Overal pijn door haar ‘beul’, maar ze vertrouwt hem

EK zwemmen Sharon van Rouwendaal overwon een zware periode met veel schouderpijn. Net op tijd voor Rio lijkt ze fit.

Sharon van Rouwendaal in actie in de finale op de 800m vrije slag op het EK zwemmen. Olaf Kraak/ANP

Positief blijven als het lijf tegensputtert: Sharon van Rouwendaal heeft het niet van een vreemde. Neem haar vader, die onlangs bij een ongelukje tijdens het klussen met een elektrische zaag aan oude meubels drie vingers verloor. „Ik schrok heel erg, maar hij zegt: ‘Niks aan de hand, er zijn ergere dingen. Ik heb nog een stompie.’ Dat vind ik wel mooi.”

Missie geslaagd

Zo extreem is dochter Sharon niet, maar ook zij laat zich niet van de wijs brengen als het fysiek een keer tegenzit. De 22-jarige zwemster, lange tijd internationaal succesvol in open water én in het bad, werd eind vorig jaar plotseling gekweld door blessures aan beide schouders. Maar ze is, lijkt het, op tijd fit voor Rio. Donderdag eindigde ze bij de EK in Londen in een alles-of-niets-poging als achtste en laatste in de finale van de 800 meter. Ze komt echt nog kracht tekort. Maar: missie geslaagd – ze was al tevreden met een plek in de finale.

Extreem zware trainingen

Want de fysieke malheur had haar vorig jaar overvallen in Narbonne, in het trainingsbad van haar excentrieke trainer Philippe Lucas, haar ‘beul’, zoals ze hem wel eens noemde vanwege zijn extreem zware trainingen. Maar die eisten ineens hun tol, merkte ze. „In december werd ik ’s nachts wakker van de steken in mijn schouders, die doorliepen naar mijn elleboog. Dat bleek een ontsteking in mijn schouders, van het trainen.”

Van Rouwendaal is wel wat gewend onder het regime van Lucas – die zonder met zijn ogen te knipperen twee maal negen kilometer op een dag voorschrijft. Aanvankelijk wist ze ook niet of ze nou ‘gewoon’ last had van spierpijn, of dat er sprake was van een blessure. „Dat onderscheid is niet altijd te maken”, zegt ze. In overleg met fysiotherapeut Patrick Martens hield ze haar klachten wekelijks bij op een pijnscoreformulier – dat vooral in december rood uitsloeg. „Toen vulde ik er zeven in, ik had overal pijn.”

De klachten verdwenen

Met Lucas, die volgens Van Rouwendaal pas na een week of drie reageerde op haar fysieke klachten, paste ze haar krachttrainingen aan, waar de belasting vooral op de achterkant van haar schouders kwam te liggen. Langzaam verdwenen de klachten. „De laatste vijf weken schrijf ik alleen maar nulletjes.”

Net zomin als haar vader weigert te capituleren voor een ongelukje met een elektrische zaag, wil ook Van Rouwendaal geen concessies doen aan haar trainingsarbeid. „Ik kan nog steeds zestien kilometer per dag zwemmen, hoor. Maar ik wilde het niet te veel pushen. Ik dacht: die pijn moet wel weg zijn voor de Spelen, anders wordt het een slecht jaar.”

Positief blijven

Ja, ze geeft eerlijk toe dat ze even twijfelde over haar olympische jaar, vooral in januari. Ze was zelfs boos op Lucas geweest, omdat hij haar klachten aanvankelijk had genegeerd. „Ik vroeg ook aan Philippe: komt het wel goed? Dan zei hij: ‘Ja, het komt goed’. Hij heeft het eerder meegemaakt, met Laure Manaudou, met Federica Pellegrini. Bij Philippe zwem je langzaam als je veel traint, maar als je minder traint ga je vliegen.”

Na januari verdwenen de klachten langzaam, en daarmee ook de twijfels. Aan haar coach, of zijn aanpak, twijfelt Van Rouwendaal nog steeds geen seconde. „Over de planning praat ik niet met Philippe, ik vertrouw hem. Ik moet positief blijven. Ik moet wel in mezelf geloven. Dat is nog niet weg.”