De literatuur is achtergebleven in het masculiene tijdperk

Connie Palmen is pas de tweede vrouw in twintig jaar die de Libris Literatuurprijs won, verzucht Jannah Loontjens.

1905opi illu hajo

Amper honderd jaar geleden werden vrouwen veelal gezien als labiele wezens, hoogst ongeschikt voor intellectuele inspanning. Ze werden in universiteiten en bibliotheken geweerd. Dat verleden ligt achter ons. En toch. Met het winnen van de Libris Literatuurprijs was Connie Palmen pas de tweede vrouw in twintig jaar die deze onderscheiding kreeg.

Het toeval wil dat ik een dag na de uitreiking las dat de Anna Bijns Prijs is opgeheven. Die prijs, gewonnen door Maria Barnas en Wanda Reisel, was de Nederlandse evenknie van de Britse Orange Prize – voor literaire werken geschreven door vrouwen. De Anna Bijns Stichting richt zich voortaan op debat. Tien jaar geleden zat ik in het bestuur ervan. We streefden ernaar mannen in het debat over sekseongelijkheid te betrekken. In jury’s probeerden we evenveel mannen als vrouwen te plaatsen.

Dat er minder boeken van vrouwen bekroond en besproken worden, en dat er in de literaire canon en op leeslijsten amper vrouwennamen staan, heeft een historische oorzaak. Eeuwenlang werden boeken vooral door en voor meneren geschreven, over zaken door mannen gedacht of gedaan.

Even wennen toen in de loop van de vorige eeuw steeds meer vrouwen gingen studeren en schrijven. Waar konden zij nou over berichten? Die wisten toch niets van wereldse, belangwekkende zaken? Het waren immers de mannen die als generaals de aardbol verkenden, als politici de macht verdeelden en als investeerders de economie draaiende hielden. Vrouwen, die wisten enkel wat zich binnenshuis afspeelde, rond het fornuis en boven de wasbak, zo meende men. Zij schreven over intieme zaken, over familieaangelegenheden, emoties, opvoeding of onvervulbare verlangens.

Laat ook mannen spreken over literatuur door vrouwen. Alleen niet Jan van Mersbergen

Hoewel we denken dat deze opvattingen tot het verleden behoren, blijkt het lastig het gewicht van de geschiedenis werkelijk van ons af te schudden. Getuige een telling van de Lezeres des Vaderlands, zijn lezers (m/v) eerder geneigd een boek van een man interessant, belangwekkend of geniaal te noemen dan dat van een vrouw. In de tien jaar na mijn betrokkenheid bij de Anna Bijns Prijs is er weinig veranderd. Het zijn nog altijd dezelfde onderzoeken waar feministen hun argumenten mee staven. Ik werd deze herhaling van zetten beu en ik ben blij dat anderen het stokje van me hebben overgenomen.

Waar ik wel van sta te kijken: waarom zijn er zo weinig mannen die zich het streven naar seksegelijkheid in de letteren aantrekken? Waar zijn de Justin Trudeaus van het literaire landschap? Hoe kan het dat een schrijver als Jan van Mersbergen over vrouwen schrijft alsof ze tot een andere soort behoren? In een column op de site van NRC, beweerde hij dat vrouwen vooral Virginia Woolf volgen. Zij willen volgens hem altijd maar over gekke vrouwen schrijven. Hieruit blijkt niet alleen een bekrompen opvatting over wat normaliteit en gekte is, maar ook een beperkte literatuurkennis. Woolf had zelf weliswaar last van depressies, maar haar vrouwelijke personages waren doorgaans sterke vrouwen. In haar bekendste boek Mrs. Dalloway is er wel een man die zijn verstand verliest, maar de vrouwen hebben de zaken onder controle. Van Mersbergen adviseert vrouwen om vaker over normale zaken te schrijven, „zonder getob en gepieker”; over gewoon de afwas doen bijvoorbeeld, dergelijke momenten zijn volgens hem goud waard.

Zou Van Mersbergen zichzelf op Freudiaanse wijze verraden en onbedoeld bekennen dat hij vrouwen toch vooral met het huishouden associeert? Of schrijft hijzelf ook het liefst over de afwas? Over welke onderwerpen wij schrijvers zouden moeten schrijven, is eigenlijk een irrelevante discussie. Elk onderwerp kan onthutsend, meeslepend of hartbrekend zijn, als het maar op verbeeldingsrijke wijze wordt opgetekend. Wat wel relevant is, is het afwerpen van de erfenis van ongelijkheid in beoordeling van intellectueel werk. Het zijn toch niet alleen vrouwen die in de gaten hebben dat de sekseongelijkheid in het beoordelen van literatuur niet langer van deze tijd is? Waar zijn de mannen die zich hierover uitspreken?

En ook: waarom houden vrouwen de discussie zo binnen eigen kring? In het onlangs verschenen boek Vrouwen schrijven niet met hun tieten staan alleen bijdragen van vrouwen. Op de eerste avond die de Anna Bijns Stichting na het opdoeken van de prijs organiseert, zijn alleen vrouwelijke sprekers uitgenodigd. Waarom? Laat ook mannen spreken over feminisme en literatuur geschreven door vrouwen. Alleen niet Jan van Mersbergen. Hij mag bij mij de afwas komen doen en graag ook de ramen lappen en stofzuigen. Dan kan ik aan mijn volgende boek werken.

Illustratie Hajo