Bij Marquet voel je de warmte van het water

Albert Marquet, Le Pyla (1935, olieverf op doek, 50x61 cm)

Zoals een telefoon soms aan de oplader moet, zo moet een mens soms even aan de schilderkunst. De schilderijen van Albert Marquet (1875-1947) zijn daar heel geschikt voor. Zijn weldadige werk is nog de hele zomer te zien op een retrospectief in het Musée d’Art Moderne in Parijs – de stad waar hij woonde vanaf zijn vijftiende, toen hij er aan de kunstacademie begon. In zijn studietijd raakte hij bevriend met Matisse, Derrain en Rouault, schilders die later Les Fauves zouden gaan heten, de wilden.

Zelf bleef Marquet een eenling. Geen echte fauvist, geen impressionist, geen luminist, al ging hij van de waarneming uit en probeerde hij licht te vangen met kleur. Hij maakte zorgeloos, kalm werk, naïef en intelligent tegelijk. Naar eigen zeggen wilde hij ‘schilderen als een kind zonder Poussin te vergeten’.

In zijn academiejaren werkte hij veel naar naaktmodel, maar uit de vroegste werken blijkt dat hij toen al sterk in licht en tegenlicht geïnteresseerd was. Een model staat als een nauwelijks doortekende donkere vorm voor een raam; haar gezicht onherkenbaar, op haar beschaduwde benen weerschijnt een rood vloerkleed.

Later werd Marquet een schilder van landschappen, met name stadsgezichten, waarin hij de figuren reduceerde tot een paar donkere veegjes. Als een oosterse kalligraaf penseelde hij die op kades en trottoirs.

Ook verder zijn zijn schilderijen effectief eenvoudig van tekening. Niet gedetailleerd, misschien ook niet altijd perspectivisch correct, maar toch heel echt en ruimtelijk. Dat heeft met het kleurgebruik te maken. Marquet was geen expressionist die op het gevoel felle kleuren toekende aan de onderdelen van zijn composities; zijn kleuren zijn ietsje verhevigd, maar altijd aan de werkelijkheid ontleend. Binnen die kleuren wist hij met toonwaarden de dikte van de atmosfeer voelbaar te maken, de temperatuur van water, de koelte van schaduwplekken en vooral, heel vaak, de hitte van het zonlicht. Wie een paar uur door zijn schilderijen loopt is roodverbrand.

Marquet was een pleinairiste d’atelier, een buitenschilder die het liefst binnen werkte – nou ja: op de grens tussen binnen en buiten, voor een raam of op een balkon. Vanaf een etage langs de Seine, vanuit een hotelkamer met uitzicht op een haven of een strand in Normandië, Marseille, Hamburg, Stockholm, Tanger, Algiers. Kijkend zonder bekeken te worden, naar de poppetjes in de diepte en de choreografie van boten op een natte speelvloer. Hoogtepunt op de tentoonstelling is een voor Marquets doen tamelijk leeg zeegezicht, Le Pyla uit 1935. Met alle kleuren van de regenboog heeft hij overtuigend blauw water gemaakt, van ondiep naar diep, in de zon en in de schaduw van wolken. Een woest aantrekkelijk beeld. Een geschilderde vakantiefolder, noteerde ik eerst, maar dat doet het schilderij geen recht. Het is veel sterker, veel tijdlozer. Het is geluk in verf. Dat is het. De tentoonstellingsbezoeker krijgt verf geworden geluk toegediend, waarna hij opgeladen het museum verlaat.