Het mensenleven is een tollende vrije val

Stellige visioentjes. Over Truman. Tessa Posthuma de Boer. ‘Free Fall’ van Jirí Kylián.

Eerst even over honden. Honden lijken systematisch zorgeloos, maar omdat ze de minst zelfredzame huisdieren zijn, staan ze in films nogal eens voor de aangekondigde dood van hun baasje. Kat in ’t bakkie voor de filmer, zou je zeggen, de tragiek ligt voor het oprapen. Maar het is een moeilijk personage, zo’n hond. In de zachtzinnige euthanasie-komedie Truman heet niet de baas (ook al is hij de true man), Truman is de hond. Zijn zieke (gezien zijn toestand opvallend montere) baas wil niet langer leven, maar kan pas op voor de euthanasie als hij een goed tehuis voor zijn hond gevonden heeft. Truman is behalve een hond een symbool voor dat laatste restje leven. Goed concept, in potentie reuze roerend. (Ja, ik houd van melodrama.)

Voor Truman kozen ze een ongegeneerde lobbes. Trek dat beest een broek aan, dit is geen gezicht – dat denk ik en dat zou niet moeten. Maar dat is het punt niet. Het punt is dat deze baas en deze hond geen stel zijn. Truman kwispelt, kijkt op met zijn ne-me-quitte-pas-ogen. Maar zijn baas haalt hem niet eens aan. Sterf jij maar, denk ik.

In een verlaten vleeshal in Broek in Waterland kleven er geen bloedspatten meer op de tegels, maar foto’s. 366 stuks, klein formaat. Fotograaf Tessa Posthuma de Boer maakte er vorig jaar elke dag één. Waarom? Omdat ze dacht dat ze artistiek dood was. „Ik werkte alleen nog in opdracht. En al die foto’s vond ik eigenlijk slecht”, zegt ze. Ik ken haar werk, uit kranten en tijdschriften. Surrealistisch geënsceneerde portretten zijn haar specialiteit. Wél goed. Maar ik weet beter dan haar tegen te spreken. Ik kijk op de tegelmuren en zie ik 366 stellige visioentjes. 366 tekens van leven.

In het Korzo Theater in Den Haag heft choreograaf Jirí Kylián triomfantelijk zijn armen: „I am seventy!”

Wat niet waar is, hij is 69. Maar dat is het hem juist. De vorige keer dat ik hem ontmoette, was hij doodmoe. Nu is zijn levenslust zo groot dat hij er lekker een jaar bij overdrijft. Kylián is met pensioen maar hij maakte een stel spetterende korte films. Hij choreografeert. Fotografeert. Volgens hem is een foto „een valbijl die het verleden van het heden scheidt”.

In Korzo’s studioruimte hangen zijn mensgrote foto’s in een schemerlandschap met tollend licht, spiegels, een doolhofje en Bach. Free Fall noemde Kylián het – naar de vrije val die het mensenleven is.

Overal zie ik het gezicht en de handen van Sabine Kupferberg. Mythische danseres, muze van Kylián. Pias. Femme fatale. Een vrouw die onversaagd ouder wordt. „Sabine is essentieel” zegt hij. „We zijn 43 jaar samen. Nooit meer zal ik iemand zo goed kennen.” Hij trekt zijn vossengezicht, zegt dat het tussen hen niet een en al zoete lievigheid is. „We hebben ziedende ruzies.”

Als ik vraag hoe het met zijn eigen vrije val staat, vertelt hij over zijn moeder, in Praag. „Ze is 104. Ik was bij haar en keek lang naar haar gezicht. Wat zit je toch te staren? vroeg ze. Ik zei: Neem me niet kwalijk mamma, maar dit kan de laatste keer zijn dat ik je zie. Ze zei: Hoezo? Denk je dat je dood gaat?”

Kylián lacht zijn uitbundige lach. Wat hij antwoordde? „Jij wint, mamma! Daar kan ik niet tegenop. Het is 1-0.”