Ontspanning leidt tot eerste goud Verschuren

Sebastiaan Verschuren wint verrassend de 200 meter vrije slag. Na de Spelen van 2012 klom hij uit een diep dal. „Nu is hij beter dan ooit.”

Sebastiaan Verschuren jubelt na zijn verrassende gouden race op de 200 meter vrije slag. „Ik kan het nauwelijks geloven.” Foto Glyn Kirk/AFP

De symboliek droop ervan af toen Sebastiaan Verschuren met een gelukzalige lach op zijn gezicht op het podium sprong voor zijn eerste gouden medaille. Plaats van handeling: het Aquatics Centre in Londen, het zwemtheater waar de Amsterdammer vier jaar geleden, tijdens de Olympische Spelen, de race van zijn leven zwom op het koningsnummer, de 100 meter vrije slag. Destijds kwam hij maar achthonderdste van een seconde tekort voor olympisch brons. Woensdagavond sloeg hij in Londen een geweldige slag met goud op de 200 meter vrije slag. Op een EK, dat wel. Maar Verschuren was als een kind zo blij. „Ik kan het nauwelijks geloven”, straalde hij na afloop. „Om in een olympisch jaar zo’n EK te zwemmen is heel mooi.”

Ruim tweeënhalf jaar was het ploeteren, zwoegen en zweten voor Verschuren, na zijn olympische doorbraak in Londen. Daar was hij uiterst verrassend vijfde geworden in een zeer sterk bezette finale, met wereldtoppers als Nathan Adrian en James Magnussen. Maar in de maanden daarna leken alle krachten uit hem weg te zijn gevloeid. De WK in Barcelona (2013) werden een flop, net als de EK in Berlijn (2014). Verschuren en zijn coach, Martin Truijens, vroegen zich openlijk af of zij hun samenwerking wel moesten voortzetten. „Ik heb nooit getwijfeld aan zijn capaciteiten, of aan het trainingsprogramma”, zegt Truijens nu. „Maar je kan niet blijven roepen dat het goed gaat als de prestaties uitblijven.”

Verschuren klaagde in de naweeën van zijn uitschieter in Londen dat hij de ontspanning van toen was kwijtgeraakt, de lol. Te veel nadenken, te veel concentratie – alles streek in tegen zijn vrolijke aard. Die spanningen, mede veroorzaakt door te hoge verwachtingen en zijn nieuwe status, werkten zijn lijf vooral tegen. Truijens: „Ik heb wel geprobeerd om hem uit die spanning te halen. Maar ik ben geen tovenaar.”

Vorig jaar keerde de lach terug op zijn gezicht, en de prestaties werden langzaam beter. Bij de Swim Cup in Eindhoven schudde hij een jaar geleden ineens een 48,25 uit de mouw schudde op de 100 vrij. Truijens: „Daarmee liet hij zien dat hij op de weg terug is. Nu is hij beter dan ooit.”

Deze week komt in Londen de bevestiging, tachtig dagen voor de Spelen in Rio. Dinsdag kwam hij in de halve finale van de 200 vrij al tot de snelste tijd van het hele veld (1.45,87). In de finale van woensdag versloeg hij met een ijzersterke laatste vijftig meter in een tijd van 1.46,02 de Serviër Velimir Stjepanovic en de Britse favoriet James Guy. Tot nu toe was hij op EK’s niet verder gekomen dan brons, ook op de 200 vrij, maar dat was al lang geleden, in 2010 in Boedapest.

Maar Verschuren is nog lang niet klaar met zijn missie in Londen. Want donderdagochtend moet hij op scherp staan voor de series van de 100 meter vrije slag. Voor de 200 vrij heeft hij de olympische limiet voor Rio al lang binnen, maar op het koningsnummer nog niet. „Daarom ga ik dit eerst even met Martin vieren, maar dan gaat de knop snel om”, zei Verschuren, voordat hij zich naar het podium spoedde.