‘Zelfs een tariefsverandering kan voor de fiscus al ondoenlijk zijn’

Arno Visser De president van de Algemene Rekenkamer maakt zich vooral zorgen over de hardnekkigheid van sommige problemen.

Visser woensdagmorgen bij de presentatie van zijn verantwoordingsonderzoek in de Tweede Kamer. Foto ANP / Evert-Jan Daniels

Een handjevol fotografen, na afloop van zijn korte toespraak voor de Tweede Kamer een hand van enkele parlementariërs, maar echt feestelijk wilde eerste Verantwoordingsdag voor Arno Visser als president van de Algemene Rekenkamer deze woensdagochtend niet worden. Het voormalig VVD-Kamerlid volgde vorig jaar Saskia Stuiveling op.

Vissers verantwoordingsonderzoek gaf daar ook niet veel aanleiding voor. Hij velt daarin een hard oordeel over de uitvoering van het kabinetsbeleid in 2015. Bij liefst drie ministeries – Veiligheid & Justitie, Defensie en Financiën – heeft de Rekenkamer een zogeheten ‘ernstige onvolkomenheid’ in de bedrijfsvoering geconstateerd. Dat geldt als een gele kaart aan het adres van de verantwoordelijke minister en vooral een dringende oproep om hun organisatie te verbeteren. Daarbij hebben de ministers Kamp (Economische Zaken, VVD) en Hennis (Defensie, VVD) op het laatste moment nog even voor honderden miljoenen aan extra uitgaven aan de Tweede Kamer meegedeeld. Veel te laat, zegt de Rekenkamer, en „onrechtmatig”.

De stevige waarschuwingen die u voor het kabinet heeft zijn allemaal aan het adres van bewindslieden van de VVD. Zegt dat iets over de onafhankelijkheid van de nieuwe president van de Rekenkamer?

„De Algemene Rekenkamer kijkt naar de functie, niet naar de persoon of politieke kleur.”

De Rekenkamer presenteerde vandaag liefst 29 rapporten. Wat is voor u de rode draad daarin?

„Het beeld is heel dubbel. Terwijl steeds meer departementen hun zaken op orde lijken te hebben en Nederland op het gebied van rechtmatigheid van overheidsuitgaven met 99,7 procent een historisch en internationaal hoog percentage scoort, zijn er tegelijkertijd drie klassieke overheidstaken in grote problemen: – het innen van belastingen, defensie en justitie. Het was acht jaar geleden dat we drie gele kaarten hebben moeten uitdelen. Ik maak me vooral zorgen over de hardnekkigheid van de geconstateerde problemen. De Belastingdienst kreeg er vorig jaar ook al een voor dezelfde gebrekkige automatisering en ook voor Justitie is het niet voor het eerst dat de financiële administratie niet op orde is.”

Bij Defensie beschrijft de Rekenkamer het gebrekkige onderhoud van materieel. Heeft dat gevolgen voor militaire missies?

„Ja. De operationele gereedheid neemt af. Dat komt onder meer door de missies die we al doen [in Mali en tegen IS, red.]. Daar gaat het beste materieel heen. Dus is er minder beschikbaar, of van mindere kwaliteit, om in eigen land mee te oefenen. Daarnaast is de organisatie niet op orde. Als je de spullen niet op tijd kunt bestellen of afdoende kunt onderhouden, zijn die niet beschikbaar om mee te oefenen, laat staan om te gebruiken bij operaties. We constateren een directe relatie tussen de kwaliteit van de bedrijfsvoering op het departement en de politieke doelstellingen van de minister.”

De Kamer roept al een tijdje om meer geld voor Defensie. Goed idee?

„ Als je veel geld naar een niet goed functionerende organisatie brengt, los je het probleem niet op. Dan is de kans groot dat dat geld op de verkeerde manier wordt besteed of op de plank blijft liggen. Wij constateren een disbalans tussen ondersteunende diensten en de gevechtscapaciteit. Of het kabinet moet de doelstellingen naar beneden bijstellen. Defensie moet eerst de boel op orde brengen. ”

De ict-problemen bij de Belastingdienst zijn nog altijd groot. Misschien maar goed dat de grote belastinghervorming die het kabinet vorig jaar wilde er niet komt?

„Het probleem raakt niet alleen grote veranderingen. Zelfs een eenvoudige tariefsverlaging in de inkomstenbelasting kan in de uitvoering al ondoenlijk zijn. De Tweede Kamer moet niet te snel denken: het is wel even te doen. Mooie vergezichten schetsen over een brede belastingherziening is natuurlijk goed maar daar moet je dan wel de organisatie op inrichten. Tot die tijd moeten kabinet en parlement bij elke verandering van belastingwetgeving goed bedenken: wat kan de Belastingdienst wel aan en wat niet? Dat heeft serieuze consequenties voor de wetgevende taak van Eerste en Tweede Kamer. Ze kunnen niet even meer een amendementje zus en een wetswijziging zo voorstellen.”

Ministers lijken het niet zo nauw te nemen met het op tijd informeren van de Kamer. U constateert een toename van te laat gemelde budgetoverschrijdingen. En de exploitatie van de Betuweroute bleek een kwart miljard hoger uit te vallen.”

„Het zijn twee verschillende dingen, maar het beeld klopt. Er wordt in toenemende mate misbruik gemaakt van de zogeheten slotwet. In het democratisch proces is het de Kamer die de minister fiatteert om geld uit te geven. Dat gebeurt bij begrotingsoverleg. En als er wijzigingen komen in de loop van het jaar, dan regel je dat bij suppletoire begrotingen. De slotwet komt pas als het begrotingsjaar is afgesloten en het geld al is uitgegeven. In die slotwet mogen alleen technische wijzigingen staan, geen beleidsinhoudelijke keuzes. Door dat dit jaar toch te doen wordt de Kamer voor een voldongen feit gesteld.”

Bij een goede verantwoording gaat het erom om geld en prestaties bij elkaar te brengen en daarvan te leren. Wij zien in veel jaarverslagen van departementen dat heel vaak niet bekend is hoeveel geld er precies is uitgegeven en welke prestaties daarmee geleverd zijn. Daar wil de Rekenkamer dan graag aanvullend onderzoek op doen, zoals dit jaar rond de exploitatie van de Betuweroute.”

Is er sprake van bewuste verdoezeling?

„Nee. Het zijn gevolgen van jarenlang beleidsveranderingen, hervormingen en bezuinigingen van verschillende kabinetten. Steeds met de beste bedoelingen. Maar het wordt wel steeds lastiger om te meten of de beoogde resultaten meetbaar zijn.”