Deze stuntvrouwen verdienen hun geld met van de trap vallen

Stuntvrouwen Vroeger werden vrouwen nog weleens ontzien bij gevaarlijke stunts voor films, maar die tijd is al lang voorbij.

Claudine Sleeswijk- Monart (links) en Wendy Vrijenhoek oefenen ninjutsu. Foto Bastiaan Heus

Gewapend met een gigantische deegroller en een ijzeren ketting achtervolgen Claudine Sleeswijk-Monart en Wendy Vrijenhoek de hoofdpersoon in de videoclip Ta fête van de Belgische zanger Stromae. Hoewel ze de jongen bewerken met gerichte beentrappen, enkele kniestoten en de ketting weet hun slachtoffer in de clip te ontsnappen.

Andere wapenfeiten van stuntvrouw Vrijenhoek: meters naar beneden storten als body double van Mega Mindy of voor een reclame rondjes draaien op een fiets die aan een metershoge kraan en stalen ketting in de lucht zweeft.

Beide dames trainen meerdere malen per week op dezelfde sportschool in een lommerrijke straat in de Rotterdamse wijk Kralingen waar ninjutsu – een Japanse vechtsport waarin bijna alles is toegestaan – wordt gegeven. Op een zomerse vrijdagavond staat een twintigtal mensen op de matten in de school, een rustige dag. Sommige jongens en meisjes zijn om 18.00 uur met hun training begonnen, drie uur later staan ze nog steeds met zwarte bokshandschoenen te sparren, bezweet, maar energiek.

De Kralingse sportschool wordt geleid door Ron Sleeswijk, een van de stuntcoördinatoren van het stuntteam Hammy de Beukelaer, dat de meeste stunts verzorgt voor films in de Benelux. Hij spot onder meer tijdens de vechtlessen wie geschikt is voor filmwerk – Vrijenhoek die er vanaf haar achtste les volgt, vroeg hij als kind al voor een stuntrolletje in Flodder. Verder werkt De Beukelaer met specialisten uit bijvoorbeeld de motor- of autosportwereld of vragen ze mensen als de voormalige topturnster Heidi Alemans om voor hen te werken.

„De dames zitten klaar”, zegt Sleeswijk na aanbellen. In tegenstelling tot wat je verwacht van vrouwen die hun geld verdienen met onder meer van de trap vallen, zijn zijn echtgenote Sleeswijk-Monart en Vrijenhoek best frêle verschijningen. Op de site van hun werkgever staan hun exacte maten vermeld, van borstomtrek tot schoenmaat, noodzakelijk als er een body double wordt gezocht voor een actrice. Beide vrouwen bevinden zich in de leeftijdscategorie dertig-plus en zijn moeder. Vrijenhoek: „Dit werk is niet leeftijdsgebonden, je doet het zolang je fysiek fit genoeg bent.”

Foto Bastiaan Heus

Het lastige aan stunten als vrouw is dat je vaak geen bescherming kunt aantrekken onder je kleding, vertellen Vrijenhoek en Sleeswijk-Monart. Meestal worden kwetsbare lichaamsdelen als knieën, ellebogen en de rug extra beschermd. Wanneer je in korte rok en op hakken over een balustrade moet springen, is dat niet mogelijk. Vrijenhoek: „In eerste instantie probeer je dan voorzichtiger te zijn, maar vaak ziet dat er op beeld niet uit, dus dan neem je die blauwe plekken de volgende dag maar voor lief.”

Kleine pijntjes zullen ze niet snel laten blijken op de set, vervolgt Vrijenhoek. „Dat heeft niets te maken met niet willen onderdoen voor mannelijke collega’s, maar je wilt wel professioneel overkomen. Achteraf klagen we thuis weleens.”

Volgens hun stuntcoördinator – en sporttrainer en begeleider – Sleeswijk zijn de dames vooral hard voor zichzelf door jarenlange training. Vrijenhoek brak ooit tijdens een ninjutsu-examentraining een kuitbeen. Zowel zijzelf als haar trainer hadden niet door hoe ernstig het was. Vrijenhoek: „De tranen schoten in mijn ogen schoten, maar ik vocht door.”

Van de 41 mensen die De Beukelaer momenteel inzet op projectbasis, is ongeveer eenvierde vrouw. Twintig jaar geleden werd je als vrouw weleens ‘ontzien’ bij een klus, vertelt Sleeswijk-Monart. Als het bij een stunt niet uitmaakte of er mannen of vrouwen werden gebruikt, koos men sneller voor een man. Toen drie mensen achterwaarts door een etalageruit van hard glas moesten vliegen – voor veel stunts wordt extra breekbaar ‘glas’ van kunsthars gebruikt– kreeg Sleeswijk-Monart te horen dat de kans op snijwonden in haar gezicht te groot was. Bij de eerste die door zo’n ruit gaat is er geen probleem, maar als de twee anderen niet gelijktijdig volgen, krijgen ze een lading glas over zich heen.

Op zo’n moment moet je vertrouwen op het oordeel van je stuntcoördinator, vertellen de vrouwen. Hij is de persoon die de stunts bespreekt met de regisseur en kijkt wat mogelijk is binnen het budget. Sleeswijk-Monart en Vrijenhoek lijken een blind vertrouwen te hebben in hun coördinator Ron Sleeswijk. „Hij weet wat je fysiek aankan. Als de regisseur vraagt voor de zoveelste keer te vallen voor een nieuwe take is hij degene die zegt: ‘Nu is het wel mooi geweest.’ Vrouwelijke stuntcoördinatoren zijn er in Nederland nog niet, Vrijenhoek is nu in opleiding.

Op vrijdagavond leert ze alvast aan minder ervaren beoefenaars van ninjutsu hoe ze iemand tegen de grond kunnen trekken en diens arm achter de rug kunnen draaien. Hoeveel mensen in deze zaal zijn geschikt voor stuntwerk? Ron Sleeswijk: „Best veel, maar je moet ook geschikt zijn voor filmwerk. Als stuntman of -vrouw moet je vaak ’s ochtends vroeg op de set zijn en vervolgens uren wachten tot ze ’s avonds je stunt opnemen.”

Volgens hem zijn er weinig mensen bereid eerst jarenlang te trainen. Grote kans ook dat je naar het buitenland moet als je fulltime aan de slag wil met stunts. Zijn er daarom minder vrouwen in de stuntsector te vinden? Sleeswijk-Monart ziet een andere reden: „Het zal altijd een mannenwereld blijven omdat er gewoon meer werk is voor mannen. In films doen de mannelijke personages meer fysieke actie. Denk aan oorlogsfilms, je zult zelden een vrouw in de frontlinie zien.”