‘Succes liefst stap voor stap’

Anthony Mackie

Voor veel getalenteerde zwarte acteurs in de VS komt de rol vroeg of laat voorbij: Martin Luther King. Anthony Mackie zette zijn schroom opzij.

Foto Alberto E. Rodriguez/Getty Images/AFP

Op een gegeven moment komt de rol naar bijna iedere zwarte acteur met talent toe: Martin Luther King. Of zoals ze in de VS consequent zeggen: doctor King. Anthony Mackie (37) heeft meerdere keren ‘nee’ gezegd. Want sinds hij ooit de miniserie King met Paul Winfield in de hoofdrol zag, wist hij dat de lat heel hoog ligt: „Als kind dacht ik dat Paul Winfield doctor King wás. Ongelooflijk. Als ik het niet net zo goed zou kunnen doen, wilde ik het niet eens proberen.”

Dat veranderde toen hij het scenario van All the Way las. De televisiefilm over de burgerrechtenwetten die onder president Lyndon B. Johnson tot stand kwamen in de jaren zestig is te zien op zender HBO. „Voor het eerst dacht ik toen ik een scenario las: ja, dit is de doctor King.”

In All the Way staat hij tegenover Bryan Cranston als ‘LBJ’. Mackie is momenteel ook in de bioscopen te zien in Captain America: Civil War. Als gevleugelde redder Falcon is de klassiek geschoolde acteur zonder meer de grappigste superheld na Robert Downey Jr, als Iron Man.

Dat hij op hetzelfde moment een historisch icoon speelt én een stripfiguur is een bewuste keuze. Mackie vergelijkt zijn loopbaan met het lopen van een marathon. Sommige acteurs „doen één klus, krijgen meteen de hoofdrol in een grote film en mogen op alle feestjes komen”. Mackie daarentegen bouwt zijn cv geduldig op, met bescheiden bijrollen en ondankbare klusjes, zoals de moordenaar in de draak Hollywood Homicide.

Als zwarte Amerikaan groeide Mackie op in een cultuur die de in 1968 vermoorde leider King aanbidt. De acteurs die hem voorgingen – nog afgezien van Paul Winfield – mogen er zijn. In Selma zette David Oyelowo hem neer, Samuel L. Jackson portretteerde King in het toneelstuk The Mountaintop. „Natuurlijk was er aarzeling en nervositeit”, zegt Mackie. „Maar ik hoop dat de kijker aan het eind van de film denkt: dat ís doctor King.”