Tataren voelen zich vergeten

Krim-Annexatie Twee jaar na de annexatie van de Krim lijkt het protest van de Krim-Tataren verstomd. De Russische autoriteiten drukken protest hardhandig de kop in.

Moestafa Dzjemilev, politiek leider van de Krim-Tataren, in mei 2014 bij de grens. Hem zou voor vijf jaar toegang tot de Krim ontzegd worden. Foto REUTERS

De overwinning van Jamala op het Eurovisie Songfestival zaterdag zet de Krim-Tataren weer even in de schijnwerpers. In haar lied bezong de Tataarse de deportatie van haar volk, deze woensdag precies 72 jaar geleden. Maar het lied verwijst onmiskenbaar ook naar de huidige onderdrukking van de Tataren op de Krim.

In april vielen gemaskerde mannen een theehuis binnen bij de hoofdstad Simferopol. 35 Tataren werden opgepakt en pas vrijgelaten nadat ze waren verhoord en hun vingerafdrukken waren afgenomen. Volgens de procureur-generaal op het schiereiland betrof het een actie tegen de drugshandel. Maar bijna niemand gelooft dat. Begin deze maand viel de Russische oproerpolitie een moskee binnen en sommeerde de honderd aanwezige Tataren zich te melden voor verhoor.

Lange tijd waren de Tataren de meest uitgesproken tegenstanders van de annexatie van ‘hun’ Krim door Rusland. Maar ruim twee jaar later is het kritische geluid op de Krim vrijwel verstomd. De Russische autoriteiten drukken ieder verzet hardhandig de kop in. Vooral de Tataarse minderheid, zo’n 250.000 zielen op een bevolking van 2 miljoen, is het doelwit van repressie. Arrestaties, huiszoekingen en geweld zijn aan de orde van de dag.

Hoewel onafhankelijke waarnemers niet welkom zijn, zijn volgens Tataarse en Oekraïense bronnen sinds de annexatie 22 personen spoorloos verdwenen en zitten minstens 180 critici van het regime in de gevangenis. Human Rights Watch spreekt van een klimaat van angst. Westerse regeringen en het Europees Parlement veroordeelden de gang van zaken.

Internationale zorgen

De autoriteiten lijken zich weinig aan te trekken van de internationale zorgen. Zij rechtvaardigen de harde maatregelen als een strijd tegen extremisme en terrorisme. Vorige maand werd de Mejlis, het bestuursorgaan van de Krim-Tataren, tot extremistische organisatie bestempeld en in heel Rusland verboden.

Mejlis-voorzitter Refat Tsjoebarov en de Krim-Tataarse leider Moestafa Dzjemilev (72) mogen de Krim al langer niet meer in. Toen Dzjemilev in 2014 na een reis terug wilde naar de Krim, werd hem voor vijf jaar de toegang tot Rusland ontzegd. Het leidde tot een opstand van Krim-Tataren aan de grens en tot meer druk op de Tataarse bevolking. Velen zoeken sindsdien hun heil in Oekraïne.

Russische autoriteiten rechtvaardigen de harde maatregelen als ‘strijd tegen terrorisme’

Het is niet voor het eerst dat de Krim-Tataren het aan de stok hebben met hun Russische buren. Op 18 mei 1944 besloot Stalin de gehele Krim-Tataarse bevolking te deporteren naar Centraal-Azië, als collectieve straf voor de vermeende collaboratie van de Tataren met nazi-Duitsland. Velen stierven onderweg of na aankomst aan uitputting en ziektes. Pas in de jaren zeventig en tachtig mochten de Tataren terugkeren. De jaarlijkse herdenking van de deportatie is sinds de Russische machtsovername in 2014 verboden.

Ondanks pogingen van politici als Dzjemilev en Tsjoebarov om het lot van hun volk op de agenda te houden is de internationale aandacht voor de situatie op de Krim verslapt. Ajder Moezjdabajev, journalist en directeur van de nu vanaf het Oekraïense vasteland opererende Tataarse tv-zender ATR, legt de schuld daarvoor bij de regering in Kiev: „Het is geen wonder dat de Krim door de internationale gemeenschap wordt vergeten. Oekraïne moet immers de wereld informeren wat zich afspeelt in het door Rusland bezette gebied. Maar Oekraïne heeft twee jaar lang gezwegen.”

Schreeuw om aandacht

In een schreeuw om aandacht kwamen Krim-Tataarse activisten vorig najaar in opstand. Op het Oekraïense vasteland blokkeerden ze wegen en saboteerden ze de elektriciteitsmasten die de Krim van stroom voorzien. Toch keren niet alle Tataren zich tegen Rusland. In mei richtten pro-Russische Tataren een eigen bestuur op dat zich richt op „de problemen van de Krim-Tataarse bevolking en de ontwikkelingen van het historische moederland”.

Gesteund door de winst van Jamala op het Eurovisie Songfestival hopen de Krim-Tataren op meer aandacht voor hun zaak. Het Europees Parlement riep vorige week al op de rechten van minderheden op de Krim te respecteren. In Europa gaan intussen steeds meer stemmen op om de sancties tegen Rusland op te heffen. De VS daarentegen vinden dat Rusland de Krim eerst moet teruggeven aan Oekraïne.