Grondwettelijke taak Defensie staat op het spel

Jarenlange bezuinigingen op krijgsmacht eisen tol, terwijl de taken toenemen.

Het beschermen van het eigen grondgebied is de essentie van Defensie. De eerste grondwettelijke taak van de krijgsmacht. Je zou zelfs kunnen zeggen: een bestaansreden van de overheid. Minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) moest woensdag toegeven dat de krijgsmacht sinds vorig jaar „niet volledig voldoet” aan deze meest fundamentele inzetbaarheidsdoelstelling: „de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied”.

Hennis schreef dit in het Rijksjaarverslag dat gisteren verscheen in het kader van Verantwoordingsdag. Defensie kreeg er – niet voor het eerst – behoorlijk van langs van de Algemene Rekenkamer. In zijn rapport stelt de Rekenkamer „een ernstige onvolkomenheid vast bij het materieelbeheer”. Helikopters en voertuigen konden vorig jaar niet gebruikt worden omdat „het onderhoudsproces niet op orde is” en reserveonderdelen ontbreken. Een gemechaniseerd bataljon moest een training te voet afwerken, omdat het geen voertuigen had. „Afgelopen jaar behaalde nog maar 59 procent van de militaire eenheden de gestelde operationele doelen”, aldus de Rekenkamer. Hoe kon het zo ver komen?

Opeenvolgende bezuinigingen hebben de krijgsmacht afgelopen decennia uitgehold. Ruttes eerste kabinet sneed een miljard in de Defensiebegroting, een gat dat Rutte II nog niet helemaal gerepareerd heeft. Afgezet tegen de omvang van de nationale economie zijn de Defensie-uitgaven met 8 miljard nog steeds historisch laag. 1,14 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gaat naar de landsverdediging. En dat percentage blijft komende jaren dalen, ondanks dat NAVO-landen allemaal opnieuw beloofd hebben hun percentage richting 2 procent te laten groeien.

De taken van de krijgsmacht zijn er ondertussen niet minder op geworden. Op dit moment bombardeert de Nederlandse luchtmacht Islamitische Staat met F-16’s in Irak en Syrië. De marine vaart tussen Turkije en Griekenland om bootmigranten tegen te houden. In de woestijn in Mali, waar vooral de landmacht actief is, komen terrorisme en mensensmokkelproblematiek samen. De marechaussee moet steeds meer grenstaken uitvoeren, en is ook verantwoordelijk gemaakt voor de beveiliging van de Tweede Kamer. En dan is er nog onrustig Rusland; de echte existentiële bedreiging aan de oostgrens van Europa waardoor het NAVO-bondgenootschap meer van Nederland vraagt. De rek is eruit bij Defensie.

Penny wise, pound foolish

Maar de structurele problemen met materieel kunnen niet volledig geweten worden aan internationale missies en een krap budget. De bezuinigingen zijn deels penny wise en pound foolish uitgevoerd. Zo hadden verschillende eenheden altijd behoorlijke aantallen reserveonderdelen ‘op de plank’. Wanneer de munitie op was, een onderdeel brak of versleten was, kon dat worden vervangen. Maar voorraden aanhouden is duur, daarom werden ze opgemaakt. Individuele leveringen laten vaak lang op zich wachten en voertuigen zijn gekannibaliseerd om andere varend, vliegend en rijdend te houden.

Ook op trainingen is beknibbeld. „Eenheden zijn niet geoefend om alle mogelijke missies in het gehele geweldspectrum uit te voeren”, schrijft Hennis. Het moet een zure constatering zijn dat onder haar bewind de krijgsmacht wel wat meer geld krijgt, maar deze er steeds slechter aan toe is.

Gevraagd om duiding wil het ministerie niet zeggen wat de onvolledige inzetbaarheid inhoudt en wat concrete gevolgen zijn. Volgens een woordvoerder zijn „de problemen niet nieuw”, en „is het niet zo is dat we ons grondgebied niet kunnen beschermen”. Het is niet zwart-wit te stellen wanneer Defensie wel of niet in staat is Nederland te beschermen tegen een aanval. Nieuwe jachtvliegtuigen, drones, onderzeeërs of volledige inzetbaarheid van alle mensen en spullen zullen het verschil niet maken, net zomin als een lichte stijging van het budget. Maar Hennis moet komende jaar de boel op orde krijgen om in elk geval haar eigen ministerschap succesvol af te ronden.