Strijd om staal en Brexit in Wales

Britse staalcrisis In Port Talbot in Wales lopen twee kwesties hoog op: de met sluiting bedreigde staalfabriek en mogelijk vertrek uit de EU. „Staal, kleren, kip: met een beetje meer geld kun je Brits kopen.”

Staal is alles aan de zuidkust van Wales. Foto Reuters / Darren Staples

De posters laten niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Save Our Steel’, SOS, red ons staal. Alle middenstanders in Port Talbot hebben ze in hun etalages hangen, van de slager tot de stoffenwinkel.

Staal is alles aan de zuidkust van Wales. De fabriek – nooit bij naam genoemd, iedereen weet dat Tata Steel wordt bedoeld – is de grootste staalproducent van het Verenigd Koninkrijk, goed voor eenderde van de totale Britse jaarproductie van 10 miljoen ton. Britse frisdrankblikjes? De blikken voor witte bonen in tomatensaus? Goede kans dat het staal hier is gemaakt, net als dat in de carrosserie van auto’s.

Maar een combinatie van goedkoop Chinees staal, hoge energiekosten en volgens de vakbonden te weinig investeringen, leidde ertoe dat de fabriek vorig jaar 1 miljoen pond per dag verlies leed. De Indiase eigenaar Tata Steel wil van Port Talbot af. Een dezer dagen wordt bekend of een van de zeven belangstellenden de staalfabriek zal kopen. Lukt dat niet, dan verdwijnen 4.300 banen in een stad en duizenden indirecte banen in een regio waar weinig ander werk is.

Onderwijl is de staalcrisis onderwerp van een groter debat geworden, dat gaat over het lidmaatschap van de Europese Unie, waarover de Britten op 23 juni stemmen. In Wales, dat maar een fractie meer pro-Blijven is dan pro-Brexit, kan staal de doorslag gaan geven. Want laat Port Talbot zien hoe belangrijk het is lid te blijven, of had de sector juist gered kunnen worden als de Britten zelf – zonder ‘Brussel’ – hadden kunnen beslissen over staatssteun en importtarieven?

Voor het pro-Brexit-kamp is de crisis een cadeau. Het illustreert in de ogen van de voorstanders van vertrek het probleem met de Europese Unie op een heel praktische manier. Zonder bemoeienis van Brussel hadden de Britten invoerrechten op goedkoop Chinees staal kunnen heffen, is hun gedachte. En, zoals een van de folders van campagnegroep Leave.EU meldt: „EU-regels over staatshulp hebben voorkomen dat onze regering duizenden banen heeft kunnen redden”.

Zware industrie

Douglas Carswell, Lagerhuislid namens de eurosceptische UK Independence Party, hield de inwoners van Port Talbot eind vorige maand voor dat „Brussel het veel moeilijker maakt om zaken te doen”. „De Europese regels over fossiele brandstoffen hebben de energiekosten opgedreven en de zware industrie betaalt de prijs.”

Hij beloofde lagere belastingen en lagere energieprijzen voor staalfabrieken. Zijn partij won bij de parlementsverkiezingen in Wales een week later voor het eerst zetels.

Ook aan de andere kant van het EU-debat werd geklaagd over regels uit Brussel. Premier Carwyn Jones van Wales zei dat hij Port Talbot geen belastingvoordelen kon bieden; dat zou als „selectieve staatshulp” worden gezien. Desondanks noemt hij zich „onbeschaamd” pro-Europees.

Want Wales profiteert dankzij de structuurfondsen ook van het EU-lidmaatschap, meer dan welk ander deel van het Verenigd Koninkrijk. Het land als geheel draagt meer EU-contributie bij dan dat het EU-subsidie ontvangt, maar in Wales is dat omgekeerd: dat krijgt meer dan het afdraagt. En belangrijker voor Port Talbot: de helft van de Britse staalexport gaat naar de rest van de Europese Unie.

Toch zal het moeilijk worden de kiezers in Port Talbot van die voordelen te overtuigen. Peter Walker, eigenaar van het Gossip Café, is de enige die zich „overtuigd” blijver noemt. Hij is ook de enige die opmerkt dat het nieuwe treinstation is gebouwd met Europese subsidie. „Zonder dit geld zou hier in Wales niet veel gebeuren”, meent hij.

De formicatafeltjes in zijn café zijn gedekt met plastic bloemenkleedjes. Uit de keuken komt de geur van gebakken eieren en worstjes. Vol is het niet. „Sinds de bekendmaking [van de verkoop door Tata, red.] is men huiverig geld uit te geven. Wij middenstanders vechten met elkaar om het laatste beetje geld.”

