Defensie stelt zich kwetsbaar op

Jarenlange bezuinigingen op de krijgsmacht eisen hun tol: Defensie is nauwelijks in staat van paraatheid. En de minister komt er voor uit. „Problemen zijn niet nieuw.”

Defensie laadt een transportschip van de Verenigde Naties in de Eemshaven vol met 140 voertuigen en 224 containers. Het materieel was bedoeld voor de Nederlandse militaire missie in Mali. FOTO ANP/Catrinus van der Veen

Het beschermen van het eigen grondgebied is de essentie van Defensie. De eerste grondwettelijke taak van de krijgsmacht. Je zou zelfs kunnen zeggen: een bestaansreden van de overheid. Minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) moest woensdag toegeven dat de krijgsmacht sinds vorig jaar „niet volledig voldoet” aan deze meest fundamentele inzetbaarheidsdoelstelling: „de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied”.

Hennis schreef dit in het Rijksjaarverslag dat gisteren verscheen in het kader van Verantwoordingsdag. Defensie kreeg er tegelijkertijd – niet voor het eerst – behoorlijk van langs van de Algemene Rekenkamer. In zijn rapport stelt de Rekenkamer „een ernstige onvolkomenheid vast bij het materieelbeheer”. Helikopters en voertuigen konden vorig jaar niet gebruikt worden omdat „het onderhoudsproces niet op orde is” en reserveonderdelen ontbreken. Een gemechaniseerd bataljon moest een training te voet afwerken, omdat het geen voertuigen had. „Afgelopen jaar behaalde nog maar 59 procent van de militaire eenheden de gestelde operationele doelen”, aldus de Rekenkamer. Ruim veertig procent van de toch al krap bemeten krijgsmacht functioneert dus niet naar behoren.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

De rek is eruit

Opeenvolgende bezuinigingen hebben de krijgsmacht de afgelopen decennia uitgehold. Ruttes eerste kabinet sneed een miljard in de Defensiebegroting, een gat dat Rutte II nog niet helemaal gerepareerd heeft. Afgezet tegen de omvang van de nationale economie zijn de Defensie-uitgaven met 8 miljard nog steeds historisch laag. 1,14 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gaat naar de landsverdediging. En dat percentage blijft komende jaren dalen, ondanks dat NAVO-landen allemaal opnieuw beloofd hebben hun percentage richting 2 procent te laten groeien.

De taken van de krijgsmacht zijn er ondertussen niet minder op geworden. Op dit moment bombardeert de Nederlandse luchtmacht Islamitische Staat met F-16’s in Irak en Syrië. De marine vaart tussen Turkije en Griekenland om bootmigranten tegen te houden. In de woestijn in Mali, waar vooral de landmacht actief is, komen terrorisme en mensensmokkelproblematiek samen. De marechaussee moet steeds meer grenstaken uitvoeren, en is ook verantwoordelijk gemaakt voor de beveiliging van de Tweede Kamer. En dan is er nog onrustig Rusland; de echte existentiële bedreiging aan de oostgrens van Europa waardoor het NAVO-bondgenootschap meer van Nederland vraagt. De rek is eruit bij Defensie.

Maar de structurele problemen met materieel kunnen niet volledig geweten worden aan internationale missies en een krap budget. De bezuinigingen zijn deels penny wise en pound foolish uitgevoerd. Zo hadden verschillende eenheden altijd behoorlijke aantallen reserveonderdelen ‘op de plank’ liggen. Wanneer de munitie op was, een onderdeel brak of versleet, kon dat ter plekke worden vervangen. Dergelijke voorraden aanhouden is duur, daarom werden ze opgemaakt. Individuele leveringen laten vaak lang op zich wachten en voertuigen zijn gekannibaliseerd om andere varend, vliegend en rijdend te houden.

Ook op trainingen werd beknibbeld. „Eenheden zijn niet geoefend om alle mogelijke missies in het gehele geweldspectrum uit te voeren”, schrijft Hennis. Dat maakt nu dat militairen niet volledig en zeker niet langdurig inzetbaar zijn voor de taken die ze horen uit te voeren.

Wat gaat het verschil maken?

Het moet een zure constatering zijn voor Hennis dat er onder haar bewind wel wat meer geld naar de krijgsmacht gaat, maar dat deze er ondertussen steeds slechter aan toe is. Waar ze vorig jaar nog schreef dat „andere inzetbaarheidsdoelstellingen” lijden onder de toegenomen druk, sneuvelt nu ook de meest elementaire doelstelling.

Het benoemen van dit probleem lijkt te passen in Hennis’ strategie om opener te zijn over de moeilijkheden van Defensie. In een ministerie waar complicaties en affaires vaak stil werden gehouden, was het wennen dat problemen worden blootgelegd. Maar gevraagd om duiding van de nieuwe problematiek wil het ministerie niet zeggen wat de onvolledige inzetbaarheid inhoudt en wat de concrete gevolgen zijn. Volgens een woordvoerder zijn „de problemen niet nieuw”, en „is het niet zo is dat we ons grondgebied niet kunnen beschermen”.

Het is niet zwart-wit te stellen wanneer Defensie wel of niet in staat is om Nederland te beschermen tegen een aanval van buiten. Nieuwe jachtvliegtuigen, drones, onderzeeërs of de volledige inzetbaarheid van alle mensen en spullen zullen het verschil niet maken, net zomin als een lichte stijging van de defensie-uitgaven. Ook de 2-procentsnorm is niet doorslaggevend, want niemand gelooft dat de Griekse krijgsmacht er met 2,4 procent bbp beter aan toe is. Maar Hennis moet het komende jaar de boel op orde moeten krijgen om in ieder geval haar eigen ministerschap succesvol af te ronden.