Politie is ontgoocheld over zichzelf

Sterkte-zwakteanalyse De opsporing van strafbare feiten verloopt zo beroerd dat dit kan leiden tot onterechte veroordelingen en gemiste kansen. Dat blijkt uit een analyse die de politie zelf heeft gemaakt in opdracht van de minister.

Politieagenten surveilleren in het centrum van Rotterdam Foto Robin Utrecht

Het is een chronische aandoening waar politieagenten in toenemende mate last van hebben: „professionele buikpijn”. De ziekte wordt honderd pagina’s lang beschreven in een opzienbarend rapport dat door een projectgroep van de politie is opgesteld.

In opdracht van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) hebben ervaren recherchedeskundigen een „sterkte-zwakteanalyse van de opsporing” gemaakt.

In het rapport Handelen naar waarheid wordt na het horen van vele tientallen experts – vrijwel iedereen die in Nederland verstand heeft van de recherche – een sombere slotsom getrokken. „Hoewel er natuurlijk ook dingen goed gaan, ontstaat er toch een ontluisterend beeld over de opsporing.”

Veel problemen ontstaan doordat klassiek opgeleide agenten moeite hebben hun weg te vinden in een „digitaliserende samenleving waar criminelen over middelen beschikken om van afstand hun slag te slaan”.

Het ontbreekt de politie ook aan een visie hoe om te gaan met „grote vraagstukken” als „jihadisme, vluchtelingen en cyberdreigingen”.

Drugsbestrijding

Veel politie-inzet is nu gericht op drugsbestrijding terwijl rechters daar steeds minder heil in zien. „Waar het hennepteelt betreft zijn rechters de laatste jaren minder bereid om gevangenisstraf op te leggen, omdat men het softdrugsbeleid als inconsequent beschouwt.”

De „haperende strafrechtketen” is een van de problemen bij de misdaadbestrijding. Het werk van agent, officier van justitie en strafrechter sluit slecht op elkaar aan. In het kader van een verscherpte aanpak van zware criminaliteit in Zuid-Nederland werden vorig jaar bijvoorbeeld zo’n vierhonderd verdachten aangehouden. „Van hen waren aan het eind van het jaar slechts zes personen veroordeeld.”

Het leidt tot grote frustraties – en dus buikpijn – bij de politie die met groot vertoon van macht maar uiteindelijk zonder echt effect in Brabant en Limburg criminele motorbendes en drugshandelaren aanpakt.

Binnen de politie bestaat veel ontevredenheid over de eigen prestaties. „Globaal kennen die drie oorzaken: ontbrekend vakmanschap, inefficiënte toerusting en onvermogen om vernieuwingen goed te implementeren”, aldus het rapport.

Veel jonge rechercheurs gebruiken uitsluitend hun privé-iPhone voor het werk „omdat ze met de sterk verouderde diensttelefoon niet effectief kunnen werken”. Het zijn problemen die als gevolg hebben dat er „meer onopgeloste criminaliteit is dan nodig is. Falen in de opsporing kan ook resulteren in onterechte veroordelingen, opsporingskansen die worden gemist of falende vervolging.”

Door „stroperige overlegstructuren” in de leiding komen „in potentie kansrijke onderzoeken” vaak niet van de grond. Het rapport is ook heel kritisch over de traditioneel almachtige politievakbonden. Zij „oefenen een vorm van belangenbehartiging uit die noodzakelijke veranderingen in de opsporing in de weg staan”. De vakbonden „zitten in de driver’s seat” en zij keren zich altijd tegen kritiek op de eigen leden.

Wegebben

De onderzoekers voorspellen dat ook deze keer vanuit de top van de politieverzet zal ontstaan tegen de verbeteringsvoorstellen in het rapport. Een van de aanbevelingen gaat er zelfs over: „Om weerstanden tegen cultuurverandering te helpen overwinnen kan als quick win aan alle collega’s in de opsporing een kaartje worden verstrekt met de belangrijkste dooddoeners tegen verbeteringsinitiatieven, plus daarbij de beste repliek.”

De eerste kritiek binnen de politietop is al geuit: het rapport zou té negatief zijn. „Dit stuk kan en mag zo niet de deur uit. Het is te generaliserend, te zeer alleen gericht op de zwaktes”, aldus de politiechef van Noord-Holand Liesbeth Huyzer in een recente mail aan een aantal collega’s. Huyzer is bang dat door het rapport in de organisatie het „verandervermogen als sneeuw voor de zon zal wegebben”.

Toch heeft de minister de ‘eindversie’ van de analyse donderdagavond laat naar de Tweede Kamer gestuurd. Pikant is in dit verband dat veel agenten de opstelling van opeenvolgende bewindspersonen op justitie zien als „onderdeel van de geconstateerde problemen”.

Veel jonge rechercheurs gebruiken alleen hun privé-iPhone voor het werk

De ministers blijven maar zeggen dat de politie alle veiligheidsproblemen aankan. Maar de werkelijkheid is anders. „Het is een feit dat de capaciteit tekortschiet, en dat de opsporing niet alle ballen in de lucht kan houden”, aldus het rapport.

Er is „geen ruimte voor een openhartig inhoudelijk debat”, zeggen de auteurs. „In plaats van te erkennen wat er fout is gegaan of wat er beter kan, schieten beleidsondersteuners bij de politie en het OM vaak in de communicatiekramp dat alles (inmiddels) goed gaat of dat alles (inmiddels) onder controle is. Er ligt dus steeds nadruk op het framen en spinnen, ofwel het slim, veilig en mediageniek verpakken van een ongemakkelijke boodschap uit vrees voor de implicaties van de eigenlijke boodschap.”

De auteurs van het rapport hopen dat dit vanaf nu anders wordt. Nu de zweer van de recherche voor iedereen zichtbaar op tafel ligt. De politietop buigt zich nu over welke maatregelen getroffen moeten worden en hoe dat betaald moet worden in tijden waarin de organisatie al grote financiële tekorten heeft.

Lees het volledige rapport: