Denk: een felle PvdA voor ‘nieuwe Nederlanders’

Kuzu en Öztürk Het islamitisch onderwijs wordt „getreiterd”, vindt Denk. En er moeten overal monumenten komen voor de arbeidsmigratie.

De Kamerleden Tunahan Kuzu (rechts) en Selçuk Öztürk van Denk. Foto ANP / Remko de Waal

„Wij zijn allemaal Nederlanders”, zo luidt een van de uitgangspunten van Denk. De politieke beweging strijdt voor „eenheid in verscheidenheid” en „een verdraagzame samenleving waarin wij elkaar accepteren”. Dat zijn de slogans – en iedereen zal het ermee eens zijn. Maar wat wil de partij concreet?

Het politieke program van Denk valt uiteen in twee delen. Op sociaal-economisch gebied is er nauwelijks verschil met de PvdA, de partij die Kuzu en Öztürk anderhalf jaar geleden verlieten. In hun Politiek manifest van februari 2015 doen ze een reeks klassieke linkse voorstellen: meer collectieve bescherming voor zzp’ers, minder marktwerking in de zorg, extra inkomensondersteuning voor AOW’ers, een beter salaris voor leraren, versnelde verduurzaming van de Nederlandse economie.

Hoewel Denk zich nadrukkelijk niet wil afficheren als club voor moslims, krijgt het islamitisch onderwijs bijzondere aandacht in het beginselprogramma. Dat wordt namelijk, vinden Kuzu en Öztürk, gedwarsboomd door de overheid. Daarom moet er een „onafhankelijke commissie” komen die „overheidsorganisaties toetst op ‘treiteren en tegenwerken’ van initiatiefnemers van onderwijsinstellingen”. Ook streeft Denk naar imamopleidingen „die door de overheid worden aangemoedigd zonder dat de overheid zich bemoeit met het curriculum.”

Denk pleit verder voor Chinees, Arabisch en Turks als verplicht keuzevak in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

Het is met name het tweede deel van hun programma waarmee Kuzu en Öztürk opzien baren: de bestrijding van wat zij de „dubbele maat” in de samenleving noemen. Hun these: Nederlanders van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse komaf voelen zich vaak „tweederangsburgers”. Door discriminatie op de werkvloer, anti-islamretoriek in de politiek en het gebruik van stereotypen in de media. Het wordt tijd dat deze nieuwe Nederlanders hun „positie in de samenleving” opeisen.

In hun manifest doen Kuzu en Ozturk daartoe een aantal opvallende voorstellen:

• in iedere gemeente een „Monument ter nagedachtenis van Arbeidsmigratie”

• migratiegeschiedenis als „kerndoel” in het onderwijs en Museum van Koloniën in Den Haag

• een „racismeregister” voor ambtenaren: wie zich racistisch heeft geuit, mag niet in overheidsdienst werken

• een diversiteitsquotum voor de overheid

• het integratiebeleid wordt afgeschaft, alsmede het gebruik van de term ‘allochtoon’

• complotdenkers worden voortaan „waarheidsvinders” genoemd

In de Tweede Kamer hebben Kuzu en Öztürk nog weinig werk gemaakt van bovenstaande punten. Hun optredens op sociale media en in het parlement draaien vooral om actuele kwesties en het op hoge toon excuses vragen aan politici van de „gevestigde politiek”, zoals SGP-leider Kees van der Staaij en minister Lodewijk Asscher (Integratie, PvdA).

Vaak zijn hun optredens gerelateerd aan Turkije, zoals hun weigering de ‘kliklijn’ van het Turkse consulaat in Rotterdam en de arrestatie van columnist Ebru Umar te veroordelen. Toen de Tweede Kamer de Turkse massamoord op Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog als ‘genocide’ wilde bestempelen, noemde Kuzu dit „een poging tot politiek gewin” die ervoor zou zorgen dat „vreedzaam naast elkaar levende gemeenschappen uit elkaar worden gedreven”.