Wat is waar in het land van de voedselhypes?

Op dinsdag en donderdag is NPO3 de komende weken de hele avond voor foodies. Er zijn smaakvol klinkende producties op komst, maar het begon dinsdag met de lichte snacks binnen de programmering.

Marlijn Weerdenburg en Ersin Kiris in Broodje Gezond (KRO-NCRV)

Wat er ook wordt gezegd, geschreven of op tv komt over eten: we vreten het. De publieke omroep schotelt ons nu voedselmaand voor – op dinsdag en donderdag is NPO3 de komende weken de hele avond voor foodies. Er zijn smaakvol klinkende producties op komst, maar het begon dinsdag met de lichte snacks binnen de programmering. Met de melige, wat flauwe zonder-handen-kookshow Chef in je oor (AVRO-TROS), waarin een BN’er aan de hand van instructies van een topkok via een oortelefoontje een gerecht moet bereiden.

En met het consumentenprogramma Broodje Gezond (KRO-NCRV), dat ons verlekkerde met de belofte uit te zoeken „wat er waar is van voedselhypes en gezondheidsmythes”. Dat klonk goed, of tenminste: als een sympathieke uitwas van opportunistisch idealisme.

De eerste aflevering ging over vlees. Dat is een heet onderwerp sinds afgelopen najaar de Wereldgezondheidsorganisatie rood en verwerkt vlees officieel aanmerkte als kankerverwekkend. De scepticus zegt: ‘Hoe zit dat precies?’ De populist zegt: ‘Ja maar mijn lapje vlees dan!’ Hoe zou Broodje Gezond dat benaderen?

Wie dacht, of hoopte, dat de werkwijze van Keuringsdienst van Waarde inmiddels de norm was voor consumentenprogramma’s – een basale vraag als ‘wat is het?’ of ‘wat zit erin?’ volledig uitpluizen – komt bedrogen uit. Wie op iets Medialogica-achtigs rekende, zoals een filerende factcheck over welke media de wetenschappelijke feiten het best weergaven, ook.

„Van vlees krijg je kanker”, heette het bij Broodje Gezond. Het bleek gewoon opgebouwd volgens het vaste informatieve-televisieformat. Presentatoren Marlijn Weerdenburg en Ersin Kiris mochten lekker het land in, de eerste naar een festijn van ruw gebolsterde vleesbraders en een vleesverwerkingsbedrijf, de tweede naar een veganistische beurs en een voedingswetenschapper.

Ze raakten al snel over de kook. „Maar de meeste Nederlanders zijn, net als ik, dol op vlees!” sputterde Kiris. „Is het niet de hoogste tijd om overmatige vleeseters te gaan waarschuwen?” relde Weerdenburg bij een arts. De deskundigen deden goed hun best om de paniek te temperen, zonder het kapot te relativeren (wat vermoedelijk averechts had gewerkt). Hoogleraar voeding en ziekte Ellen Kampman formuleerde wel prettig precies: rood vlees „verhoogt je risico op dikkedarmkanker”. En dát dat zo is, is nu net zo zeker als dat roken schade toebrengt. Maar: „Het effect is veel minder.” „O”, zei Kiris.

De relativering kreeg ook weer iets onnozels, toen een van de vleesbraders zijn bescheiden mening mocht geven: „Je kan ook gewoon door de bus aangereden worden op straat.” Tja.

Zo bleef hangen dat waar rook is vuur zou kunnen zijn en het smakelijke frame van de killerkankersudderlapjes sloeg meer aan dan de droge feiten. Weerdenburg concludeerde dat we niet hoeven „zwichten voor de bloemkoolpolitie”. Ze zei het met een brede lach. Welbeschouwd heb je voor een populistisch toontje Powned dus niet meer nodig. En wat zijn we nou helemaal wijzer geworden? Hap, slik, weg.