Voor het te laat is: tegengas in de discussie over euthanasie

De documentaire volgt twee oudere, alleenstaande vrouwen met progressieve dementie.

Voor het te laat is (2DOC/KRO-NCRV)

Dit was geen kwestie van ‘huppakee, weg’. De documentaire Voor het te laat is (2DOC/KRO-NCRV) was juist tegengas, in de aangewakkerde discussie over euthanasie bij dementie. Om te laten zien dat het zo ook kan, dat de procedure effectief, netjes en goed kan worden gevolgd – en terecht, om er een lekenoordeel over te vellen. Dit ging volgens het boekje.

Documentairemakers Gerald van Bronkhorst en Marc Duijsings volgden enkele maanden twee oudere, alleenstaande vrouwen met progressieve dementie – je kon als kijker de progressie bij hen echt waarnemen. Dat was een groot contrast met de discutabele euthanasiegevallen („Huppakee”) in de documentaire Levenseindekliniek (2DOC/NTR), die begin dit jaar juist de randen van het toelaatbare opzocht. Het soelaas van die Levenseindekliniek, waar de huisarts weigerde, schetste bepaald geen gunstig beeld van euthanasieprocedures.

De documentaire van woensdagavond zette je wel meteen op scherp, in de kritische houding. We zagen in de openingsbeelden hoe Annie Zwijnenberg het drankje krijgt dat een einde aan haar leven zal maken. Terwijl ze ook helder uitlegde dat ze nog altijd volledig achter haar beslissing stond, en omringd werd door lieve familie. Ondraaglijk en uitzichtloos lijden? Niets mis mee, zo op het oog. Wacht maar, moeten de documentairemakers gedacht hebben: als u zich er even in verdiept, ziet u wel wat er aan de hand is.

Dat blijkt een ijzersterke montagekeuze. Stapje voor stapje mochten wij, als waren we zelf SCEN-artsen, beoordelen of hier een einde aan zou mogen komen ‘voor het te laat was’.

Ze tonen even later een tamelijk hartverscheurende gebeurtenis in het leven van de andere hoofdpersoon, Margriet Hermans. Ze zet koffie, voor haarzelf en de SCEN-arts. Daartoe legt ze twee koffiepads in de houder, plaatst de houder in de machine en aarzelt. Ze weet niet meer wat ze nu moet doen. Vergeten. Wel even twee kopjes onder de machine zetten, zegt de arts. Oja. Terwijl de koffie doorloopt, pakt Margriet schoteltjes. Met kopjes, weer.

Zo is haar leven nu. Als ze in bad gaat is ze „zo drie uur verder”. Als ze haar voordeur probeert te openen, duurt het minuten voor ze de juiste sleutel heeft gevonden. Het gaat nét goed.

Door de situatie van Annie Zwijnenberg kun je je ook niet anders dan laten overtuigen. „Ik wil niet nog een winter door”, weet zij. „Ik kan niets zelf regelen, want ik ben elke keer de draad kwijt.” Waarna we haar de draad inderdaad zien kwijtraken. Haar familie – ook een factor waar we ons graag door willen laten overtuigen: de nabestaanden moeten erachter staan – heeft er ook vrede mee, ze tonen zich liefdevol en berustend.

Tranen zijn er pas als Margriet haar zelfgekozen einde komt aankondigen bij de bakker: aan het meisje dat haar een week tevoren nog hielp toen ze de weg naar huis kwijt was. De tranen, van het bakkersmeisje, komen niet zozeer door de aangekondigde dood, maar wel door het besef dat dit de goede keuze was.