Het Woord

Ik was net hard aan het gaan op Clannad toen de deurbel ging. Mijn eerste reactie was ‘oeps, de buren’, misschien hadden ze vanochtend willen uitslapen. Ik draaide de volumeknop van elf naar twee. Er werd wéér aangebeld. Ik nam de intercom op. Er schalde een vriendelijk „goedemorgen” door de hoorn. Ik goedemorgde terug. „Heeft u even tijd voor het Woord van God?” vroeg mijn intercom. Ik wierp een blik op mijn Nationale Bijbelquiz-trofee en antwoordde dat dat echt niet nodig was.

Terwijl ik Clannad weer wat harder zette, hoorde ik dat er bij de buren werd aangebeld. Geen voetstappen in het trappenhuis. Waarschijnlijk werden de evangelisten nergens binnengelaten. Ik keek uit mijn raam naar beneden en zag twee in het zwart gestoken figuren bij mijn voordeur staan. Het waren een lange, oude man en een kleine, nogal dikke jongen. Opeens begon de jongen wild met zijn armen te gebaren. De lichaamstaal van de oude man suggereerde dat hij zich behoorlijk geneerde voor de non-verbale expressie van zijn collega-verspreider. Ik nam mijn intercom op om hen te kunnen afluisteren.

„…maar ik word er zo moedeloos van”, zei een jongensstem.

„Rustig, rustig”, zei de oude man. Ik zag dat hij een arm om zijn jonge collega had geslagen, ondertussen argwanend om zich heen kijkend. De jongen sloeg de arm van de man weg. Hij huilde.

Ik had er nooit bij stilgestaan dat ze ons echt wilden redden

„Ik vind het zo vreselijk! Stelletje sukkels!” snikte hij.

„Het is hun keuze”, zei de oude man zacht.

„Maar ze lopen zoveel genade mis!” riep de jongen uit. „Ze zijn zo alleen!” Ik voelde mijn neus prikken. De jongen was overstuur door de gedachte dat zijn medemensen een onnodig zwaar leven leidden.

Ik dacht altijd dat jehova’s het Woord vooral verspreidden om een wit voetje bij Jahweh te halen. Of omdat ze zich door een ander de les te lezen, even lekker superieur konden voelen. Dat evangeliseren een religieus verantwoorde vorm van belletje trekken was. Ik had er nooit bij stil gestaan dat ze ons werkelijk wilden redden. Dat zij ook niet voor hun lol op pad gingen, zeven maal zeven maal zeventig keer de deur in het gezicht gesmeten kregen, werden uitgelachen, flauwe grappen en hoon moesten verduren. Het gehuil van de jongen, zijn intense verdriet, maakte me duidelijk dat hij zijn medemens daadwerkelijk wilde redden.

Ik liep weg van mijn intercom om dit te laten bezinken. Op de achtergrond klonk Clannad. ‘Though I care a lot, you don’t believe it’s true, do you.’