192 variaties op het thema doping

Van oud-renner en collega-commentator Maarten Ducrot leerde hij over het verschil tussen werkelijkheid en waarheid in het wielerpeloton, schrijft Mart Smeets in de inleiding van zijn nieuwste boek Aan de Meet. Het is zijn ‘adieu’ na 43 jaar wielersport, in verhalen met 27 van zijn favoriete renners. Van de hand die hij kreeg van Joop Zoetemelk in Scheveningen 1973 tot het eenvoudige ‘Hoi Mart’ van de Fries Pieter Weening bij de laatste Amstel Goldrace voor de NOS.

Over de vaak bizarre werkelijkheid in en rond het peloton verhaalt Smeets ook in dit boek smakelijk. Leuk voor insiders en een breder publiek, net als zijn succesvolle tv-programma De Avondetappe.

Op zijn best is hij in ‘kleine’ observaties, ooit de basis voor zijn geweldige tv-reportages. Zo heeft hij oog voor de traan van zijn Belgische collega-commentator Eddy Merckx als diens zoon Axel in 2004 brons haalt in de olympische wegwedstrijd in Athene. Je waant je tussen de ploegbussen bij de Tourstart in een Frans dorpje, als Smeets daar bijna terloops George Hincapie treft, de meesterknecht die later getuigde tegen kopman Lance Armstrong.

Maar daarnaast gaat het in Aan de Meet meer dan in eerder werk van Smeets ook over de waarheid. Zijn waarheid, dat wel. Zwaar bijgekleurd na de dopingcrisis in de wielersport rond 2012, met de val van Armstrong en het stoppen van Rabobank als sponsor van de grootste Nederlandse profploeg. ‘Oude helden’ als Adrianus van der Poel of Frans Maassen blijven onbeschadigd. Verder wemelt het boek van variaties op de woorden doping (192 keer), liegen (108) en bedriegen (30). Achteraf zijn de meeste Raborenners ‘boefjes in spe’, met hun ‘getructe, slechte en doortrapte handelingen’.

Het blijft moeilijk voor te stellen, dat een insider als Smeets vóór de dopingcrisis niet zou hebben geweten dat Armstrong net zo goed of slecht was als die vermaledijde Duitser Jan Ullrich. Of dat Nederlandse renners net zo goed het verboden wondermiddel epo gebruikten als hun buitenlandse concurrenten. Nee, bewijs voor individuele beschuldigingen was er niet. Maar aanwijzingen waren er ook toen al voldoende. Renners eerst bijna verheerlijken en dan nu genadeloos afbranden? Na de oorlog zat iedereen in het verzet. Daar schuurt Aan de Meet. Gelukkig vergeeft Smeets oud-renners als Erik Breukink en Michael Boogerd hun zonden, als ze Hem tenminste nederig excuses hebben aangeboden.