Want veel rijkdom is er niet; Port Talbot is een van de armste delen van Wales. En als de Britse premier, de minister van Financiën of de gouverneur van de Britse centrale bank, de Bank of England, economische malaise voorspellen na een Brexit, heeft dat weinig effect.

Wol en lamsvlees

So what, als er een recessie komt. Wat voor verschil zal dat maken?”, vraagt Kay Jones. De vijftiger zit met twee vriendinnen aan het strand. Rechts in de verte is Swansea te zien, links de enorme ovens van Tata, de lopende band waarop de cokes binnenkomen, de cementfabriek en de haven.

„Er is hier geen geld, en er zijn al helemaal geen banen. De mijnen zijn dicht, voor wol en lamsvlees krijg je niets en nu is het crisis in de staal.” Jones zegt: „Als we niets meer aan Brussel betalen, dan kunnen we tenminste zelf beslissen wat we met dat geld doen.” Het is een veelgehoord argument in het Brexit-kamp.

Zo ook de tirade van de drie vriendinnen over immigratie: het gaat niet om aantallen (89,5 procent van de 131.700 inwoners in Port Talbot is Welsh, de meeste immigranten komen uit Engeland), maar om een gevoel. „Buiten de EU kunnen we onze grenzen weer zelf bewaken.” Dat het Verenigd Koninkrijk dat als niet-Schengenland al kan, weten Jones en haar vriendinnen niet. Slager Peter Eaton denkt over het vrije verkeer van personen: „Onze normen en waarden worden aangetast. We nemen steeds meer mensen op die vervolgens prutswerk afleveren.”

Sleutelmaker Lyn Tucker, die het gesprek volgt, zegt: „De Britse nieuwe tanks worden met Zweeds staal gemaakt. Waarom? Als je een beetje meer betaalt, kun je Brits kopen. Dat geldt voor staal, voor kleren, voor kip.”

Foto Chris Ratcliffe / Bloomberg

Foto Chris Ratcliffe / Bloomberg

Mythes ontkrachten

Dat ergert ook Paul Evans, van de vakbond Unite. De oud-staalarbeider zegt: „Ja, de EU is er tegen dat de regering de sector overeind houdt. Maar kijk naar Italië: daar zegt de regering ‘we steunen het staal, en zien later wel wat de boete daarvoor is’.” Hij meent: „Je kunt vastleggen dat bij infrastructurele projecten Brits staal gebruikt moet worden, of een bepaald percentage.” Maar pas „twee, drie weken” heeft de regering door dat „je geen land zonder staalproductie kunt hebben”.

Unite is voorstander van EU-lidmaatschap. De vakbond deelt op de werkvloer flyers uit aan de staalarbeiders: vijf mythes worden ontkracht, waaronder de fabel dat de EU een „eliteclub” is.

Het zal erom gaan spannen, denkt Evans. „Men begrijpt niet wat de EU eigenlijk is. Sommigen zullen voor verandering stemmen omwille van de verandering. Ik hoop dat het gezond verstand uiteindelijk wint.”

We nemen mensen op die prutswerk afleveren

Peter Eaton, slager

Het Blijven-kamp voerde in Wales tot dusver terughoudend campagne, meent hoogleraar politicologie Roger Scully. De grondtroepen van Labour en Plaid Cymru, de partijen die voorstander zijn van EU-lidmaatschap, waren tot begin deze maand bezig met de parlementsverkiezingen in Wales. Terwijl er een voedingsbodem voor Brexit is. „Wales heeft veel achterblijvers: mensen die ontevreden zijn met de politiek, ouder, wit, man, laag opgeleid, economisch onzeker. De groep die meest vatbaar is voor de argumenten voor een vertrek.”

Hij moet lachen als hem naar Aberystwyth wordt gevraagd. De badplaats aan Wales’ westkust is de meest pro-Europese plaats in het Verenigd Koninkrijk, bleek uit een peiling van bureau YouGov. „De stad heeft 13.000 inwoners, maar groeit tijdens de semesters met 60 procent door de komst van alle studenten.” En het referendum valt in de vakantie.

Dat betekent niet dat er elders per se voor Brexit wordt gestemd, meent Scully. „In 1975 [toen de Britten een referendum hielden over het lidmaatschap van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap, red.] waren we economisch een hopeloos geval, en koos ruim 67 procent voor Blijven. Veel delen van Wales verkeren nu in een zelfde situatie. Wellicht dat men juist door de problemen in de staalsector voor zekerheid kiest.”