Klimaat is mensenrecht

„Iedereen heeft recht in eigen land te leven, met waardig welzijnsniveau”, zegt de vrouw achter Parijse akkoord. Tweede Kamer praat er vandaag over.

„Hoeveel wil je er horen? Tien, twintig, veertig?”, vraagt Christiana Figueres, hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties (UNFCCC). De vraag was wat het grootste succes is van het klimaatakkoord van Parijs. Bijna alle landen van de wereld spraken eind vorig jaar af de uitstoot van kooldioxide en andere gassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde aan te pakken. Ergens in de tweede helft van de eeuw moet de wereld ‘klimaatneutraal’ zijn, dat wil zeggen dat er een balans moet zijn tussen uitstoot en absorptie van broeikasgassen.

Gevraagd naar het grootste tekort van Parijs is het even stil. „We hebben in de tekst van het akkoord niet duidelijk genoeg de urgentie onderstreept”, vindt Figueres. „We hebben wel een doel afgesproken voor de lange termijn. Maar we hebben onvoldoende vastgelegd wat dat voor nú betekent.”

Toch wordt het akkoord alom geprezen als een historische prestatie. En dat succes is mede te danken aan Figueres. Zes jaar lang, sinds het mislukken van de klimaattop in Kopenhagen eind 2009, was ze als hoofd van de UNFCCC nauw betrokken bij de onderhandelingen. Daarvoor leidde ze bijna vijftien jaar de delegatie van Costa Rica bij de klimaatonderhandelingen.

Figueres, dochter van oud-president José Figueres Ferrer van Costa Rica, was vorige week even in Rotterdam op een grote conferentie over klimaatadaptatie. Ze werd bij die gelegenheid geridderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) roemde haar onvermoeibaarheid en „vastberadenheid een wereld te bouwen met kansen en ontwikkeling voor iedereen”.

Hoe heeft ze dat zo lang volgehouden? „De uitdaging van de afgelopen zes jaar was een balans te vinden tussen mijn ongeduld en mijn geduld. De wetenschap vertelde ons dagelijks over de urgentie van het klimaatprobleem. Maar ik begrijp best dat beleid, zeker op wereldschaal, nooit het resultaat kan zijn van ondoordacht handelen. Ontwikkeling van beleid is per definitie een geleidelijk proces.”

In Rotterdam sprak Figueres over aanpassing aan de gevolgen van de opwarming. Het is een onderwerp dat in Parijs meer aandacht kreeg dan bij eerdere klimaatconferenties. Terecht, vindt Figueres. „Voor veel ontwikkelingslanden is aanpassing een kwestie van overleven.”

Is die noodzaak om ons aan te passen een gevolg van het falen van klimaatbeleid tot nu toe?

„Ik hou niet van het woord ‘falen’. Ik zou het nooit gebruiken. Maar het is duidelijk dat vertragingen in het reduceren van emissies een direct effect hebben op de mate waarin we ons moeten aanpassen.”

Critici noemen het een zwak akkoord omdat de beloftes over emissiereducties slechts een bijlage vormen. Waarom staan ze er niet gewoon in?

„De reducties zijn slechts een eerste stap. Het zou onverstandig zijn geweest om cijfers vast te leggen in een geratificeerd document. Reducties voor de korte termijn zouden dan in beton gegoten zijn. We hebben nu een juridisch bindend proces waarvan de landen iedere vijf jaar de voortgang moeten evalueren. En er is afgesproken dat dit proces maar één kant op mag: alleen naar meer reductie.”

Het Parijse akkoord treedt in 2020 in werking, volgens sommigen wordt het misschien dit jaar geratificeerd.

„Dat halen we denk ik niet, dan moet de Europese Unie meer haast maken. Waarschijnlijk zullen China en de Verenigde Staten wel dit jaar ratificeren. Dan hebben we al 40 procent van de emissies te pakken. We moeten uiteindelijk 55 procent hebben, en 55 landen. Volgend jaar moet dat lukken.”

Hoe belangrijk is het dat dit veel sneller is dan iedereen had verwacht?

„Het zou een belangrijk politiek statement zijn. Maar ook niet meer dan dat. Niemand wacht nog op ratificatie. Kijk maar naar wat er allemaal al gebeurt. De kansen voor nieuw beleid en investeringen zijn zo evident dat landen en bedrijven niet langer afwachten. De inwerkingtreding is niet het startpunt van klimaatbeleid, het is een bevestiging ervan.”

Zijn we niet te laat?

„Het moment waarop je zegt: ‘Als we het nu niet doen, zijn we te laat’ – dat ene ‘magische moment’ – bestaat niet. Maar als het akkoord tien jaar eerder was gesloten, zou het nu simpeler zijn. We zouden meer tijd hebben gehad de emissies terug te brengen en de transformatie te maken.

„Het succes van klimaatbeleid wordt beïnvloed door drie dingen. Door de accumulatie van broeikasgassen in de atmosfeer, die nog iedere dag groeit. Door de kosten van de reductie van emissies. En door de snelheid waarmee we emissies laten dalen. Ieder jaar dat de wereldwijde piek in de emissies later komt, wordt de dalingscurve steiler en dus duurder. De vraag is dus niet of de doelstelling haalbaar is, maar: tegen welke prijs.

„En dan doel ik niet alleen op de financiële kosten, maar vooral op de menselijke kosten. Het akkoord is geen milieuakkoord, maar een mensenrechtenverdrag, dat moet garanderen dat alle mensen het recht hebben in hun eigen land te leven, met een fatsoenlijk en waardig welzijnsniveau.”

In het akkoord is afgesproken de temperatuurstijging zo mogelijk onder de anderhalve graad te houden, anders verdrinken de kleine eilandstaatjes. Is dat nog haalbaar?

„Zeker. En weet u, het is de enige keuze die we hebben. Alles wat slechter uitpakt, is moreel onaanvaardbaar.”

Hoe belangrijk is het bedrijfsleven?

„Na de top in Kopenhagen in 2009 was het duidelijk dat de verantwoordelijkheid te groot was voor regeringen alleen. Veel bedrijven beseffen dat ook. En ze zien dat het goed voor hen is om meer verantwoordelijkheid te nemen. Het is in hun eigen belang. Regeringen worden gemotiveerd door het welzijn van hun burgers. Bedrijven door hun winst. Dat is door Parijs niet veranderd.

„Maar zoals een goede vriendin bij de Wereldhandelsorganisatie tegen me zei: ‘Er zijn geen banen op een dode planeet.’ We hebben allemaal belang bij een planeet die veiliger en stabieler is, met meer groeimogelijkheden en meer werk, een planeet waarop we toekomstige generaties graag welkom heten.”