Rijksoverheid haalt doel voor aantal vrouwen in topfuncties

Van de topambtenaren bij de Rijksoverheid is 31 procent vrouw. Nu het bedrijfsleven nog „Bedrijven zonder enorme aanwezigheidscultuur weten vrouwen beter aan zich te binden.”

Vrouwen in topfuncties op ministeries

Het is goede reclame voor de rijksoverheid als werkgever: 31 procent van de topambtenaren is vrouw. Daarmee is het streefcijfer van 30 procent, vastgelegd in het Regeerakkoord, ruim op tijd gehaald. Dat blijkt uit een rapport dat minister Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) dinsdag in het kader van Verantwoordingsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Wel verschillen de carrièrekansen van vrouwen nogal per departement. Er werken veel vrouwen in de top van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (44 procent) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (40 procent), maar een stuk minder bij Defensie (9 procent) en Economische Zaken (17 procent).

Dat komt doordat „de historie van de diverse ministeries verschilt”, laat Loes Mulder, directeur-generaal van de Algemene Bestuursdienst (ABD), per mail weten. De ABD is verantwoordelijk voor de werving en selectie van topambtenaren. Maar aangezien topambtenaren kunnen overstappen naar een ander ministerie, verwacht Mulder dat de verschillen „in de loop van de tijd” zullen afnemen.

Directeur Sandra Lutchman van de Stichting Talent naar de Top kan zich voorstellen dat het streefpercentage lastiger te halen is voor departementen waar van oudsher weinig vrouwen werken, zoals Defensie.

Het aantal topvrouwen bij de rijksoverheid lijkt in groot contrast te staan met dat in het bedrijfsleven. Er zijn 4.900 bedrijven die óók moeten voldoen aan een wettelijk streefpercentage van 30 procent vrouwen (in de raden van bestuur en raden van commissarissen), maar die zijn daar nog lang niet. Volgens een grote steekproef is bijna 10 procent van de bestuurders en ruim 11 procent van de commissarissen vrouw. „Voorop staat dat je het echt moet willen”, schrijft Mulder in haar mail.

Het is volgens Lutchman inderdaad al „de helft van de winst” dat de ABD „heel bewust” streeft naar meer vrouwelijke topambtenaren. Maar stellen dat het bedrijfsleven achterloopt op de rijksoverheid, is „appels met peren vergelijken”. Elf departementen kunnen niet worden afgezet tegen 4.900 bedrijven. En onder de bedrijven die het Charter Talent naar de Top hebben ondertekend (dat hebben alle ministeries intussen ook gedaan), zijn er die het „minstens even goed” doen.

Daarnaast vermoedt Lutchman dat de rijksoverheid vaker flexibele werktijden biedt dan het bedrijfsleven. „Bedrijven zonder een enorme aanwezigheidscultuur tussen negen en vijf, maar waar je ook ’s avonds om acht uur nog even je laptop kunt openklappen of kunt thuiswerken, weten vrouwen beter aan zich te binden.”

Daardoor is het, voegt hoofdeconoom van het CBS Peter van Mulligen daaraan toe, bij de overheid wellicht ook makkelijker voor vrouwen om fulltime te werken. Dat laten CBS-cijfers zien: van de 199.000 vrouwen die in 2014 bij de (hele) overheid werkten, deed ruim 41 procent dat fulltime. Dat is bijna twee keer zoveel als gemiddeld. Een toppositie en een voltijdbaan gaan meestal samen. Je mag dan ook verwachten, zegt Van Mulligen, dat hoe meer vrouwen ergens fulltime werken, hoe meer vrouwen daar een hoge positie vervullen.

Het CBS heeft het aantal vrouwen in de vijf hoogste posities van de duizend grootste bedrijven geturfd. Daaruit komt een optimistischer percentage vrouwen dan uit de steekproef van de Bedrijvenmonitor eind vorig jaar: ruim 19 procent. Dat komt behoorlijk overeen, becijferde Van Mulligen, met het aantal vrouwen dat überhaupt voor zo’n positie in aanmerking komt. „Zo bezien zijn vrouwen zelfs oververtegenwoordigd in topposities. Want de poule van mogelijke kandidaten is bij vrouwen veel kleiner, omdat zij veel minder vaak dan mannen fulltime werken.”