In de herhaling: alle gemeenten hun eigen politiekorpsje

30.000 ‘bijzondere opsporingsambtenaren’ zijn er al op straat, namens 1100 (!) overheden en diensten. Daarmee is ook de versnippering terug – en het gebrek aan kwaliteit en toezicht. Tijd dus voor een Nationaal BOA-korps? Of klinkt dat te bekend?

De geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde manier. Toch hebben bepaalde ontwikkelingen iets van een eeuwige wederkeer. Zo lijkt de discussie over de invoering van de Nationale Politie te zijn verstomd. Het gerommel in de nieuwe politieorganisatie is over. Maar een nieuw probleem dient zich alweer aan. Bijna alle gemeenten in Nederland beschikken over een eigen handhavingsapparaat van geüniformeerde stadswachten en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die de veiligheid in de publieke ruimte moeten bewaken. De eerste stadswachten werden aan het eind van de jaren 1980 geïntroduceerd. In 1994 kwamen daar de boa’s bij. Schattingen lopen uiteen, maar inmiddels zijn er rond 30.000 boa’s actief bij zo’n 1.100 instanties, waarvan de gemeenten de grootste werkgever is.

De sterke groei van het aantal stadswachten en boa’s heeft verschillende oorzaken. De groei is te zien als een kenmerk van de securitisering van de samenleving. Hierin worden steeds meer gebieden gedefinieerd vanuit het begrip ‘veiligheid’ en worden veiligheidsinstrumenten ook op steeds ruimere schaal ingezet. Zo kunnen gemeenten zelf boetes opleggen via de bestuurlijke strafbeschikking en de bestuurlijke boete. Dus zonder tussenkomst van de rechter. Daarnaast is de politie steeds minder zichtbaar op straat aanwezig. Ook treedt de politie bijna niet meer op tegen kleine overtredingen. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid en openbare orde in wijken. Daarom nemen gemeenten de regie in eigen hand en zoeken toevlucht tot een eigen toezicht- en handhavingsapparaat. De nieuwe gemeentepolitie is geboren.

Van ‘kleine nichtjes’ van de politie is geen sprake. Boa’s beschikken over eigen geweldsmiddelen. Ze zijn bewapend met handboeien, wapenstok en pepperspray. Onschuldig werk doen ze ook niet. Ze mogen je identiteit controleren, proces-verbaal schrijven, boetes uitdelen en personen aanhouden die verdacht zijn van een strafbaar feit. Bovendien willen gemeenten dat ook stadswachten bonnen gaan uitschrijven voor overtredingen, waaronder rijden door rood. Dit alles past in een trend die breder is en ook al wat ouder. Sinds de jaren 1980 ontplooien steeds meer andere partijen dan de politie activiteiten om de samenleving veiliger te maken. Winkeliers en horecaondernemingen delen collectieve gebiedsverboden uit om overlast en criminaliteit in het publieke domein te bestrijden. Burgers nemen het heft in eigen handen en patrouilleren in teams in hun buurt om criminelen af te schrikken. Met een verwijzing naar het best bekeken kookprogramma op de Nederlandse televisie ooit, zou je kunnen zeggen ‘Heel Holland Straft’.

De steeds verder uitdijende controle-industrie leidt tot tal van problemen. Neem het toezicht op de nieuwe gemeentepolitie van stadswachten en boa’s. In theorie zijn de boa’s en stadswachten aanvullend op de politie. In praktijk dragen zij steeds meer zelfstandige verantwoordelijkheid voor de veiligheid op straat. Maar wie heeft de regie op deze handhavers: politie of gemeente? Leidt de versnippering van al die gemeentepolities niet tot ondermijning van hun slagkracht? Hoe stemmen de stadswachten en boa’s hun werk af met de politie? Beschikken deze handhavers wel over voldoende kennis en inzicht voor hun taken?

Voor de goede verstaander, dezelfde vragen waren reden voor de vorming van de Nationale Politie. Om tot een efficiënt en effectief politieapparaat te komen, sprak de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten de gevleugelde woorden: ‘Wij moeten niet terug naar de vorige eeuw, naar de oude rijkspolitie. Dat zou nu 450 kleine korpsjes opleveren en dat moeten we niet hebben.’ Dat was vijf jaar geleden. Ik voorspel dat we over een paar jaar precies dezelfde discussie zullen krijgen over de gemeentepolitie als die is gevoerd over de Nationale Politie. Met dezelfde agenda en dezelfde argumenten. Misschien had Karl Marx toch gelijk. Eerst herhaalt de geschiedenis zich als tragedie – en dan als klucht.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld. 

 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.