Stuntvrouwen versloegen mannenpruiken

Baanbrekend boek over de lang vergeten geschiedenis van stuntvrouwen.

Stuntmannen waren lange tijd volkomen onzichtbaar, laat staan stuntvrouwen. Tot in de jaren zestig was het werk van stuntmannen anoniem, zodat studio’s in de publiciteit de indruk konden wekken dat de sterren al hun stunts zelf deden. Acteur Steve McQueen bracht daar verandering in door midden jaren zestig tegen zijn ‘stunt double’ Loren Janes te zeggen: „You tell everyone you do it and that’s it.

Maar nog steeds loopt Hollywood niet echt te koop met stuntmannen en -vrouwen. Zo is er geen Oscar voor de beste stunt – dat zou de filmmagie maar verstoren. Schrijfster Mollie Gregory voorziet dus in een leemte met haar nieuwe boek Stuntwomen. The Untold Hollywood Story. Daarin beschrijft ze de begaafde autocoureurs, atleten, acrobaten, paardrijders en zwemmers die tegen de klippen op een plek wisten te bevechten in de machowereld van filmstunts (óf ‘gags’ in het jargon van de beroepsgroep).

Vrouwen hadden lang een marginale positie in de stuntsector. Tot in de jaren zestig bestond de praktijk om bij de stunts voor de vrouwelijke hoofdpersoon van de film simpelweg een klein uitgevallen man met een pruik op te nemen. „Get the wigs of the men”, was de strijdkreet van de stuntvrouwen. Inmiddels vereisen de regels van de acteursvakbond Screen Actors Guild dat er eerst naar een vrouw wordt gezocht als er een stunt nodig is voor een actrice.

Die achtergestelde positie was er niet altijd. In de vroegste jaren van de filmindustrie hadden vrouwen belangrijke posities, ook bij stunts. In langlopende reeksen zoals The Hazards of Helen en The Perils of Pauline haalden vrouwen halsbrekende toeren uit. In een tijd waarin er veel debat was of vrouwen wel geschikt waren om auto te rijden, lieten actrices als Helen Gibson en Helen Holmes zien dat ze experts waren achter het stuur. Maar met de komst van de geluidsfilm – toen er meer geld te verdienen viel met film – werden de vrouwen naar de zijlijn geduwd. Tussen 1930 en 1960 waren niet meer dan vijftien stuntvrouwen actief in Hollywood. Inmiddels zijn dat er zo’n 1.500.

De emancipatiegolf van de jaren zestig bereikte ook de wereld van de filmstunts: in 1967 richtten stuntvrouwen hun eigen beroepsvereniging op. Stuntwerk is goed betaald – want gevaarlijk – maar lastig om tussen te komen: het werk wordt vaak onderling verdeeld door de stuntspecialisten zelf, soms binnen hun eigen families. In de jaren zeventig nam het werk wel rap toe, omdat rampenfilms de grote kaskrakers van het decennium waren met films als The Towering Inferno (1974) en Airport (1970). Op televisie waren misdaadseries met vrouwen in de hoofdrollen zoals Charlie’s Angels en Police Woman grote hits. Met die hausse in het stuntwerk nam ook het aantal ongevallen toe, mede door het wijdverbreide cocaïnegebruik op filmsets. De meeste ongelukken ontstaan overigens niet bij de meest in het oog springende ‘gags’. Juist bij de meer routineuze stunts liggen fouten op de loer.

Mannen met pruiken zijn niet meer het grootste probleem. Dat is het doorstoten naar de leidinggevende functie van ‘stuntcoördinator’ – bedenker, ontwerper en organisator van ‘gags’ – en ‘second unit director’ (regisseur van de actiescènes): banen die nog steeds veelal in handen zijn van mannen. Maar zolang fysieke stunts nog veel goedkoper zijn dan geavanceerde digitale trucage, is er tenminste nog voldoende werk voor zowel mannen als vrouwen.