De gemeente moet helder zijn: welke hulp is nodig?

De WMO Zomaar dezelfde schoonmaakhulp geven aan elke hulpbehoevende, dat mag niet meer. Er is onderbouwing nodig.

Er is onafhankelijk onderzoek nodig om te bepalen hoeveel hulp iemand nodig heeft, vindt de rechter. Foto Stijn Rademaker/HH

Goed nieuws voor hulpbehoevende Utrechters: ze krijgen meer schoonmaakhulp. Vanaf oktober krijgen zij twee uur per week aan hulp vergoed, in plaats van de anderhalf uur nu. Mogelijk blijft de schoonmaker zelfs nog langer: de gemeente gaat grondig onderzoeken hoeveel uur hulp burgers nu precies nodig hebben voor een schoon huis.

Dat is een van de gevolgen van de uitspraak woensdag van de Centrale Raad van Beroep. Deze hoogste rechter in het sociale bestuursrecht tikte Utrecht op de vingers omdat de gemeente niet goed heeft onderbouwd hoe ze is gekomen tot het besluit alle hulpbehoevende inwoners anderhalf uur schoonmaakhulp per week aan te bieden. De uitspraak is huiswerk voor alle gemeenten.

1| Waarom is de uitspraak van woensdag zo belangrijk?

De hoogste rechter heeft zich niet alleen uitgelaten over Utrecht, maar over de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO 2015) zelf. Huishoudelijke hulp, zo luidt het eindoordeel van de rechterlijke macht, valt onder die WMO. Daar was mist over ontstaan, omdat een lagere rechtbank juist had geoordeeld dat het tegendeel waar was. Nu is het opgeklaard: gemeenten zijn onder het gesternte van de WMO verplicht tot het ondersteunen van mensen die op een of andere manier niet hun eigen huis kunnen schoonmaken. Immers: de WMO is bedoeld om mensen langer thuis te laten wonen, en hulp bij het huishouden kan dan baten.

De rechter zei ook dat objectief en onafhankelijk onderzoek nodig is, om te bepalen hoeveel schoonmaakhulp burgers behoeven. Gemeenten moeten per burger kunnen onderbouwen waarom ze juist bij hem of haar op dat aantal uren zijn uitgekomen.

2| Moet het beleid van gemeenten nu worden teruggedraaid?

Gemeenten die de huishoudelijke hulp uit de WMO hebben geschrapt, moeten hun beleid wijzigen. Volgens belangenorganisaties en WMO-advocaten gaat dat zeker om enkele tientallen gemeenten. Oosterhout, bijvoorbeeld, heeft tot dusver volgehouden dat ze geen huishoudelijke hulp onder de WMO hóéft aan te bieden omdat mensen het zonder schoonmaakhulp prima thuis kunnen redden. En had men écht hulp nodig, aldus Oosterhout, dan kon men altijd nog een beroep doen op een vergoeding van schoonmaakhulp vanuit de bijzondere bijstand. Daarvoor gelden echter veel striktere voorwaarden. Vierhonderd Oosterhouters maakten volgens krant BN/De Stem dan ook bezwaar tegen dit beleid. Zij hebben nu het gelijk definitief aan hun zijde.

Ook gemeenten die een uniforme urennorm à la Utrecht hanteren, moeten die beter zien te onderbouwen. Hetzelfde geldt voor gemeenten die met burgers afspreken dat ze ‘een schoon huis’ zullen krijgen, zonder te onderbouwen wat dat precies behelst. Gemeenten moeten voortaan per burger duidelijk kunnen maken hoe schoon dát huis moet worden, welke activiteiten daarvoor nodig zijn en hoeveel tijd die kosten. Zo kunnen de schoonmaakeisen van een astmapatiënt net iets hoger zijn dan van andere burgers.

3| Er komen dus weer vele keukentafelgesprekken?

Waarschijnlijk niet. Het ligt subtiel: de uitspraak verbiedt gemeenten niet om te werken met uniforme normen voor alle burgers. Zij moeten die norm alleen beter kunnen onderbouwen. En, heel belangrijk: op maat gesneden zorg moet mogelijk blijven. Neem opnieuw de astmapatiënt: heeft die meer uren nodig, dan moet de gemeente die leveren.

4| Wat betekent de uitspraak voor burgers die schoonmaakhulp krijgen?

Burgers staan nu sterker. Hun hoort precies verteld te worden waarom zij het geleverde aantal uren schoonmaakhulp vergoed krijgen. Dat maakt het eenvoudiger om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van de gemeente. Los daarvan: alle burgers die nu al vermoeden dat het aantal vergoede uren niet goed onderbouwd is, kunnen bij hun gemeenten aankloppen voor een nieuwe aanvraag voor hulp – sinds woensdag met een grotere kans op succes. Minder mondige burgers moeten erop hopen dat hun wethouders de uitspraak op legitieme wijze omzetten in beleid. En op de alertheid van gemeenteraadsleden.

Staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) kwam woensdag alvast met een waarschuwing: „Voor wethouders zit er maar een ding op: houd je aan de wet.”