Column

Graffiti zonder verf

De kademuren langs de Tiber in Rome zijn zwartgeblakerd door het stof, het roet en de dieseldampen die er in de afgelopen eeuwen op neergeslagen zijn. In die grauwe filmlaag, zo moet de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge gedacht hebben, ligt de geschiedenis van Rome verborgen. Je hoeft haar alleen nog maar onder het stof vandaan te halen, zoals ook Michelangelo zijn beelden uit het marmer bevrijdde.

Voor Kentridge vormen de oude kademuren nu een vijfhonderd meter lang schildersdoek dat zich uitstrekt langs een bocht in de rivier en ingekaderd wordt door de Ponte Sisto en de Ponte Mazzini. Wie erlangs wandelt of vaart, krijgt een indrukwekkende processie te zien van zo’n tachtig kleurrijke personages uit de geschiedenis van Rome, van de klassieke oudheid tot nu. De figuren, sommige meer dan tien meter hoog, lichten fel op tegen de donkere achtergrond. Ze zijn niet geschilderd, maar in Kentridges schetsmatige stijl uit het vuil gegumd - graffiti waar geen verfdruppel aan te pas is gekomen. Romeinse keizers berijden trots hun paarden, pausen komen en gaan. Marcello Mastroianni kust Anita Ekberg – niet in de Trevifontein, maar in een badkuip op wieltjes – terwijl filmmaker Pier Paolo Pasolini even verderop levenloos voorover ligt in een plas roetzwart bloed.

Het kostte de organiserende stichting Trevereterno ruim tien jaar om het project te realiseren, maar op 21 april, de verjaardag van Rome, werd het dan eindelijk onthuld met een spectaculaire lichtshow. Triumphs and Laments, zoals het kunstwerk heet, is een genereus verjaardagscadeau, dat voor iedereen gratis te bezoeken is en naar verwachting zo’n drie tot vijf jaar zal bestaan, totdat het weer wordt opgeslokt door het vuil van de stad.

Op dezelfde dag dat Triumphs and Laments van start ging in Rome, maakte Kentridge nog een fraai cadeau bekend. Het Amsterdamse filmmuseum EYE, waar de Zuid-Afrikaan vorig jaar een grote expositie had, krijgt tien van zijn films geschonken. Volgens EYE-curator Jaap Guldemond heeft de schenking „een straatwaarde” van zo’n drie miljoen euro. Kentridge zei in Rome dat hij erg te spreken was over de samenwerking met EYE. Ook die tentoonstelling bestond uit een processie van zich voortslepende figuren, maar dan geprojecteerd op een lang filmdoek dat zich door het museum slingerde. „De projecties en het geluid hebben een standaard gezet die andere opstellingen van dit werk nog moeten zien te evenaren”, aldus Kentridge. Een prachtig compliment.