Architecten, red ons uit deze vluchtelingencrisis

Creatieve oplossingen voor vluchtelingenopvang helpen ook andere woningzoekenden, meent rijksbouwmeester Floris Alkemade. „Nederland is niet vol, Nederland staat leeg.”

In De Koepel, voormalige gevangenis in Haarlem, worden asielzoekers opgevangen.

De vluchtelingenstroom veroorzaakt veel onrust en spanning. Politici en rechters bepalen wie wordt toegelaten. Aan architecten de opdracht om na te denken over de huisvestingsvraag. Juist om de integratie te bevorderen zouden zij de opvang meer in samenhang kunnen zien met de behoefte van andere groepen die op de woningmarkt soms moeilijk aan bod komen: studenten, starters, ouderen en alleenstaanden.

De onzekerheid over het aantal vluchtelingen, doet een groot beroep op de creativiteit van ontwerpers. Een goede inrichting van de openbare ruimte, de ruimtes die alle groepen gebruiken en delen, is daarbij van wezenlijk belang. Als gekozen wordt voor integratie verreist dat interactie. Juist in het openbare domein ligt de essentie van steden, daar toont zich de dynamiek en het karakter van een stad.

In 2015 werden in de EU 1,25 miljoen asielaanvragen ingediend, in Nederland zitten we op het Europese gemiddelde van 2,5 per 1000 inwoners. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zet alle zeilen bij om aan de voortdurend onvoorspelbare vraag naar locaties te voldoen.

Bij direct omwonenden leeft onzekerheid: hoeveel, wie, en wat als het er ineens veel meer zijn? Discussie daarover is nergens gemakkelijk, maar we zien ook dat er zich meer vrijwilligers aandienen dan ingezet kunnen worden. De vluchtelingencrisis is bij uitstek een huisvestingsvraag: hoe voegen we, in aanvulling op reguliere bouwproductie, een grote hoeveelheid goedkope, flexibel in te zetten woningen toe? Niet eenvoudig, de vraag kan enorm toenemen, maar ook stilvallen.

Oplossingen worden nogal eens gezocht in containerwoningen. Die voldoen op een aantal punten uitstekend, maar kennen ook belangrijke nadelen. Ze zijn tijdelijk, waardoor een enorm deel van de kosten zit in tijdelijke funderingen, aansluitingen, vervoer en opslag; veel geld dat niet in de kwaliteit van de woningen zelf gaat zitten. Bovendien zijn ze visueel niet aantrekkelijk, de stad wint er maar zelden bij. Beter om de vraag breder te trekken, in het licht van de algemene behoefte aan goedkope huisvesting.

Door de toename van eenpersoonshuishoudens groeit het tekort vooral in goedkope, kleine en flexibel in te zetten woningen. De groeiende groep die zich op deze markt richt, is uiterst dynamisch: jongeren, binnen- en buitenlandse studenten, expats, seizoensarbeiders en ouderen die terug naar de stad willen. Ze hebben gemeen dat ze met hun beperkte budget weinig aanbod vinden.

Nederland kent een lange en rijke traditie in volkshuisvesting, de Amsterdamse school bestaat honderd jaar. Groot geworden in tijden van voorspoed en wederopbouw, toen de vragen helder waren. Voor architecten van nu de taak om in een complexere én urgente situatie de traditie nieuw leven in te blazen. Ditmaal zonder een sterke sturende rijksoverheid.

Juist de onvoorspelbaarheid van de vluchtelingenstroom dwingt de ontwerpwereld tot innovatie. Samen met het COA heb ik daarom een ideeënprijsvraag opgezet: ‘A home away from home’. Allereerst gericht op huisvesting van vluchtelingen, maar in het verlengde daarvan op een veel bredere groep. Vanuit de gedachte dat we nieuwe materialen, technieken en inzichten hebben die andere, meer flexibele vormen van woningbouw mogelijk maken. De prijsvraag is opgedeeld in twee categorieën: buiten en binnen. De buitencategorie betreft ideeën voor nieuwe, lichtere vormen van woningbouw die tijdelijk van aard kunnen zijn, maar net zo goed een permanent gebruik kunnen krijgen doordat vormgeving en stedenbouwkundige opzet een verrijking voor de stad zijn.

We richten ons niet alleen op bijbouwen. Innovatie zit ook in transformatie van leegstand, in Nederland zo’n vijftig miljoen vierkante meter. Ook als we maar een klein deel kunnen ombouwen tot goedkope, flexibele woningen, lossen we al een groot deel van de extra huisvestingsvraag op. Nederland is niet vol, Nederland staat leeg. De binnencategorie roept daarom op tot ideeën om leegstaande kantoren, scholen en winkels in te zetten. We kregen bijna vierhonderd inzendingen. Een enorm aantal. In een eerste ronde hebben we voor beide categorieën zes teams geselecteerd die met beperkt budget hun idee nu uitwerken tot plan. Voor de zomer zullen we zes winnende plannen kiezen, met de intentie tot het bouwen van prototypes.

Een paar voorbeelden. De inzending ‘Een dak onder de zon’ combineert zonnepanelen met modulaire woningen: één vluchtelingenwoning brengt extra energie voor nog één eengezinswoning op. Project ‘CLIV’ zet in op origineel en flexibel wonen in leegstand. En met de mobiele ‘Domuskoffer’ kan binnen twee uur een ‘thuis’ gecreëerd worden met keuken, badkamer, installaties en communicatievoorzieningen. Een vierde voorbeeld biedt een permanentere oplossing om leegstaande kantoren in te zetten als volwaardige woonruimte.

Het achterliggend doel blijft innovatie en integratie. De vluchtelingenstroom is zoals gezegd deels een huisvestingsvraag. Innovatieve antwoorden zullen een bredere groep van woningzoekenden kunnen helpen in plaats van frustreren. Aan architecten de taak om hiervoor hun verbeeldingskracht in te zetten.