Mooie ode aan bedreigde stammen

Dele & Lala, Korcho Village, Ethiopia, 2011
Dele & Lala, Korcho Village, Ethiopia, 2011 Foto Jimmy Nelson, Courtesy rademakers gallery

De beelden van uitstervende volkeren door de Brits-Nederlandse fotograaf Jimmy Nelson zijn onvoorwaardelijk prachtig – en juist daarom roepen ze een dubbel gevoel op. Hij trekt sinds 2009 door de wereld om 31 stammen te fotograferen die dreigen te verdwijnen. In 2014 publiceerde hij het enorme boek Before They Pass Away, waarvan al vele duizenden exemplaren zijn verkocht.

Op deze tentoonstelling bij Rademakers Gallery in Amsterdam is werk te zien uit Vanuatu, China, Nieuw-Zeeland, Nepal, Ethiopië, Tanzania, Tibet, Namibië, Mongolië, Papoea Nieuw Guinea en Thailand.

Hoe wild deze stammen ook zijn, ze weten dat ze zich op hun paasbest op de foto moeten presenteren. De verentooien, de schilderingen van lichaam en gezicht, de armbanden en enkelbanden – allemaal perfect.

Datzelfde geldt voor de poses: de jagers uit Mongolië met hun roofvogels in de laatste lage zonnestraal, de Masai-krijgers die in hun rode gewaden op een heuvel staan en fel afsteken tegen het vlakke grijze land dat tot de horizon strekt. Tegelijk werken de esthetische benadering van Jimmy Nelson en de nadrukkelijke poses die hij nastreeft domesticerend.

Achterin hangt een foto van Chinese vissers op vlotjes van een paar bamboestammen met lantaarns erop en aalscholvers aan een touwtje die de vis ophalen. Opvallend naturel, minder belicht, amper geposeerd – een frisse wind tussen al het gestileerde andere.

Volgens de uitnodigingen hangen er op deze expositie nieuwe beelden. Bij navraag blijken ze niet nieuw te zijn, maar wel voor het eerst in de handel gebracht, met prijzen voor de grote afdrukken van bijna 50.000 euro. Niets mis mee, maar het contrast tussen de geësthetiseerde wildheid van de geportretteerden op de meest afgelegen uithoeken van de wereld en hun commerciële waarde in het westen is opvallend.