Beste özdil. Ik hoop dat je heel langzaam en heel pijnlijk heel dood gaat. Groetjes, Kees.”

Een anonieme twitteraar: ‘pseudo-intellectueel @ZihniOzdil weet het allemaal beter. Kankerturk gaat beter eerst armeense genocide erkennen.’

Een andere meneer stuurde jarenlang wekelijks haatmails met als onderwerp, altijd in capslock, zaken als ‘JULLIE GAAN HET NOOIT WINNEN.’ Ook al negeerde ik alles, hij bleef onophoudelijk doorgaan. ‘Ozdilltje’, noemde hij me wanneer hij me uitschold omdat ik volgens hem een ‘allochtone profiteur’ ben die er op uit is om ‘Nederland te vernietigen’.

Niks nieuws onder de zon. Van Metro-columnist Ebru Umar tot Joop-hoofdredacteur Francisco van Jole, iedereen die in het publieke debat enigszins kritisch is, heeft te maken met haatberichten. Sommige zijn onbedoeld grappig, andere komen bedreigend over, vooral wanneer ze stalkerige trekjes krijgen zoals de e-mails van de capslock-meneer. Als ik vrienden laat zien wat ik zoal binnenkrijg, schrikken ze zich een hoedje. Dat ik er vooral om moet lachen en het wegwuif, baart ze zorgen. Ik moet maatregelen nemen, vinden ze. Hebben ze gelijk? Ik denk het niet.

Een onderzoek dat gepubliceerd werd in het wetenschappelijk tijdschrift Personality and Individual Differences wijst uit dat internettrollen, zoals mensen die regelmatig online scheld- en haatberichten sturen, psychopathische trekjes hebben. Via twee grote studies met 1.215 respondenten is een sterke correlatie gevonden tussen online trolgedrag en sadisme en narcisme. Het blijkt bijvoorbeeld dat trollen er uitzonderlijk sterk van genieten als ze andere mensen een slecht gevoel kunnen bezorgen: ‘De associatie tussen sadisme en internettrollen was zo sterk dat we kunnen concluderen dat mensen die trollen prototypische alledaagse sadisten zijn.’ Simpel gezegd: het zijn onzekere, gefrustreerde types. Nare mensen die eigenlijk hun eigen misère proberen te compenseren door anderen te pesten. Daarom opereren ze vaak anoniem.

Een bevriende journalist heeft via het IP-adres van de capslock-meneer kunnen achterhalen wie het was. Tot overmaat aan clichés bleek het een gepensioneerde militair te zijn die in een of ander afgelegen dorp woont. Ik kreeg medelijden met hem. Sympathie zelfs. Ik zag het al voor me: een bejaarde man met een saai leven die doodsbang is voor een veranderende wereld en zijn angst uit via haatmails naar mensen die volgens hem ‘zijn land kapotmaken’.

Net als de 58-jarige Willem van L. uit Barendrecht die onlangs voor de politierechter moest verschijnen. Willem had op Facebook onder andere PvdA-leider Diederik Samsom bedreigd:

„Hee Samsom ik wil even 1 ding laten weten als er ook maar iets gebeurd met mijn vrouw of dochter omtrend die stinkende vluchtelingen kom ik achter je aan dit is geen bedreiging maar een 100% niet overdreven belofte.”

In de rechtbank bleek Willem slechthorend te zijn en te lijden aan suikerziekte, een zwak hart en rugklachten. Hij is vrijwel helemaal kaal en draagt een bril. Zijn inkomsten bestaan uit een uitkering. Een zielig figuur – ‘ik ben een ezel’, zoals hij het zelf formuleerde – die ik eigenlijk een dikke knuffel wil geven.

Het leven van mijn capslock-meneer zal niet veel minder sneu zijn dan dat van Willem, vermoed ik. Van zielige, eenzame sadisten die diep van binnen beseffen dat ze ‘ezels’ zijn valt niks te vrezen, toch?